Esthetische accumulatie: de sculpturen van Chun Kwang Young in Villa Empain​​​​​​​

In het Brusselse art deco monument Villa Empain is sinds 2010 het Centrum voor dialoog tussen de culturen van het oosten en het westen gevestigd, een initiatief van de Boghossian Stichting. Voor het eerst is er in de Villa een solotentoonstelling te zien, en die is aan de Zuid-Koreaanse kunstenaar Chun Kwang Young (°1944) gewijd.

De sculptuur van Chun Kwang Young, aan het zwembad van Villa Empain. 

De sculptuur van Chun Kwang Young, aan het zwembad van Villa Empain. 

Geduld

Chun Kwang Young maakte al vroeg een brug tussen oost en west toen hij in 1971 een masterdiploma in de Schone Kunsten behaalde in de Verenigde Staten. Zijn werk is dan ook verspreid over de hele wereld. Young begon zijn carrière als schilder, maar focust sinds de jaren negentig op een unieke techniek. Hij maakt namelijk gebruik van hanji, een traditioneel Koreaans papier, dat oorspronkelijk gewonnen wordt uit de hars van moerbeibomen. Het wordt al sinds de negende eeuw in Korea gebruikt voor allerlei doeleinden, zoals verpakkingen, isolatiemateriaal of om op te schrijven.

De combinatie van Koreaans schrift met een kleurenabstractie (vooral in de werken met felle kleuren) die neigt naar Amerikaans abstract expressionisme brengt heel wat kunstgeschiedenis samen en barst dan ook van de energie.

Van de beschreven hanji maakt Young driehoekige pakjes, waarmee hij vervolgens monumentale beschilderde installaties en sculpturen samenstelt. Van op een afstand zijn zijn werken zonder meer indrukwekkend. Van dichterbij valt vooral het detail op. Wat een geduld moet de kunstenaar niet uitgeoefend hebben om, over zijn werk gebukt, het (al dan niet door hemzelf beschreven) papier tot pakjes te vouwen en met touw vast te maken. Bijgevolg vinden Youngs werken, allemaal samengesteld uit honderden hanji-pakjes, een perfect evenwicht tussen vormelijke monumentaliteit en artistieke ambacht.

Een bolvormige sculptuur staat buiten aan het zwembad van Villa Empain. Misschien maakt de hars, waaruit het papier bestaat, de sculptuur bestand tegen weer en wind, misschien is het werk behandeld. Het is in ieder geval een mooie meerwaarde om te zien hoe het water na een regenbui niet door het papier geabsorbeerd wordt, maar glanzend blijft liggen, geduldig wachtend om te drogen in de herfstzon.

 

Brug tussen oost en west

Bijna alle werken in de tentoonstelling dragen de titel Aggregation. Dit heeft misschien te maken met hun samenstelling uit zoveel verschillende kleine onderdelen, maar kan ook slaan op hun accumulatie van stijlen en media. Young slaagt er immers in een eeuwenoude techniek in hippe, frisse en relevante uitvoeringen te gieten. Dit heeft absoluut te maken met het niveau van abstractie en zijn kleurgebruik in het beschilderen van de sculpturen / wandinstallaties.

Chun Kwang Young, Aggregation 15-OC061, 2015.

Chun Kwang Young, Aggregation 15-OC061, 2015.

Soms laat Young zijn werken onbeschilderd. Soms beschildert hij ze gedeeltelijk, met natuurlijke en aardse tinten, of met zwart en grijs. Boeiend is vooral hoe hij kleur gebruikt om optische effecten te bekomen. Hij bewerkt zijn oppervlaktes, die op een meer gedetailleerd niveau toch al een interessante textuur hebben door de hanji-pakjes, zo dat ze gaan lijken op maankraters. Zijn spel met diepte en optische illusie versterkt de spanning tussen de werken op een afstand en van dichterbij, die er toch al was dankzij de detailering. De felle kleurrijke werken zijn in mijn ogen minder interessant, precies omdat ze deze diepte en dit spelelement missen. Wel hebben deze een vrolijker, luchtiger effect, terwijl de werken met aardse kleuren zwaarder lijken, alsof ze ook uit aardse materialen zoals steen, hout of klei zijn vervaardigd, en een donkere toon uitstralen.

Stijlgewijs zijn Youngs werken enorm vervullend. De combinatie van Koreaans schrift met een kleurenabstractie (vooral in de werken met felle kleuren) die neigt naar Amerikaans abstract expressionisme brengt heel wat kunstgeschiedenis samen en barst dan ook van de energie. Die dualiteit tussen oosterse technieken en westers kleurgebruik zorgt er natuurlijk voor dat Young perfect in de visie van Villa Empain als Centrum voor dialoog tussen oost en west past. Chun Kwang Young verzamelt al zijn invloeden in een unieke, perfect harmonieuze en esthetisch verbluffende kruising tussen sculptuur, installatie, schilderkunst, vakmanschap en abstractie, waarin bovendien al deze elementen elkaar versterken in het geheel.

IMG_20170909_110000.jpg

 

 

 

De ridderziel ontrafeld: the Artist/Knight in het kasteel van Gaasbeek

Het kasteel van Gaasbeek en het hedendaagse kunstlandschap zijn al lange tijd twee handen op één buik. Na het populaire Kairos Castle van curator Joke Hermsen snijdt het kasteel met The Artist/Knight nu een heel ander thema aan. Het onderwerp van deze tentoonstelling is niet de klassieke middeleeuwse ridder in zijn harnas en zwaard, maar de moderne en hedendaagse kunstenaar als erfgenaam van het ridderideaal. De hedendaagse ridder/artiest vecht voor zijn of haar idealen, en geeft niet op bij tegenslagen. Hij of zij vertrekt net vol overgave vanuit de eigen kwetsbaarheid om zo tot nieuwe kracht te komen. De tentoonstelling toont aan dat deze filosofische interpretatie van het hedendaagse ridderverhaal in heel wat culturen actueel blijkt te zijn: de artiesten komen letterlijk vanuit de hele wereld. Van Pakistan tot de Verenigde Staten: ridders vindt men overal.

Adeela Suleman, ‘Mubarinzun – No More Series 1’, 2014

Adeela Suleman, ‘Mubarinzun – No More Series 1’, 2014

Kubra Khademi, ‘Armor’, 2015

Kubra Khademi, ‘Armor’, 2015

Enkele  highlights van de tentoonstelling zijn alvast de performance-video ‘Lancelot’ van Jan Fabre, waarin de kunstenaar een uitputtende strijd voert tegen zichzelf, ‘The Hero’ van Marina Abramovic, waarin een ode wordt gebracht aan de eigen roots, met de uitnodiging om ook nieuwe zaken te omarmen. Ook de Afghaanse Kubra Khademi is een échte ridder, die door een vrouwelijk harnas te dragen in de straten van Kabul de aandacht wil vestigen op vrouwenrechten in Afghanistan. Voor haar strijdbare idealen betaalde zij een hoge prijs: zij werd omwille van haar kunst het land uit gezet, maar enkele jaren later omwille van haar moed door het Franse ministerie van Cultuur tot ridder geslagen.

Enkele kunstenaars maakten ook een nieuw werk speciaal voor de tentoonstelling: Benjamin Moravec maakte een prachtig ridderlijk zelfportret dat zeer mooi tentoon gesteld staat in de gallerijzaal. De Bulgaarse Oda Jaune beeldde dan weer de ridderlijke hartstocht op anatomische wijze uit in haar werk ‘evermore’ en de Duitse Jonathan Meese schreef voor de tentoonstelling een manifest over de dictatuur der kunst, in navolging van zijn performance-video waarin hij de ridder Parsifal aan het woord laat.

Een rode draad in de tentoonstelling zijn de schaakspelen. De Engelse term ‘knight’ slaat niet enkel op de ridder, maar ook op het schaakstuk dat in het Nederlands ‘paard’ genoemd wordt. Het is het schaakstuk dat de meest alternatieve sprongen maakt, onwetend waar het zal uitkomen. De schaker is dan weer een metafoor voor de ridder, die tijdens het schaakspel fysiek en mentaal uithoudingsvermogen moet tonen. Tracy Emin, Damien Hirst, Barbara Kruger en Yoko Ono hebben allemaal een alternatieve visie op schaakspelen. Emin gebruikt het als een uiting van de hoofse liefde, Ono als een ode aan het pacifisme, Kruger als een toonbeeld van provocatieve beeldtaal en Hirst als een reflectie over de kracht van medicijnen. De verschillende schaakspelen zijn een echte gids doorheen de hele tentoonstelling. De kunstwerken passen stuk voor stuk in het hedendaagse ridderideaal, maar zijn ook te verbinden met de geschiedenis van het kasteel: de werken lijken wel gemaakt voor het kasteel, niet enkel op esthetisch vlak, maar ook op het niveau van de interpretatie.

Benjamin Moravec, zonder titel, 2017

Yoko Ono, ‘Play it by Trust’ (whie chess set), 1966/2009

Yoko Ono, ‘Play it by Trust’ (whie chess set), 1966/2009

Curator Joanna De Vos wilde als het ware het ‘hart laten kloppen in het kasteel van Gaasbeek’. Dit realiseerde zij door op een zeer zorgvuldige, ingenieuze manier een internationale groepstentoonstelling samen te stellen met respect voor de geschiedenis en vaste collectie van het kasteel, doordrongen van een filosofisch 20e en 21e eeuwse ridderethos. Daarbij had zij veel respect voor het kasteel en zijn geschiedenis. Een taak die niet gemakkelijk gebleken is. Het inclusief beleid dat het kasteel van Gaasbeek kenmerkt, maakt dat de tentoonstelling zich aan een zeer divers publiek kan verwachten, waarvan sommigen enkel voor de kunst en anderen enkel voor de geschiedenis komen. En al zijn er enkelen die beiden wel kunnen appreciëren, Meiro Koizumi’s kamikazepiloot in de totaal verduisterde ridderzaal is voor sommigen echter een stap te ver.

Het gastenboek in het kasteel staat dan wel vol jammerende commentaren en mondige bezoekers laten al eens hun afgrijzen blijken over die tentoonstelling die hen verhindert het kasteel goed te bezoeken. Andersom storen kunstliefhebbers zich aan het kasteel en haar omgeving, en zijnze van mening dat een‘white cube’ de tentoonstelling meer tot zijn recht zou laten komen. Persoonlijk ben ik helemaal in de ban van the Artist/Knight. Volgens mij is het concept perfect uitgewerkt, zo puur, zo eerlijk en evenwichtig. Het kasteel is op een zeer respectvolle wijze versmolten met de moderne en hedendaagse kunstwerken. Het is een totaalspektakel, een all-in ticket. Als historica én kunstliefhebber is deze originele en sterke expo alvast helemaal geslaagd.

Graffiti met een boodschap: nieuwe street art wandelroute in Merksem

Afgelopen zondag werd de Fietseling in Merksem gecombineerd met mArk some: Word is Art, een street art festival, waarbij een aantal straatkunstenaars aan nieuwe permanente kunstwerken begonnen. Sommige werken waren al even klaar, andere kunstenaars waren nog volop aan de slag. Een nieuwe street art wandelroute van vijf kilometer, opgenomen in de app van Street Art Antwerpen, ging in première.  

Een hele straat vol kunst, met werken van Vyrüs, Eyes B, K.Shit, RBLX, E.T., Matthew Dawn, Linksone en STS Jasta. 

Een hele straat vol kunst, met werken van Vyrüs, Eyes B, K.Shit, RBLX, E.T., Matthew Dawn, Linksone en STS Jasta. 

Bij het startpunt van de wandelroute, in het Bouckenborgpark, zijn Rwina, Spitlart en Beireh nog bezig aan een grote muurschildering. “DIVERSIFEIT” staat er in grote letters, en dat neologisme zet meteen de toon voor het hele festival. Niet alleen hebben de uitgenodigde kunstenaars allerlei verschillende achtergronden en hanteren ze een variatie aan stijlen – van abstract tot figuratief-realistisch, van kleurrijk tot zwart-wit – diversiteit is ook opvallend vaak het onderwerp van de werken.

 

DIVERSIFEIT staat er in grote letters, en dat neologisme zet meteen de toon voor het hele festival.

Samenwerkingen

Gomad aan het werk.

Gomad aan het werk.

Zo was de Nederlandse Gomad zondag nog bezig aan een muurschildering – een groot deel was nog onafgewerkt. Wat echter wel al zichtbaar was, waren een blanke en een donkere hand, verstrengeld. De samenwerkingen tussen verschillende kunstenaars van verschillende landen zorgen dan weer voor een mengelmoes aan stijlen, zoals op de Cool Wall, die een binnenpleintje omringt. Joachim, K.Shit, KBTR, Oxalien, Smok en Vyrüs werkten er samen om tot een gedifferentieerd geheel te komen. Elders in de stad prijkt Beauty Beneath the Mask op de muur van een kleine parking. De samenwerking tussen de Belgische Joachim met zijn cartooneske stijl en de Amerikaanse Nils Westergard, wiens werken zo realistisch zijn dat je ze met zwart-wit foto’s zou kunnen verwarren, is één van de beste stukken van deze wandeling.

Hoewel hij nog niet erg lang met straatkunst bezig is, wordt Joachim trouwens stilaan een begrip in de Belgische street art. Met de hulp van andere street artists zette hij een grootse permanente tentoonstelling op in de stad Lier, onder de naam LierUp. De route langs alle werken van het project is opgenomen in de Antwerp Street Art app, waar ook de wandeling in Merksem op te volgen is. Bovendien loopt Joachims solotentoonstelling bij Huberty Breyne Gallery in Brussel nog tot 10 juni 2017. Het is vrij uitzonderlijk dat een street artist (vooral van jonge leeftijd) niet alleen naam maakt op de straat of op sociale media, maar ook in het galeriewezen.

Een deel van de Cool Wall. 

Een deel van de Cool Wall

 

Variatie

Tussen verschillende punten op de street art-kaart door, wandel ik door het tamelijk onbewogen Merksem, een gemeente waar vooral gewoond wordt, maar waar ook de vrouwen- en jongerenploegen van de Antwerp Giants hun thuisbasis hebben, net als de jongerenvoetbalclub City Pirates. Langs het Jef Marmansstadion bevindt zich de Wall of Fame van RBLX, een lange muur met een geschilderd amalgaam aan verwijzingen naar en associaties met de stad Antwerpen, en meer bepaald met Merksem. Vooral wordt de grote symbolische “A” van Antwerpen in de schilderingen middenin de wereld (gesymboliseerd door mensen van verschillende afkomsten en vlaggen van verschillende landen) geplaatst.

Wall of Fame, door RBLX.

Wall of Fame, door RBLX.

De kwaliteit van de muurschilderingen lijkt – toevallig – geleidelijk aan beter te worden doorheen de wandeling. Op het einde van de route bots ik, weliswaar figuurlijk, op een lange muur met niet minder dan acht afzonderlijke kunstwerken, van Matthew Dawn, Vyrüs, Eyes B, K.Shit, RBLX, E.T., Linksone en STS Jasta. Ook hier valt de variatie aan stijlen op. 

 

Boodschap

Kunst maakt op meer dan één manier de straten van Merksem mooier.

Street art wint de laatste jaren aan populariteit in België. Het Oostendse project The Crystal Ship bleek een groot succes en was in 2017 aan haar tweede editie toe. Inmiddels valt een dagje zee te combineren met meer dan vijftig openbare kunstwerken. Graffiti maken niet alleen de stad esthetisch mooier. Street art is zo toegankelijk (letterlijk én figuurlijk) dat het de kracht heeft om drempels te verlagen en mensen – vastbesloten dagjesmensen met de app in de hand of toevallige voorbijgangers – een rechtstreekse aansluiting tot kunst te laten vinden. De nieuwe route in Merksem is bovendien een geünificeerd geheel met een heldere en goedgekozen boodschap, namelijk openheid en diversiteit. Kunst maakt op meer dan één manier de straten van Merksem mooier.

 

Meer informatie: www.streetartantwerp.com of op de Facebookpagina

De app Street Art Antwerpen is volledig gratis en bevat ook nog andere streetart routes in Antwerpen en omgeving (bijvoorbeeld in Lier). 

Meer zeggen met minder beelden: Farideh Lashai in MSK Gent

Het Museum voor Schone Kunsten (MSK) Gent toont nog tot zondag 7 mei de expo Ooggetuigen. Francisco de Goya & Farideh Lashai. Hoewel ik aanvankelijk niet geneigd was te gaan, vooral omdat ik Francisco de Goya's etswerk vorige zomer nog zag in Bordeaux (de stad waar hij in 1828 overleed), ben ik er vorige week toch terecht gekomen. Nu weet ik zeker: ik laat me niet nogmaals misleiden door een duffe, bruine MSK-reclamecampagne, die enkel steek houdt nadat je de tentoonstelling hebt gezien. Dit is echt de moeite. 

 

Los caprichos en Alice in Wonderland

De expo opent met Goya's reeks Los Caprichos, gemaakt tussen 1797 en 1798, en voor het eerst uitgegeven in 1799. Wie van etswerk houdt, kan in deze zalen zijn hart ophalen. De Spaanse kunstenaar toont zich meester van deze moeilijke en arbeidsintensieve techniek - ik liet me bijvoorbeeld vertellen dat hij een innovatieve techniek gebruikte waardoor hij zijn tekeningen (waarvan er enkele te zien zijn) niet in spiegelbeeld moest maken. De maatschappijkritiek waar deze kunstenaar zo bekend om is, komt onder andere terug in een prent als Estan Calientes (n. 13), waarin drie clerici hun eten zo snel naar binnen schrokken dat ze het er warm van krijgen. Verder: kinderen die hardhandig "opgevoed" (lees: mishandeld) worden, de excessen van de Spaanse Inquisitie en vrouwen die wreed zijn tegenover hun minnaar. Over het algemeen zijn Goya's prenten enigmatisch, moeilijk te interpreteren, omdat de kunstenaar op die manier zichzelf indekte voor vervolging. Dat lukte overigens niet helemaal, want de Inquisitie kantte zich tegen het boek.

Francisco de Goya, Los Caprichos  (1797-98), n. 23: Aquellos polvos.

Francisco de Goya, Los Caprichos  (1797-98), n. 23: Aquellos polvos.

Lashai confronteert de kijker met het naïeve verlangen naar een mooie en eenvoudige wereld - één die enkel bestaat in een kinderdroom? - en de pijnlijke vaststelling dat dromen ook nachtmerries kunnen worden.

In de zaal die daarop volgt zijn op verschillende schermen videoprojecties op beschilderde canvassen te zien. Een clash met Goya? Niet helemaal. De Iraanse kunstenares Farideh Lashai brengt op poëtische wijze een eigen interpretatie van de Iraanse geschiedenis, waarbij een klein wit konijn (Alice?) in confrontatie komt met andere dieren (onder meer raven en katten). Ze confronteert de kijker met het naïeve verlangen naar een mooie en eenvoudige wereld - één die enkel bestaat in een kinderdroom? - en de pijnlijke vaststelling dat dromen ook nachtmerries kunnen worden.

Net als bij Goya linkt Lashai het thema van de droom aan maatschappijkritiek. Op het derde en vierde scherm wordt het witte konijn samen met zijn konijnenvriendjes opgegeten door een kat en metamorfoseren de raven in ayatollahs. Lashai's progressieve linkse ideeën en haar beeldentaal werden trouwens gevoed tijdens het lezen van Bertolt Brecht en Shakespeare. Die invloeden zie ik ook in haar werk: de doeken zijn opgevat als podia voor de projecties. Farideh Lashai creëert in de eerste plaats een stage, waarop dan een verhaal verteld kan worden.

 

De gruwel van oorlog, in en buiten beeld

Francisco de Goya, Los Désastres de la Guerra (1810), n. 36: Tampoco.

Francisco de Goya, Los Désastres de la Guerra (1810), n. 36: Tampoco.

Na de eerste werken van Goya en Lashai, presenteert MSK ook een tweede paar: Goya's Los Désastres de la Guerra uit 1810 (enkel postuum geprint) en Lashai's When I Count, There Are Only You...But When I Look, There is Only a Shadow uit 2013. Hiervoor alleen is het de moeite naar Gent af te zakken: Lashai gaat rechtstreeks aan de slag met Goya's beroemde serie etsen door ze via photoshop te bewerken en er de figuren van weg te halen. Het is bijna niet te geloven dat de originelen van Goya nog nooit eerder bij haar werk getoond werden! Dat de combinatie noodzakelijk is om een complete kunstervaring op te dringen (want echt: er valt niet aan te ontsnappen) begreep ook het Prado in Madrid en The British Museum in Londen. Samen met de Mohammed Afkhami Collection maakten deze instellingen de expo mogelijk, en vanaf 30 mei verhuist dit deel van de expo naar Madrid

Eerst: Goya's reeks. De etsen tonen de gruwel van de Spaanse onafhankelijkheidsoorlog tegen Napoleon, en laten niets aan de verbeelding over. Een dode man hangt aan een boom, een soldaat snijdt een ander slachtoffer verticaal in twee, een groep gehavende vrouwen zwerft over een desolaat stuk land. Zwart-wit is op deze prenten eigenlijk bloedrood.  

Dan: Farideh Lashai. Hoewel ze van alle prenten de personages weghaalde, blijft de gruwel toch voelbaar. De verlaten "podia" vertonen nog tekenen van het gruwelijke schouwspel dat er werd opgevoerd. Wat overblijft is de tragedie in de vorm van een gedestilleerde tekening. Net als Goya kiest Lashai ervoor om de nationale geschiedenis een universeel karakter te geven. Geweld als dit heeft zich niet beperkt tot het Spanje van de achttiende eeuw, of Iran in de jaren zeventig: het is, helaas, iets dat blijft terugkomen. De aanklacht van deze kunstenaars is brandend actueel.

Nadat Lashai al Goya's etsen van hun hoofdspelers beroofde, liet ze hen via een videoprojectie bewegend terugkomen. De grote spot die op de tekeningen gericht is, beweegt onder de tonen van een Nocturne van Chopin. Die spot verwijst gepast naar een stukje uit de film The Dictator van Charlie Chaplin (1945). Daarin is Chaplin als Hitler te zien, die als een gek speelt met een grote wereldbal. Terwijl de wereldbol bij Chaplin nog deel is van zijn slapstick-optreden, is die bij Lashai gevuld met de harde realiteit. Ik eindig hier met een kort filmpje van het werk dat het MSK maakte naar aanleiding van de expo. Mij geeft het nog steeds kippenvel. 

 

 

 

 

Een theatrale Rubens in een provinciestad

rubens_sint_omaars_kruisafneming_saint_omer

Het Noord-Franse Sint-Omaars mag dan tijdens de middeleeuwen één van de belangrijkste steden van het graafschap Vlaanderen geweest zijn, daar is nu weinig van te merken. Het kleine maar charmante stadje in Nord-Pas-de-Calais doet vandaag eerder slaperig en braaf aan. Toch, versta me niet verkeerd, Sint-Omaars is zeker een bezoek waard. Niet in het minst om Pieter Paul Rubens' Kruisafneming die ik er compleet onverwacht tegenkwam.

De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal staat op de top van de heuvel waarop Sint-Omaars in de 11e-12e eeuw als stad ontstond. Ze vormde het hart van de religieuze gemeenschap van kanunniken en bij uitbreiding ook van de groeiende stad. Op wandelafstand van de kathedraal bevindt vandaag nog zich de marktplaats en wie de heuvel afloopt, is zo bij de abdijruïnes van Sint-Bertijns. In de kathedraal, die best elegant is (maar ook weer niet adembenemend), ligt een cenotaaf voor de heilige Audomaris die zijn naam aan de stad gaf. Verder is er nog een astronomische klok uit 1558 te zien. Tot zover: niets adembenemend.

De echte wauw-factor van deze plek ligt bij de Kruisafneming van Rubens (1612) die plots in één van de galerijen aan de zijkant van de kerk komt opduiken. De plaatsing van dit werk aan het einde van een galerij zorgt ervoor dat je er als kijker als het ware naartoe gezogen wordt. De zwart-witte tegels op de vloer en de hoge spitsbogen creëren een extra dramatisch effect - lekker barok - en de gouden lijst licht op door invallend licht. Wat wil een mens nog meer?

rubens_saint_omer_sint_omaars_kruisafneming

Op het schilderij zelf zien we Jezus die van het kruis wordt genomen, met aan zijn voeten Maria en Maria Magdalena. In de kathedraal wordt de bezoeker aangemaand om "het lijden van Christus te contempleren", maar ook wie daar geen voeling mee heeft kan vol bewondering blijven kijken naar dit werk. Hoewel de religieuze boodschap natuurlijk van belang is en alleen maar versterkt wordt door de context waarin het werk hangt, vielen mij toch ook andere dingen op. Christus' lijkkleur deed me denken aan de dode lichamen op het Vlot van Medusa van Géricault (200 jaar later!) en daardoor ook aan de stroom vluchtelingen op bootjes die hun leven riskeren over de Middellandse Zee. Lijden is lijden, en dood is dood.

Christus’ lijkkleur deed me denken aan de dode lichamen op het Vlot van Medusa van Géricault (200 jaar later!) en daardoor ook aan de stroom vluchtelingen op bootjes die hun leven riskeren over de Middellandse Zee.

Wie zonder religieuze bril kijkt, zal misschien ook sneller de theatrale ondertoon van dit doek zien. Rubens' Kruisafneming is op alle mogelijke manieren geënsceneerd. Aan de basis van het scherpe licht-donker contrast lijkt een ware spotlamp te liggen, die vanuit de linkerbovenhoek wit licht schijnt. De man rechts van het kruis staat in de schaduw, maar de (hoofdrol)spelers vangen allemaal meer dan voldoende licht. De houding van de personages is erg onnatuurlijk - let op Maria's dramatisch uitgestoken arm - en de compositie is zo sterk in evenwicht dat het bijna te veel van het goede is. De ladders vormen samen een X-vorm en het kruis geeft het schilderij een duidelijk ankerpunt. 

Die overdreven gestileerde component van het werk ervaar ik tegelijkertijd als storend en verrijkend. Enerzijds neemt het wat van de onvoorspelbaarheid en magie van het werk weg (ik weet nu "hoe het in elkaar zit"), anderzijds boezemt het ook ontzag in en zorgt het voor een fijn aha-moment (genre "ik weet hoe het werkt!"). Bovendien zou Rubens Rubens niet zijn zonder die schuin opgaande beweging. Ook typisch voor deze schilder zijn de goed uitgevoerde gevoelsuitdrukkingen, prachtig geschilderde kledingstukken en geaccentueerde spiermassa's. Een goede dosis barokke theatraliteit, dat is het. Of anders uitgedrukt: een bijzonder aangename ontdekking. 

Hoe zeggen ze dat ook weer in het Frans? Ca vaut le détour? In dit geval alvast ook: bienvenue chez les Ch'tis... Op naar Sint-Omaars!

De beste werken op Contour Biënnale 8: Polyphonic Worlds: Justice as Medium

Mechelen is tweejaarlijks het toneel van Contour, de biënnale voor bewegend beeld. De achtste editie kreeg als titel Polyphonic Worlds: Justice as Medium. De nadruk op rechtspraak en rechtvaardigheid (en het verschil daartussen) heeft te maken met stadsfestival OP.RECHT.MECHELEN, dat de vierhonderdste verjaardag van rechtsspraak in de Lage Landen viert. De meeste werken in Contour kaarten dan ook een onderwerp aan waarvan de rechtvaardigheid dubieus is: kolonialisme en het lot van gekolonialiseerde volkeren, het oneindig ontginnen van ertsen aan de andere kant van de wereld, oorlogvoering en discriminatie zijn slechts enkele vertegenwoordigde thema’s. Daarnaast leggen enkele kunstwerken gaten in het rechtssysteem bloot en bevragen ze de singulariteit van het concept waarheid. Met een titel die verwijst naar de middeleeuwse polyfone muziek, lijkt Contour te suggereren dat er niet één waarheid is, maar steeds verschillende evenwaardige stemmen.

Lawrence Abu Hamdan, The Recovered Manifesto of Wissam. 

Lawrence Abu Hamdan, The Recovered Manifesto of Wissam

Contour Biënnale 8 verenigt de werken van 25 kunstenaars of collectieven en is verspreid over zes locaties in Mechelen. Vooral op een zonnige dag is een uitgebreid bezoek / stadswandeling absoluut aan te raden, maar voor wie iets minder tijd heeft, of vreest dat de vermoeidheid vroegtijdig zal toeslaan: hieronder een selectie van de werken die ik persoonlijk het meest interessant, origineel, fascinerend, triggerend vond. Omdat deze lijst geenszins een hiërarchie is - niks geen top of rating, gewoon een selectie waar iedereen het zijne van mag vinden - zijn de gekozen werken alfabetisch geordend op achternaam van de kunstenaar.

 

Lawrence Abu Hamdan, The Recovered Manifesto of Wissam (2017)

In een gebergte in Libanon worden de tapes van oude cassettes in fruitbomen gehangen om insecten en vogels op een afstand te houden. Daar vond Lawrence Abu Hamdan, puur toevallig, een mini-cassette, waarvan hij de inhoud probeerde te reconstrueren. De opname blijkt een voordracht van een verder ongekende spreker, die zichzelf Wissam noemt, te bevatten over het islamitisch principe Taqiyya. “Taqiyya wordt vaak geïnterpreteerd als het recht om te liegen. Het staat niet gelijk aan liegen, maar ook niet aan niet liegen,” vertelt Wissam.

In de binnentuin van het Hof van Savoye, het gerechtshof in Mechelen, is de gereconstrueerde stem van Wissam duidelijke te horen. In de bomen hing Abu Hamdan andere tapes om zijn werk te contextualiseren. Precies door deze locatie, in het kloppende hart van de vierhonderd jaar oude rechtsspraak in Mechelen, laat de kunstenaar een stem weergalmen die de waarheid als fundament van de rechtsspraak in vraag stelt.

 

Yann Le Masson, Olga Poliakoff, René Vautier en Frantz Fanon, J’ai huit ans (1961)

Bij zijn aanvankelijke publicatie werd de film J’ai huit ans met enorme controverse ontvangen. Het werk werd door de Frans politie in beslag genomen en de vertoning ervan was nog tot in 1973 verboden. De documentaire toont kindertekeningen, gemaakt in vluchtelingenkampen tijdens de Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog. Terwijl de ene gruwelijke scène na de andere de revue passeert, zijn de kinderen zelf aan het woord om hun tekeningen te verklaren. De Frans filosoof Frantz Fanon wist perfect wat hij deed toen hij deze aangrijpende getuigenissen verzamelde: oorlogsgruwel klinkt nog tien keer erger uit een kindermond.

Dat bewijst ook het filmpje, dat recent massaal op social media gedeeld werd, waarin kinderen herhalen welke racistische opmerkingen ze soms te horen krijgen. Precies omdat die harde woorden uit een kindermond komen, kunnen ze als bewustmaker zeker tellen. J’ai huit ans heeft een gelijkaardig effect. De tekeningen spreken voor zich, maar de getuigenissen van de makers doet stilstaan bij de psychologische effecten die een oorlog op lange termijn zou kunnen hebben.

 

Ritu Sarin & Tenzing Sonam, Burning Against the Dying of the Light (2015-2017)

Ritu Sarin & Tensing Sonam, Burning Against the Dying of the Light.

Ritu Sarin & Tensing Sonam, Burning Against the Dying of the Light.

Oorspronkelijk waren ze documentairemakers, maar gradueel evolueerden ze naar een meer artistieke aanpak. De werken van Ritu Sarin en Tenzing Sonam hebben bijna allemaal de bezetting en onafhankelijkheidsstrijd van Tibet als onderwerp. In De Garage in Mechelen vullen ze twee ruimtes met hun belichtingen en interpretaties van het conflict. Een film met eerder documentaire insteek toont een Tibetaanse non, die zeven jaar in een Chinese gevangenis doorbracht wegens het deelnemen aan een vreedzame protestmars. Na haar vrijlating kreeg ze politiek asiel in Brussel, waar ze nu verblijft. Naast de video worden een aantal Chinese wetten geprojecteerd die elk contact met Tibetanen, elke verering van de Dalai Lama en elke Facebookpost in verband met de Tibetaanse bezetting verbieden.

Een ander indrukwekkend stuk van dit duo is een traditionele gebedsmolen, waarin een video gemonteerd is in verband met de zelfverbrandingen van Tibetaanse monniken. De houten gebedsmolen is aan de buitenkant versierd met uitgesneden mantra’s en aan de binnenkant gevuld met gebedsteksten. De molen draait en regelmatig is een bel te horen die symbool staat voor het loslaten van zegeningen op de wereld. De zelfverbrandingen op zich is verontrustend, maar kadert ook in het boeddhistische geloof, waarin het lichaam niet heilig is. Het leven is dat wel, en is immers eeuwig en universeel. De verbranding van het lichaam wordt dus niet als een vernietiging gezien, maar als de constructie van een nieuwe vorm. Het contrast met de gebedsmolen benadrukt echter vooral de geweldadigheid ervan.

 

Ana Torfs, Anatomy (2006)

Tijdens een kunstenaarsresidentie in Berlijn, voerde Ana Torfs archiefonderzoek naar de moord op Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, oprichters van de Duitse Communistische Partij, in 1919. Ze vond een veelheid aan getuigenissen, die elkaar soms bevestigen en dan weer tegenspreken. In Anatomy, een installatie met in totaal drie video’s, grijpt ze dit voorbeeld aan om de rechtspraak als systeem in vraag te stellen. Vijfentwintig acteurs interpreteren de getuigenissen. Een filmopname van zeventien mensen in een aula evoceert de jury die op basis daarvan een oordeel moet vellen.

Door op de gezichten van de acteurs in te zoomen benadrukt Torfs de individuele menselijkheid van elk afzonderlijk jurylid. Een eigen achtergrond, een eigen visie, een eigen karakter – iedereen heeft een andere waarheid en zal getuigenissen op een eigen manier interpreteren, net zoals de getuigen ook een eigen versie van de gebeurtenissen geven. Torfs toont hiermee aan dat er niet één waarheid kan bestaan. Hoewel feiten heel relatief zijn, is dat waar het rechtssysteem op gebouwd is. Hoewel er niet één waarheid is, wordt er wel één eenduidig oordeel geveld. Ana Torfs legt met Anatomy de fragiliteit van dit systeem bloot.

Ana Torfs, Anatomy. ©Ana Torfs.

Ana Torfs, Anatomy. ©Ana Torfs.

 

Ho Tzu Nyen, NO MAN II (2017)

Ho Tzu Nyen, NO MAN II. ©Ho Tzu Nyen. 

Ho Tzu Nyen, NO MAN II. ©Ho Tzu Nyen. 

Volwassenen, kinderen, skeletten, anatomische figuren, avatars, farao’s, ruimtevaarders en veel meer anderen - allemaal tot leven gebracht met CGI - vormen samen een koor. Het lied dat ze zingen is een pleidooi voor samenhorigheid: “no man is an island entire of itself / every man is a piece of the continent”. Hun stemmen hebben iets bezwerends, waardoor je als kijker ook blijft kijken. Ho Tzu Nyen biedt in zijn film NO MAN II een poëtisch verruimd perspectief op ‘menselijkheid’.

De identificatie en definitie van het begrip ‘mens’ op politiek en/of juridisch niveau wil al eens afwijken van de werkelijkheid. Nyen weigert een binaire of zelfs maar begrensde blik te aanvaarden. De diversiteit van mensen is oneindig en toch vormen al deze unieke individuen ook samen een gemeenschap. NO MAN II is een pleidooi voor diversiteit, aanvaarding en humaniteit.

 

Otobong Nkanga, Reflections of the Raw Green Crown (2014) en Tsumeb Fragments (2015)

Met haar multimediale installatie in het Schepenhuis bevraagt de Nigeriaans-Belgische kunstenares Otobong Nkanga de omstandigheden en gevolgen van ecologisch kolonialisme. Haar video Reflections of the Raw Green Crown was eerder te zien in M HKA en staat stil bij mineralen die massaal aan de ene kant van de wereld worden ontgonnen, maar aan de andere kant van de wereld worden geconsumeerd. Ze legt een parallel tussen deze grondstoffen en haar eigen migratieachtergrond.

Otobong Nkanga, Reflections of the Raw Green Crown (film still). ©Otobong Nkanga. 

Otobong Nkanga, Reflections of the Raw Green Crown (film still). ©Otobong Nkanga. 

Naast de video maakt Nkanga met de mineralen ook een installatie, die specifiek ingaat op de ontginning van ertsen in de berg Tsumeb in Namibië. De nu verlaten mijn werd aanvankelijk manueel ontgonnen door de lokale bevolking, maar later industriëel geëcploiteerd door de Duitse kolonisatoren. De berg, die ooit de bijnaam Groene Heuvel droeg, maar nu de vorm van een gigantische krater heeft, is slechts een voorbeeld van de ecologische aspecten van kolonisatie. In een kleine bijhorende video vertelt een vroegere mijnwerker hoe de gevolgen voor het landschap en de lokale bevolking nooit overwogen werden.

In Huis De Clippel, een andere locatie van de biënnale, onderzoekt ook Susanne M. Winterling de ecologische impact van het ‘capitaloceen’. Eerder dan een aanklacht zoekt haar multimediale installatie een levensles in de ecologische solidariteit van sommige soorten. Met name sommige algen brengen het ecologisch overleven van andere soorten niet in gevaar door hun samenleving. Uit het gedrag van deze niet-menselijke actoren te onderzoeken probeert Winterling de aanzet te geven voor voorstellen van alternatieve maatschappelijke structuren.



Contour Biënnale 8: Polyphonic Worlds: Justice as Medium loopt tot 21 mei 2017 in het centrum van Mechelen. Meer informatie, zowel praktisch als theoretisch, is te vinden op de website.

 

Museum Boijmans Van Beuningen is 'Gek van surrealisme'

Tijdens Rotterdam Art Week opende in het Museum Boijmans Van Beuningen een nieuwe tentoonstelling over het surrealisme. De opening was dan ook een surreële belevenis: het museumpersoneel verkleed als kunstwerken van Dali of Magritte, steltenlopers, performances en te dure cocktails vernoemd naar kunstenaars. In dit decadente gekkenhuis was het over de koppen lopen om de tentoonstelling zelf te kunnen zien. Gek van surrealisme is niet zozeer een overzichtstentoonstelling, omdat het vertrekt vanuit vier private collecties. Roland Penrose, Gabrielle Keiller, Edward James en Ulla en Heiner Pietzsch waren allemaal gek van surrealisme.

De tentoonstelling 'Gek van surrealisme' opent in Museum Boijmans van Beuningen op 10 februari 2017. © Aad Hoogendoorn. 

De tentoonstelling 'Gek van surrealisme' opent in Museum Boijmans van Beuningen op 10 februari 2017. © Aad Hoogendoorn. 

Pedigree

De tentoonstelling vangt heel didactisch aan, met een creatieve introductiefilm. In de eerste zaal worden bovendien alle technieken eigen aan het surrealisme verklaard: grattage, frottage, cadavre exquis, etc. Het vervolg van de tentoonstelling lijkt echter niet te stroken met deze didactische insteek. De zalen zijn ingedeeld volgens de vier verzamelaars op wiens collectie deze tentoonstelling gebaseerd is. Elke zaal wordt overschaduwd door een groot portret van de verzamelaar(s) in kwestie, en een korte biografie.

Een aantal vragen dringt zich op bij deze vermenging van de museale en de private sfeer. Leidt de nadruk op de verzamelaars niet de aandacht af van de kunst? Gaan de inhoudelijke en artistieke relaties tussen de getoonde stukken niet gebukt onder de prestige die ze hun verzamelaars en mecenassen opbrachten? Volgens mij zouden de  kunstwerken beter tot hun recht komen in een scenografie die uitgaat van de kunst zelf, en niet van de pedigree of afkomst. De pedigree van een kunstwerk is uiteraard erg belangrijk, maar hoeft mijns inziens geen museale leidraad te zijn. De focus op de pedigree kan verkeerd begrepen worden als een focus op prestige, terwijl een museum er naar mijn mening toch net is om kunst publiek toegankelijk te maken, ongeacht de afkomst.

 

Verzamelaar, maar ook mecenas

Salvador Dali, Een paar met het hoofd vol wolken, 1936.

Salvador Dali, Een paar met het hoofd vol wolken, 1936.

Anderzijds is het historische belang van de verzamelaars in dit geval niet te onderschatten. Met name Edward James (1907-1984) bleek een rechtstreekse invloed uit te oefenen op de productie van Salvador Dali. James besloot zijn riante erfenis te wijden aan het kopen van kunst, maar beschouwde zichzelf ook als kunstenaar en dichter. Hij schoof Dali een maandelijkse toelage toe, in ruil voor zijn volledige artistieke productie. Bovendien werkten ze ook samen: James moedigde Dali onder meer aan tot het creëren van de wereldbekende White Aphrodisiac Telephone en de Mae West Lips Sofa. James was overigens zo gek van surrealisme dat hij een grote lap grond in Xilitla, Mexico kocht met de bedoeling er, samen met de lokale bevolking, een surrealistische tuin aan te leggen. De meeste sculpturen en architecturale elementen liet hij bewust onafgewerkt, zodat de natuur ze kon vervolledigen. Een ‘cadavre exquis’-achtig spel met Moeder Natuur dus.

Ook Roland Penrose (1900-1984) was zelf kunstenaar. Enkele werken van zijn hand zijn een waardevolle aanvulling binnen de tentoonstelling. Zijn Night and Day (1937) is duidelijk geïnspireerd op Delvaux en Magritte (Penrose neemt zelfs diens kenmerkende wolkjes over). De Brit trok naar Frankrijk om zich in het kunstenaarsbestaan te storten en maakte daar kennis met enkele surrealisten en kubisten. Toen hij een grote som geld erfde, besloot hij bevriende kunstenaars te ondersteunen. In 1936 organiseert hij samen met onder anderen André Breton, Man Ray, Paul Eluard en Henry Moore de London International Surrealist Exhibition, wat geldt als de eerste introductie van het surrealisme in het Verenigd Koninkrijk. Een jaar later koopt Penrose een galerie in London, waar hij surrealistische werken toont, en waarvan hij het dagelijkse beheer overlaat aan zijn goede vriend, de Belgische dichter E.L.T. Mesens.  

 

Acht thema’s

Hoewel de tentoonstelling grotendeels is gestructureerd rond de vier verzamelingen, is er ook een centrale, ellipsvormige ruimte, gewijd aan een thematische ordening van een aantal werken. Deze poging om de aandacht terug te brengen naar de kunst zelf lukt maar half. De acht thema’s lijken eerder willekeurig. Waarom past Max Ernst wel onder ‘onheilspellende landschappen’ maar niet onder ‘toeval’ en wordt aan Delvaux wel ‘poëzie’ toegeschreven, maar niet de ‘ongewone alledaagse realiteit’ waaronder men wel Magritte plaatst? De thema’s zijn slecht gekozen omdat ze de kunstenaars een wel heel nauwe definitie lijken op te leggen. Zo suggereert ‘De onheilspellende landschappen van Max Ernst’ dat Ernst nooit iets anders dan landschappen schilderde en brandmerkt ‘De paranoia van Dali’ de kunstenaar quasi als een paranoïde gek.

Het thema ‘Begeerlijke objecten’ lijkt een excuus om ook nog surrealistische sculptuur en readymades aan te brengen, waar die in de rest van de tentoonstelling eerder slecht vertegenwoordigd zijn. Nochtans speelde, vooral in de jaren 1930, de readymade een grote rol. Het gevonden object als sculptuur markeert een belangrijke wending in de moderne kunstgeschiedenis. In dit klein onderdeeltje van de tentoonstelling worden sculpturen en readymades echter onder dezelfde noemer geplaatst, wat de aandacht enigzins afleidt van het historische belang van die laatste, waarvan een van de meest iconische voorbeelden trouwens wel aanwezig is: het befaamde Cadeau (1921) van Man Ray.

 

Vrouwen op de achtergrond

Leonor Fini, Due donne, 1939.

Leonor Fini, Due donne, 1939.

En dan nog ‘Fabelachtige vrouwen’. Deze titel maakt het gebrek aan vrouwelijke vertegenwoordiging in de vier verzamelingen - en dus in de tentoonstelling - schrijnend duidelijk. Nochtans kunnen zeer bekende vrouwelijke kunstenaars surrealisten genoemd worden, zoals Frida Kahlo en Dora Maar. In dit thematje krijgen de minder bekende Leonora Carrington en Leonor Fini welverdiende aandacht, naast de mij wel bekende Dorothea Tanning. Het is overigens wel zo dat de originele ‘surréalistes’, het kliekje opgericht door André Breton, sterke criteria hanteerde voor wie erbij hoorde en wie niet, en dat vrouwen daarbij helaas vaak uit de boot vielen.

Leonora Carrington (1917-2011) bewijst met een aantal sterke stukken dat de afwijzing van de surrealisten onterecht was, maar haar stijl lijkt inderdaad in niets op die van haar surrealisten-collega’s. Werken als The Giantess (ca. 1947) en The House Opposite (1945) doen bijna boschiaans aan. Op dat laatste schilderij zijn bijvoorbeeld mensen met dierenhoofden en langgerekte ledematen te zien. Ook haar kleurgebruik, met veel bruin- en roodtinten, herinnert aan de Vlaamse primitieven. Wellicht had dit werk een te ouderwetse uitstraling om door de surrealisten gewaardeerd te worden, maar Carrington kwam ook net te laat. In de jaren dertig en veertig, wanneer zij de hier getoonde werken maakte, waren de hoogdagen van het surrealisme eigenlijk al voorbij. De kunstenares vond wel een geïnteresseerd publiek in Mexico, waar ze in de jaren dertig naartoe vluchtte vanwege de oorlog.

De schilderstijl van Leonor Fini (1907-1996) sluit dan weer perfect aan bij die van kunstenaars als Magritte en Delvaux. De van oorsprong Argentijnse kunstenares werd in de jaren dertig door Max Ernst bij de andere surrealisten geïntroduceerd. Hoewel ze aan enkele grote tentoonstelling deelnam, werd ze nooit volledig door de groep geaccepteerd. Op het schitterende Due Donne (1939), uit de collectie van Ulla en Heiner Pietzsch, beeldt Fini zichzelf af met brandende kaarsen en in het haar, terwijl haar goede vriendin Leonora Carrington haar door een sleutelgat in de gaten houdt.  

 

Veilige focus

Gek van surrealisme profileert zich, vooral bij de introductie, als een didactische tentoonstelling. Bijgeleerd heb ik zeker - de documentatie over de vier verzamelaars zal voor de meeste bezoekers vrijwel zeker nieuw zijn. Ook sommige kunstenaars of werken zijn minder gekend en daarom interessant om te ontdekken. Het surrealisme is echter een populaire stroming, die al dikwijls verkend, bestudeerd en gepresenteerd is. Het is dan ook jammer dat een groot instituut als het Boijmans Van Beuningen haar positie niet gebruikt om nog meer een nieuw perspectief te ontwikkelen of door te drukken. Akkoord, grote namen als Dali, Ernst, Delvaux en Magritte zijn terecht groot. Bovendien focust het Boijmans Van Beuningen op een minder gekend deeltje geschiedenis van deze alom bekende artiesten, namelijk de relaties met enkele belangrijke verzamelaars en mecenassen.

Anderzijds blijft het dan steeds om die beroemde namen gaan, terwijl de tentoonstelling toch aanleiding geeft om te denken dat het zo populaire surrealisme veel ruimer is dan Dali, Ernst, Delvaux of Magritte. De klemtoon komt te liggen op de grootste namen binnen privécollecties, eerder dan op de verdere exploratie van de kunststroming zelf, terwijl daar duidelijk ook nog veel te ontdekken valt. Ondanks kleine knipogen naar nieuwe inzichten - bijvoorbeeld een extreem bescheiden en vluchtige vermelding van enkele vrouwelijke kunstenaars, om zich toch maar van die verantwoordelijkheid te kwijten - speelt het Boijmans Van Beuningen heel erg op safe. Gek van surrealisme laat de verzamelaars met de eer lopen en toont bijgevolg geen inhoudelijk onderzoek, maar vooral een bevestiging van de glorie van Dali en co.

 

Gek van surrealisme loopt tot 28 mei 2017 in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. 

Archeologische kwajongensstreken: Nicolas Lamas bij mariondecannière in Antwerpen

 

In ‘up-and-coming’ kunstenaar Nicolas Lamas (°1980) schuilt een ondeugende kwajongen. De in Peru geboren Gentenaar toont objecten die op het eerste gezicht niets gemeen hebben in vindingrijke, conceptuele en aantrekkelijke installaties, die voor elke tentoonstelling uniek afgestemd zijn. Zijn prikkelende associaties ontlokken aan de bezoeker een nieuwsgierige glimlach, maar werpen ook pertinente vragen op over objecten die het menselijk bestaan vorm geven. 

Kinderspel

Op het eerste gezicht dompelt Lamas mariondecannière - een kunstruimte op de tweede verdieping van een herenhuis in hartje Antwerpen - onder in ordelijke chaos. Dierenhuiden, een droogrek, gebroken vazen, een versleten bedbodem… Vooral de vraag hoe sommige voorwerpen in hun huidige positie terechtkomen dringt zich op: hoe komt een motorhelm rond de buis van een metalen stelling? Wat doet dat struisvogelei in dat gat in de vloer? Waarom zit er een citroen tussen de veren van een metalen bedbodem? 

Verwaarloosde, versleten of kapotte voorwerpen sieren de galerieruimte in nieuw verzonnen associaties. Lamas gaat aan de slag met de geconstrueerde betekenissen die we dagelijks aan (gebruiks)voorwerpen toekennen. De agressie waarmee hij de gevonden objecten bevrijdt van wat hij hun “ideologische last” noemt, is nog duidelijk voelbaar, bijvoorbeeld in de verbrijzelde voorruit, gebroken vazen, gedeukte motorhelmen en versneden biljartballen. Door de voorwerpen van hun nut te ontdoen en ze in vrije - maar niet ondoordachte - combinaties te tonen, daagt Lamas de rigide betekenis- en nutscategorieën uit die we doorgaans kritiekloos aanvaarden. 

Delen van de presentatie hebben een speels en haast kinderlijk karakter. Zo doet de witte etalagekast met versneden biljartballen en andere kleurrijke elementen denken aan een trotse verzameling in een typische jongenskamer. De citroen tussen de veren van de bedbodem of de vaas bovenop de deur die op een kier staat lijken dan weer echte kwajongensstreken. Je zou bijna denken dat het kunstwerk pas compleet is wanneer een achteloze bezoeker de deur open duwt en de vaas in duizend scherven op de vloer smakt. “Maar uiteraard willen we geen gewonden,” benadrukt tentoonstellingsmaker Frederik Vergaert. 

 

Archeologie van het dagelijks bestaan

Nicolas Lamas, Ways to Organize the World #5, 2016. ©Meessen De Clercq

Nicolas Lamas, Ways to Organize the World #5, 2016. ©Meessen De Clercq

Op een schijnbaar willekeurige manier verspreidt Nicolas Lamas dagelijkse (een citroen, een overhemd) en minder dagelijkse voorwerpen (een butplug, een gedroogd visje in een potje dagcrème) in de tentoonstellingsruimte. De kleurrijke en vaak ietwat raadselachtige objecten treden op in een spel van associaties en contrasten. Zo staat de netheid van een Perzisch tapijt heel scherp tegenover de automotor die er bovenop staat, en staan ook een stelling en een beschilderde porseleinen vaas in schril contrast. De tegenstelling tussen natuur (de hoopjes aarde, de menselijke botten, het struisvogelei) en industrie (twee vaten met olie en water, de automotor, de airbags) is erg aanwezig. 

Lamas kent zowel aan natuurlijke als aan artificiële dingen een gebruiksgeschiedenis toe. Ongeacht hun oorsprong zijn alle objecten in de tentoonstelling gekenmerkt door transformatie en betekenisgeving door de mens. Met het uitvinden van nieuwe contexten en associaties suggereert Lamas dat de betekenisevolutie van de objecten ook doorgaat - wellicht krijgen ze in de toekomst een nieuwe betekenis of worden verschillende onderdelen hergebruikt in een andere context. Elke zekerheid met betrekking tot zintuiglijk waarneembare dingen is efemeer. Dat benadrukt de kunstenaar door in zijn tentoonstelling alternatieve ‘ephemeral conditions’ (“vluchtige voorwaarden”) voor te stellen.  

Lamas verklaart vooral geïnteresseerd te zijn in de “oorsprong en geschiedenis die ieder object bevat”. Die geschiedenis - een aaneenschakeling van betekenisgeving, plaatsing en verplaatsing, nuttiging en transformatie - is een menselijke projectie. Enkele grote ingelijste prints zijn de sleutels tot het ontcijferen van de presentatie, die een archeologie van het dagelijks leven genoemd kan worden. Tekeningen en codes verbinden foto’s van gevonden objecten. “Archeologie uit de Ikea,” noemt Frederik Vergaert het. De eenvoudige schema’s refereren aan wetenschappelijke tekeningen van opgravingssites, maar hebben inderdaad ook wat weg van een Ikea-handleiding voor het in elkaar zetten van uw nieuwe meubels. Lamas’ schema’s brengen de voorwerpen met elkaar in verband maar functioneren vooral als wegwijzer voor de interpretatie: de bezoeker weet nu dat de associaties met opgravingen, archeologie en de herinterpretatie van gevonden voorwerpen terecht zijn. 

Sommige combinaties van objecten werken op de lachspieren, andere relaties geven eerder een naar gevoel. In beide gevallen begint de extreme rigiditeit waarmee objecten psychologisch zijn onderverdeeld langzaam te dagen. Eerder dan van associaties zou men voor deze verzameling kunnen spreken van dissociatie, niet alleen in de zin van gefragmenteerde verbanden, maar zelfs in de psychologische zin van het woord: het verlies van elke samenhang wat betreft de zintuiglijke realiteit. In een vrij onopvallende hoek van de ruimte hangt een Afrikaans masker tegen de muur. Het gezicht is verwijderd en heeft plaatsgemaakt voor een gapend gat. Lamas neemt de identiteit van individuele objecten weg, maar verplaatst ze door de suggestie van een nieuw leven. Dankzij de ‘kwajongensattitude’ waarmee hij zijn voorwerpen zorgvuldig selecteert en uitstalt, gunt Lamas de bezoeker meer dan voldoende luchtigheid om de dissociatieve en agressieve kwaliteiten van de tentoonstelling te verteren. 


Nicolas Lamas, Ephemeral Conditions, nog tot 25 februari bij mariondecannière in Antwerpen. Meer informatie: http://www.mariondecanniere.com

Paraplu's en naakt: Saul Leiter in het FoMu

Saul Leiter (1923-2013) was van grote invloed op de moderne en hedendaagse fotografie. Zijn werk, vooral dat uit de jaren 1940 en -50, behoort tot een stijl die bekend raakte onder de noemer New York School of Photography. Toch bleef Leiter tot het einde van zijn leven relatief onderbelicht.

Onbekendheid is een privilege

Saul Leiter, Red Umbrella, 1958, ©The Estate of Saul Leiter.

Saul Leiter, Red Umbrella, 1958, ©The Estate of Saul Leiter.

De grote overzichtstentoonstelling die het FoMu dit najaar aan hem wijdt, opent met deze quote: “I have been ignored most of my life. I was always very happy that way. Being ignored is a great privilege.” De carrière van Saul Leiter is zeker succesvol te noemen. In 1954 maakte hij bijvoorbeeld deel uit van de tentoonstelling Emerging Talent, gecureerd door Clement Greenberg en vanaf de jaren 1950 werkte hij decennialang als modefotograaf voor onder meer Elle, Vogue, Esquire en Harper’s Bazaar. Hij heeft van zijn fotografie kunnen leven, iets wat maar weinig kunstenaars kunnen zeggen, maar wellicht kwam Leiters werk als kunstfotograaf door deze betaalde opdrachten op een laag pitje te staan.

Zijn modefotografie speelt slechts een kleine rol in de tentoonstelling in het FoMu, waar de nadruk ligt op Leiters pioniersrol binnen de ontwikkeling van de kleurenfotografie als kunstvorm. Hij begon namelijk al met kleurenfoto’s in 1946, toen er nog helemaal geen artistieke waarde aan toegekend werd. Leiter gebruikte kleurenfotografie meer bepaald om het New York van zijn tijd – gele taxi’s, kleurrijke verkeerslichten, gigantische billboards, rode paraplu’s, etc. – tot leven te brengen. Zijn beelden zijn dan ook iconisch en spreken enorm tot de verbeelding. Iederen die ooit al naar New York reisde, zal er het typische straatbeeld in herkennen, inclusief ondergetekende, die ten prooi viel aan een lichte vorm van nostalgie.  

In een beduidend aantal werken laat Leiter paraplu’s zien, die zelfs doorgaans de gezichten van menselijke subjecten verbergen. Slechts zelden brengt hij een persoon rechtstreeks of helder in beeld: als gezichten niet bedekt zijn door een paraplu, dan zijn ze wel vervaagd door sneeuw, mist of regen. Daarnaast fotografeert Leiter vele gezichten of objecten achter een (winkel)ruit, wat naast dat flou-effect ook zorgt voor een gelaagd beeld. Zijn citaat over de voordelen van genegeerd worden is dus niet uit de lucht gegrepen. Het lijkt een fundamentele houding, die ook in zijn werk prominent aanwezig is.

Open en bloot, maar toch niet helemaal

Eén van Saul Leiters 'painted nudes', ©The Estate of Saul Leiter / Sylph Editions. 

Eén van Saul Leiters 'painted nudes', ©The Estate of Saul Leiter / Sylph Editions. 

Leiters aantrekking tot het verborgene en het discrete lijkt in tegenspraak met een ander groot deel van zijn oeuvre, namelijk zijn naaktportretten. Een groot deel van de tentoonstelling wordt ingenomen door (mij totnogtoe onbekende) foto’s van verschillende vrouwen uit Leiters vriendenkring. Deze portretten behoren tot zijn minst gekende werken. In tegenstelling tot zijn straatbeelden van New York tonen deze werken wel het gezicht van de geportretteerde, en ook veel meer. Open en bloot, of toch niet?

Af en toe zijn de naaktportretten openlijk erotisch, maar dat is zelden het geval. De blikken van de geportretteerde dames zijn eerder verlegen of bescheiden, zich niet bewust van de camera of het oog van de kijker. Leiters behandeling van het vrouwenlichaam is eerder teder en gevoelig dan sexy. Verleiding is niet zijn intentie. Het daagt me dat zelfs het tegendeel waar is, wanneer ik iets verderop een groot aantal overschilderde foto’s zie.

Naast fotograaf was Saul Leiter immers ook schilder, al lijkt ook dat deel van zijn kunstpraktijk een beetje verborgen te zijn gebleven. In de tentoonstelling hangen gewone schilderijen – kleurrijke abstracte werken op Japans papier en van bescheiden formaat. De overschilderde foto’s zijn een ander paar mouwen. De verf ligt zo dik op de foto’s dat die nog amper als zodanig identificeerbaar zijn. Het onderwerp – naakten – is wel nog duidelijk. De kleurrijke verflagen nemen echter alle erotiek, lichamelijkheid en zelfs perspectief weg. Wat overblijft zijn haast cartooneske, semi-komische figuurtjes. Los van het feit dat ik niet bijster enthousiast ben over Leiters kleur- en verfgebruik in deze werkjes, trekt zijn verlegenheid zich ook hier door. De personen in zijn foto’s van New York zijn verborgen door paraplu’s, winkelruiten of weersomstandigheden; zijn naaktportretten door verf. Saul Leiter leefde als kunstenaar graag in de schaduw en hield ook zijn subjecten graag verborgen voor de rechtstreekse blik van de kijker. 

Sfeerbeeld van de opening van Saul Leiters retrospectieve tentoonstelling in het FoMu. 

Sfeerbeeld van de opening van Saul Leiters retrospectieve tentoonstelling in het FoMu. 

Een blauwe logica: Riley Harmon op het Bâtard Festival in Brussel

In Brussel liep van 2 tot en met 5 november het kunstenfesival Bâtard. Het beeldende luik van een programma dat verder vooral draaide rond performance, bestond uit de video-installatie A Method for Blue Logic van Riley Harmon. 

 

Bluescreen-blauw

Bij het binnenkomen van de Beursschouwburg zie ik een televisie op de grond staan. Ervoor liggen een tapijt en drie hoofdtelefoons. Op het scherm speelt A Method for Blue Logic van Riley Harmon. Ik ben meteen gebiologeerd door de beelden, waarin een zeer specifieke soort blauw prominent aanwezig is. 

De Bâtardfotograaf legde vast hoe ik gebiologeerd naar A Method for Blue Logic keek. ©Sarah Oyserman.

De Bâtardfotograaf legde vast hoe ik gebiologeerd naar A Method for Blue Logic keek. ©Sarah Oyserman.

Het blauw is precies de kleur van een ‘bluescreen’, een scherm in een filmstudio. De acteurs spelen hun scènes voor het blauwe scherm, en nadien worden computermatig andere decors in de beelden geplakt. De illusie is dan compleet. Precies over die illusie, of althans de verschuiving van perceptie, gaat A Method for Blue Logic

Het tijdsverloop van de film is cyclisch: het speelt af in een loop, en al gauw merk ik dat alle scènes zich in mijn herinnering lijken te vermengen. Een blond meisje loopt via een donkere tuin een filmstudio in, waar ze een gevoelige en dromerige versie van de klassieker Georgia On My Mind zingt. Een jongeman en een jonge vrouw zitten bij een meer en citeren een tekst over de  Ze bevinden zich duidelijk op een filmset: meerdere camera’s staan op hen gericht en een regisseur geeft aanwijzingen bij het script dat de jongeren in hun hand houden: “my comments are in blue”. 

Complotdenken

De onrechtstreekse aanleiding voor Harmons film is de dodelijkste ‘school shooting’ uit de geschiedenis van de Verenigde Staten. Op 14 december 2012 schoot een twintigjarige man twintig kinderen en zes volwassenen dood in een basisschool in Connecticut. Eén leerkracht redde haar klas door de kinderen in een badkamertje op te sluiten. 

Niet veel later kreeg kunstenaar Riley Harmon een e-mail, waarin hij verward werd met een actrice die kennelijk dezelfde naam draagt. Volgens de afzender zou deze actrice in opdracht van de Amerikaanse overheid de rol van de leerkracht die haar klas redde op zich genomen hebben en was het hele schietincident een complot. 

A Method for Blue Logic: screenshot. 

A Method for Blue Logic: screenshot. 

Stomverbaasd en een beetje bang ging Harmon op zoek naar meer complottheorieën in verband met dit incident, en stootte op ontelbare online fora waar mensen hun theorieën spuien en debatteren over de waarheid of fictie van bepaalde geruchten en verslagen. “Wat me na het uitpluizen van deze fora bijblijft, is dat het gemeenschappen zijn,” zegt Harmon. “Mensen komen er samen met één gemeenschappelijke factor: ongeloof over een traumatische en mysterieuze gebeurtenis. Hun complotdenken is een rouwproces, waarbij ze wanhopig proberen te begrijpen wat zich op die tragische dag afspeelde.” 

Fictie en perceptie

Bepaalde berichten die hij in deze online fora terugvond, gebruikte Riley Harmon als script voor zijn film, die ook een antwoord vormt op de bedreigende e-mail. Opvallend in de vele discussies was de herhaling van het woord ‘blauw’, ook de kleur van een bluescreen en bijgevolg de perfecte rode draad voor deze film. Bovendien staat de term ‘blue’ in het Engels ook voor ‘droevig’ of ‘melancholisch’, een emotie die misschien past bij de complottheorieën, die zich na een tragische gebeurtenis ontwikkelen. 

Het blauw van het bluescreen, van de replieken op de fora, van de jurk van het meisje dat Georgia On My Mind zingt, en het blauw van de kleren die de twee jongeren bij het meer dragen, maar ook het blauw van het tapijt waarop ik momenteel naar de video zit te kijken. Alles in A Method for Blue Logic wordt in dezelfde betoverende kleur van een alternatieve werkelijkheid, waar elke Hollywoodfilm begint, gehuld. 

A Method for Blue Logic: screenshot. 

A Method for Blue Logic: screenshot. 

Zowel films als complottheorieën bieden niet louter fictie. Ze wijzen ons erop dat er niet één werkelijkheid hoeft te zijn. Eerder dan feiten bestaan er vooral verschillende perspectieven om een bepaalde situatie te bekijken. Het blonde meisje in de blauwe jurk doet denken aan Alice in Wonderland, meer bepaald wanneer ze zich van een valse grasmat naar een echte tuin begeeft en daar een stukje van een buitensporig grote cake eet. Ook het boek van Lewis Carroll stelde de vraag naar alternatieve werkelijkheden: zijn we niet allemaal een beetje Alice wanneer we de dingen zien zoals we ze willen zien, of dingen anders, rooskleuriger, pessimistischer of nuchterder bekijken dan een gesprekspartner?

Het blauw dat zo prominent aanwezig is in Harmons film en in de discussies van de complotdenkers is niets anders dan zo'n alternatieve manier van kijken, bovendien ingegeven door gevoelens van rouw en onbegrip. Het meisje aan het meer bedekt de jongen met een blauwe trui alvorens hem te omhelzen. Ze zijn het niet noodzakelijk eens, maar hebben één ding gemeen: ze geloven in een alternatieve waarheid en proberen via hun gesprek een verklaring, een logica, te ontdekken. A Method for Blue Logic stelt met andere woorden films, fictie en complottheorieën voor als een ander perspectief op de wereld rondom ons: ze leren ons dingen anders te zien en zijn allemaal zoektochten; niet naar waarheid, maar naar iets wat steek houdt. Daarom past Riley Harmon film ook perfect bij het motto van het Bâtard Festival (uit een quote van Jean-Luc Nancy): "opening up a larger space (which is uncertain in its nature and direction." 

Het Wilde Westen vandaag: Mohamed Bourouissa in het Stedelijk Museum Amsterdam

Als je in Amsterdam bent, kan je niet om de fantastische en uitermate goed functionerende musea heen. Het Museumplein is winter en zomer volgestouwd met toeristen die vanuit alle hoeken selfies maken met de beroemde ‘I amsterdam’ sculptuur, of met studenten die op een van de vele bankjes een kleine lunch nuttigen. Het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Van Gogh Museum zijn er slechts enkele stappen van elkaar verwijderd en hebben voldoende te bieden om een hele dag met kunst te vullen. Zelfs in het bijzijn van Rembrandt, Rietveld en Van Gogh maakte de tijdelijke tentoonstelling van Mohamed Bourouissa in het Stedelijk een grote indruk.

Mohamed Bourouissa’s project Horseday ging in 2013 van start en loopt de facto nog steeds. De Frans-Algerijnse kunstenaar ontdekte en geraakte gefascineerd door de ruitercultuur in de Afro-Amerikaanse gemeenschap in Philadelphia, Verenigde Staten. Hij werkt regelmatig met deze gemeenschap van hedendaagse ‘cowboys’ samen en presenteert enkele video’s, foto’s en installaties nu in het Stedelijk.

De 'black cowboys' in Philadelphia. © Mohamed Bourouissa

De 'black cowboys' in Philadelphia. © Mohamed Bourouissa

De traditie van ‘black cowboys’ gaat al eeuwenver terug in het westen van de Verenigde Staten, met een sterke gemeenschap in Philadelphia. Bourouissa’s video’s tonen hoe ook vandaag cowboys te paard door de stad rijden, en bij het stoplicht stilstaan tussen auto’s en andere hedendaagsere voertuigen, en anderzijds hoe de jonge generatie haar paarden tot het uiterste verzorgt en deelneemt aan dessuurshows.

Vergeten cowboys

Mohamed Bourouissa, Horseday, installatie in het Stedelijk Museum, Amsterdam

Mohamed Bourouissa, Horseday, installatie in het Stedelijk Museum, Amsterdam

Bourouissa is lang niet de enige die zich geïnspireerd voelt door de ‘black cowboys’ in Philadelphia. Fotograaf Charles Mostoller maakte een serie over met name de adolescenten van deze gemeenschap. In zijn, bij momenten roerende, zwart-wit beelden is te zien hoe de introductie tot deze gemeenschap, en het langdurige engagement dat samengaat met paardrijden, vaak kansarme jongeren kunnen motiveren. Kunstenaars John Ferguson en Gregg MacDonald sloegen dan weer de handen in elkaar voor een documentaire film over de Afro-Amerikaanse ruiters. In “The Forgotten Cowboys” brengt het duo aan het licht dat ook in het Wilde Westen van de negentiende eeuw al ongeveer een op vier cowboys van Afro-Amerikaanse origine was. Het beeld dat Hollywood van de typisch blank cowboy ophangt, wordt dus stevig bijgesteld.

In deze tamelijk grote poel van kunstenaars die zich voor dit specifieke fenomeen interesseren, slaagt Mohamed Bourouissa zich te onderscheiden door werken van zijn eigen hand toe te voegen. Zo presenteert hij zijn documentaire videobeelden in een speciaal opgezette ruimte, waarvan de buitenmuren bedekt zijn met foto’s en advertenties voor paardenshow, maar ook aangevuld met objecten, geleend van de cowboys zelf. Daarnaast creëerde Bourouissa zijn eigen sculpturale installaties uit aluminiumplaten, waarin portretten van de cowboys verwerkt zijn.

 

Beleving van binnenuit

Het is duidelijk dat de interesse van de kunstenaar voornamelijk uitgaat naar de beleving van deze particuliere subcultuur. Aan al zijn werken is te voelen hoe hij de ‘black cowboy’ gemeenschap niet alleen bestudeerde, maar er deel van ging uitmaken. Diezelfde methode gebruikte Bourouissa al voor andere semidocumentaire werken, zoals een portrettenreeks van migranten in een wijk in Parijs, of een video over het gevangeniswezen, waarin te zien is hoe hij via (in amper verstaanbare slang uitgedrukte) sms’en nauw contact houdt met de gevangenen, en hen vraagt bepaalde elementen uit hun dagelijks leven te filmen. Steeds opnieuw probeert hij dus een bepaalde subcultuur van binnenuit te doorgronden om haar systemen te begrijpen. Het documenteren is voor Bourouissa, in tegenstelling tot zijn bovengenoemde collega’s die alles van op een afstand vastleggen, secundair. Wat van belang is, is de sfeer herscheppen die hij in een zeer specifieke subcultuur ervaarde. Dankzij de kracht van zijn fotografische en bewegende beelden, de sterke compositie van de tentoonstelling als één installatie, en de verwerking van rechtstreeks geïmporteerde objecten, is die sfeer ook voelbaar voor de toeschouwer.

Mohamed Bourouissa, The City, 2016. 

Mohamed Bourouissa, The City, 2016. 

 

 

Horseday van Mohamed Bourouissa loopt nog tot 1 januari 2017 in het Stedelijk Museum Amsterdam. 

De natuur in de stad en de natuur van de stad. Gustave Caillebotte

In het Madrileense Thyssen-Bornemiszsa Museum stond tot vandaag de expo "Caillebotte. Painter and gardener". Het is een kleine tentoonstelling, met heldere zaalteksten en een logische opbouw. Dat er schilderijen vol bloemen en groen te zien zijn, spreekt voor zich. Caillebotte werd vroeger trouwens vooral beschouwd als een weinig getalenteerd "klein broertje" van grote impressionisten als Monet, Van Gogh en Degas. Of dat zo is? Ik vind na het zien van deze tentoonstelling van niet.

The Seine and the Railroad Bridge at Argenteuil, 1885, olieverf op doek, Brooklyn Museum, Arthur M. Sackler Foundation donation © Brooklyn Museum

The Seine and the Railroad Bridge at Argenteuil, 1885, olieverf op doek, Brooklyn Museum, Arthur M. Sackler Foundation donation © Brooklyn Museum

Liefdevol schilderen

"Kijk naar dat blauw! Naar de manier waarop de brug in perspectief is gebracht! En naar dat schattige wolkje witte rook aan de horizon! Zie - de kleine veegjes bruin-rood op de pilaren, de ragfijne zwarte boompjes onder de brug en de lantaarns in wolken gehuld bovenop." Mijn ogen flitsen van hier naar daar bij het bekijken van Caillebottes brug over de Seine uit 1885. Ik ben niet per se geraakt door wàt er is afgebeeld (die bepaalde brug betekent voor mij echt helemaal niets), wel door het feit dat het met zo'n liefdevolle penseelstreek is dat Caillebotte deze afbeelding construeerde. En hoewel dat koele blauw typisch is zijn voor Gustave Caillebottes werk in de jaren '80 van de negentiende eeuw, straalt er toch een zeker warmte van af. Een warmte die te vergelijken valt met een omhelzing (om het ietwat pathetisch uit te drukken) van de kunstenaar met zijn onderwerp. En dus ook een beetje met wie er naar wil kijken.  

The Boulevard seen from above, 1880, olieverf op doek, privécollectie © Caillebotte Committee, Parijs

Natuur in/van de stad

Maar kom: een goed oog voor detail en het tonen van liefde voor zijn subject maakt van Gustave Caillebotte nog geen groot kunstenaar. Hoe zit het met de inhoudelijke dimensie van zijn werk? Gustave Caillebotte begon zijn carrière als schilder met het afbeelden van het moderne leven in Parijs. Via het typische top-down-perspectief, dat hij leende van de fotografie, schildert hij zo de nieuwe straten van Haussmann. Mannen met bolhoeden, vrouwen met paraplu's. The Boulevard seen from above uit 1880 geeft het zich op de kruin van een boompje dat zijn eerste lenteblaadjes lijkt te ontvouwen. De natuur in de stad wordt getoond samen met de natuur van de stad. En, zo blijkt uit zijn  vroege werk, dat lijkt goed samen te gaan.

Tuinieren, brieven schrijven, decoratiewerk

Later in zijn leven trekt Caillebotte weg van de grootstad en woont hij in Yerres, en later nog in Petit Generville, vlakbij Argenteuil. Daar onderhoudt hij samen met zijn broer een eigen tuin en ontwikkelt hij een echte passie voor tuinieren. Hij schrijft brieven naar Claude Monet over de kunst van tuinieren en schildert. Wanneer er in zijn tuin of serre iets bloeit, schildert Caillebotte onmiddellijk een doek vol. De aandacht voor het tijdelijke en veranderlijke van de natuur is typisch impressionistisch - schilders als Caillebotte, Monet en bijvoorbeeld Van Gogh trachten het moment te vatten; als een klik van een foto. In tegenstelling tot zijn collega-schilders werkt Caillebotte in een iets meer realistische stijl: zijn kleurenpalet sluit nauwer aan bij wat wij zien. Hij is dan ook sterk geïnspireerd door de fotografie.

Daisies, 1892, olieverf op vier panelen, © Brame & Lorenceau, Parijs

Daisies, 1892, olieverf op vier panelen, © Brame & Lorenceau, Parijs

Uiteindelijk vat Gustave Caillebotte ook het idee op om een gehele eetkamer te voorzien van handgeschilderde wanden vol bloemen (een project dat Monet inspireerde hetzelfde te doen in Giverny). Helaas overleed de schilder voor hij zijn grootse plan kon afmaken, en resteren er nu slechts nog enkele wandpanelen met margrieten. Ik schrijf bewust 'helaas', want dat late werk vond ik bijzonder ontwapenend. Zoals ik reeds opmerkte is het œuvre van Gustave Caillebotte er één vol liefde voor zijn subjecten: voor de natuur en bij uitbreiding voor alle dingen zoals ze zijn. Vrede met de wereld nemen, dat doet deze schilder. Zijn motto als botanist was misschien wel carpe diem

 

Een nieuwe banner voor de herfst: Whaam!

Whaam!, Roy Lichtenstein, 1963. Foto: © Tate, Londen, 2016

Elk seizoen veranderen de Ik kijk kunst website, de Facebook-pagina en de Twitter-account van banner-afbeelding. Deze herfst richten we - net als de media wereldwijd - onze aandacht op Amerika. Met de presidentsverkiezingen die daar in november zullen plaatsvinden, is de VS niet meer uit het nieuws weg te denken. Een geschikt moment voor een portie sixties pop art, nee?

Vandaag circuleerde op internet een filmpje waarin een heleboel celebrities alle Amerikanen aanmanen te stemmen. Met de campagne "Save The Day - Vote" roepen zo onder andere Scarlett Johansson, Robert Downey Jr. en Mark Ruffalo op om te registreren. Ze verwijzen in hun video impliciet ook naar Donald Trump wanneer ze met een gezonde dosis ironie verkondigen dat 'famous people' enkel tezamen komen voor echt grote problemen. In de lijst van zulke belangrijke uitdagingen worden de klimaatopwarming en ziektes genoemd, maar ook "a racist, abusive coward who could permanently damage the fabric of our society."

Whaam!, Roy Lichtenstein, 1963 (detail). Foto © Tate , Londen, 2016

Whaam!, Roy Lichtenstein, 1963 (detail). Foto © Tate , Londen, 2016

Maar het was niet die sneer naar Trump die me deed denken aan Roy Lichtensteins "Whaam!", een kunstwerk uit de collectie van Tate in Londen. Het was de vraag die de beroemdheden vlak daarna stelden: "Do we really want to give nuclear weapons to a man whose signature move is firing?" In de typische strip-tekstballon op "Whaam!" plaatste Lichtenstein twee zinnetjes over raketten die na afvuren door de lucht scheren. Op de rechterkant van het paneel zien we dan ook de crash van een vliegtuig in volle vaart. Het iconische beeld werd geschilderd in 1963, midden in de Vietnam-oorlog. Vandaag blijft het nog even relevant: 2016, Trump vs. Clinton - met op de achtergrond de gevechten tegen ISIS in Syrië. Om dan te bedenken dat de herfst elk jaar wordt ingezet met de Internationale Dag van de Vrede.

Zot Geweld/Dwaze Maagd

In het Mechelse Hof van Busleyden loopt tot 11 december een tentoonstelling rond Rik Wouters' sculptuur Zot Geweld (1912), een werk dat in het Frans ook bekend is als La vierge folle. In een vierkante museumzaal is elke hoek er volgens één thema ingericht: 'schoonheid', 'moraliteit', 'dans' en 'evenwicht'. Werken uit elke periode van de kunstgeschiedenis worden er gecombineerd tot een associatief maar betekenisvol geheel.

Wouters' Zot Geweld vanuit vier verschillende hoeken getekend. Een geslaagde huisstijl voor de expo Zot Geweld/Dwaze Maagd.

Wouters' Zot Geweld vanuit vier verschillende hoeken getekend. Een geslaagde huisstijl voor de expo Zot Geweld/Dwaze Maagd.

Nel (Hélène) Duerinckx danst vol overgave

Isadora Duncans choreografie werd blootsvoets uitgevoerd en de danseuses droegen een (sexy) klassiek Grieks geïnspireerd tenue. Ingrediënten genoeg om heel wat stof op te doen laaien - en om Wouters compleet betoverd achter te laten.

Wouters' sculptuur Zot Geweld toont Nel, zijn muze, dansend op één been. De inspiratie voor deze pose verkreeg Wouters na het zien van een dansvoorstelling van Isadora Duncan. Die laatste kunnen we gerust één van de grondlegsters van de moderne dans noemen. Ze danste aan het begin van de 20e eeuw geen klassiek ballet, maar ontwikkelde een eigen uitbundige en natuurlijke stijl. Haar choreografie werd blootsvoets uitgevoerd en de danseuses droegen een (sexy) klassiek Grieks geïnspireerd tenue. Ingrediënten genoeg om heel wat stof op te doen waaien - en om Wouters compleet betoverd achter te laten.

Wassily Kandinsky, Tanzkurven, 1926

Om die danshistorische achtergrond te illustreren, hangt er in de expo de affiche van de voorstelling die Nel en Rik Wouters in 1907 in de Muntschouwburg zagen. De combinatie van geschiedenis en kunst is terug te vinden in mooie gestileerde Tanskurven van Kandinsky. Dat essay komt uit de Antwerpse Hendrik Conscience bibliotheek, die onder andere ook een vijftiende eeuwse druk uitleende. Zoals reeds gezegd: er een bonte verzameling werken te zien!

Die zijn onderling allemaal associatief verbonden. Bij het thema dans brengt ons dat bijvoorbeeld bij een kleurrijk schilderij van Jules Schmalzigaug, een persoonlijke favoriet van KMSKA-museumdirecteur Manfred Sellinck. De commentaar op dat werk van danshistoricus Staf Vos (die de expo mee curateerde) is gevat en persoonlijk. Over Schmalzigaug's danszaal uit de belle-epoque schrijft hij dat het hem bijna voorkomt als een rave-party, "een werveling van lijven en sensaties". De kracht van dit deel van de expo ligt erin dat ik anders kijk naar dat Zot Geweld dat ik al zo vaak in het Middelheim in Antwerpen zag. Nu zie ik niet enkel een momentopname, maar beeld ik me ook de beweging die eraan vooraf ging (en op volgt) in. Zowel Kandinsky als Schmalzigaug dragen daaraan bij. 

Jan Sluijters, Naakte vrouw, 20e eeuw (© Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen)

'Evenwicht' en 'schoonheid'

Twee thematieken die, naar mijn mening, minder bijdroegen aan de expo, zijn 'schoonheid' en 'evenwicht'. Inhoudelijk vond ik deze iets te slap. Ze deden me niet anders kijken. Evenwicht is onlosmakelijk verbonden aan dans en kon misschien daarin geïntegreerd worden. Schoonheid wordt op een al te gemakkelijke manier behandeld - slechts één (weliswaar schitterende!) sculptuur van Rodin gaat over innerlijke schoonheid. Mannelijk schoon? Bijna niet te zien.

Dat betekent niet dat de helft van de expo gewoon over te slaan is. Hoewel de thema's misschien niet veel bijdragen aan een nieuwe kijk op de sculptuur van Rik Wouters, worden er wel erg mooie en boeiende werken getoond. Op zichzelf blijven deze werken echt hun mannetje staan. Jan Sluijters' Naakte Vrouw is altijd al één van mijn favorieten geweest. Een felroze vrouw draait haar rug naar de schilder, haar kleren vallen op de grond. Een kunstwerk dat het spel van de verleiding perfect afbeeldt, vind ik. Verder zien we nog Modigliani, Lucas Cranach, Marlène Dumas... 

Ik zie een vrouw die onbeschaamd met armen en benen in de lucht aan het dansen is. Independent woman! En ja, dat is een Beyoncé-referentie.

La vierge folle, de Dwaze Maagd

Terug naar Wouters' sculptuur. Die kreeg voor 1912 in het Frans een andere naam en dat zorgt ervoor dat de betekenis ook verandert. In La vierge folle zit een zeker moreel oordeel verwerkt, namelijk dat over een maagd die dwaas (onkuis?) is. Isadora Duncans dans werd opgevoerd met een doorschijnend tenue - geen klassiek korset - en dat zorgde al voor voldoende polemiek. Wouters' Nel is helemaal bloot! 

Grijpt Wouters terug naar de klassieke verhalen over Dionysische vrouwen die in de bossen dansen? In de hoek over dans wordt daar alvast een link naar gelegd. Maar de Dwaze Maagd komt van méér dan het Dionysische alleen. Het luik over moraliteit toont een affiche voor een parfum dat 'La vierge folle' heet. Henri Bataille schreef in 1910 een theaterstuk met dezelfde titel. Dat werd in Antwerpen opgevoerd en gepromoot met een liggend naakt op de affiche. We kunnen besluiten: deze titel is duidelijk ingebed in een historische context. 

Rik Wouters, Rustende vrouw, 20e eeuw (© Koninklijk Musuem voor Schone Kunsten Antwerpen)

Rik Wouters, Rustende vrouw, 20e eeuw (© Koninklijk Musuem voor Schone Kunsten Antwerpen)

Twee tekeningen van Wouters laten zien dat hij de grens tussen onschuldig en "verdorven" naakt aftast. Herwig Todts schrijft over Wouters' Suzanna en de grijsaards dat zij het tegenovergestelde is van de dwaze maagd: ze is een kuise vrouw die ten onrechte van overspel wordt beticht. De aquarel Rustende vrouw (Nel) toont een totaal ander type. Met hoge kousen en een halsketting doet ze denken aan Manets Olympia, nog zo'n symbool van verleiding. De ene tekening beeldt een Bijbels verhaal af waarin de vrouw zich schaamt voor haar naakte lijf, de andere toont een liggende Nel die haar eigen seksualiteit omarmt.

Beyoncé en Nel (Zot Geweld): 'owning their sexuality'?

Beyoncé en Nel (Zot Geweld): 'owning their sexuality'?

Opnieuw kijk ik anders naar de sculptuur in het midden van de ruimte. Ik zie een vrouw die onbeschaamd met armen en benen in de lucht aan het dansen is. Independent woman! En ja, dat is een Beyoncé-referentie. Ook de oproep dat 'women should own their sexuality' werd in 2014 door "Queen Bey" de wereld in gestuurd. Is dat niet exact wat Nel, ons zot geweld, doet? Het is in ieder geval een oproep die in feministische milieus (met name in de Black Feminism beweging) veel heeft losgemaakt.

Rik Wouters moet in 1912 ook doorgehad hebben dat zijn muze niet beschaamd is of hoeft te zijn. Hij ruilde toen zijn titel Dwaze Maagd voor Zot Geweld in. De sculptuur waarrond de expo draait wordt aan de hand van het thema 'moraliteit' een symbool voor de vrije beleving van seksualiteit, geslacht terzijde. Rik en Nel: beiden vol lust, vol liefde, vol vitalisme. Een tijdloos feministisch statement? Ik kijk er na Zot Geweld/Dwaze Maagd alvast anders naar. 

De vele gezichten van Congo - Kinshasa

Nog drie weken is er in Wiels de tentoonstelling Urban Now: City Life in Congo te zien, een absolute aanrader om deze zomer te bezoeken. Het is niet voor het eerst dat er werken over Congo in Wiels te zien zijn: kunstenaars als Vincent Meessen, Sven Augustijnen en ook Renzo Martens tonen Congo in hun werk. Het is wel een primeur om Congo te zien vanuit het perspectief van een kunstenaar die daar is opgegroeid: Sammy Baloji. Samen met antropoloog Filip de Boeck creëerde hij deze tentoonstelling die zich concentreert op Kinshasa en de wijze waarop mensen in de hoofdstad samenleven.

Kijken met liefde

Sammy Baloji is fotograaf en tevens heeft hij videoclips gemaakt. Hoewel het niet onder stoelen of banken wordt geschoven dat Kinshasa problemen kent, benadert de kunstenaar de stad in deze tentoonstelling vooral met een liefdevolle blik die de toeschouwer probeert te wijzen op de niet direct zichtbare aspecten van een hoofdstad en cultuur die de afgelopen eeuwen turbulente veranderingen heeft doorgemaakt.
Deze liefdevolle blikt toont ons hoe op het eerste gezicht uitzichtloze situaties creatief omgevormd kunnen worden tot nieuwe hoopvolle situaties, hoe de betekenis van de stad en het landschap continu in beweging is waardoor sommige mensen hun woonplaats moeten verlaten om plaats te maken, en tenslotte hoe de eeuwenoude tradities hun eigen plaats vinden te midden van de nieuwe tradities die het kolonialisme met zich meebracht. Ondanks deze serieuze thematiek blijft de tentoonstelling licht en in sommige gevallen humoristisch, alsof de fotograaf zichzelf verwondert over de situaties die hij aantreft en documenteert.

De vele gezichten van Kinshasa

Sammy Baloji, Boulevard Lumumba, Municipality of Kimbanseke, Kinshasa, 2013

De tentoonstelling bestaat uit verschillende groepen werken, die allen hun licht laten schijnen op specifieke plaatsen in Kinshasa. Zoals de introductie bij de tentoonstelling aangeeft, heeft niet alleen de komst van het kolonialisme maar ook het vertrek van de kolonisten veel impact gehad op de ontwikkeling van de stad als een plaats om samen te leven: De komst van de kolonisten kan niet ongedaan worden gemaakt door hun vertrek. De foto’s aan het begin van de tentoonstelling tonen hoe reclame borden zich als vervreemde utopieën in de stad bevinden; de situaties op de reclame borden tonen idealen die niet corresponderen met de werkelijke situatie in de stad, die direct zichtbaar is om de reclame borden heen. Tegelijkertijd lijken de reclamebeelden te zeggen dat het idealen zijn die nagestreefd willen worden, en dus verbonden lijken te zijn aan een gedeelde collectieve waarde.

Sammy Baloji, Echangeur, Municipality of Limete, 2013

Ook de architectuur die werd achtergelaten door de kolonisten vindt een nieuwe betekenis. Het promotiefilmpje uit Dubai van de bouw van het eiland Le Cité du Fleuve in Kinshasa toont ons een luxueus beeld van de stad dat niet overeenstemt met de nieuwsbeelden waaraan we zo gewend zijn geraakt. Desalniettemin vertegenwoordigt ook dit filmpje Kinshasa, alhoewel afgevraagd kan worden of het ooit werkelijkheid zal zijn. Wat de foto’s met de reclameborden en dit promotiefilmpje in ieder geval wel tonen is hoe documentaire beelden betekenis verkrijgen in relatie tot de context waarin ze worden getoond, en niet een vaste betekenis of interpretatie kennen. Kinshasa kent inderdaad vele gezichten.

Ik vermoed dat de traditie van de landchefs waarschijnlijk niet de enige traditie is die een plek heeft gekregen in de nieuwe wereld.

Zaal twee: landchefs

De fotoserie van de landchefs in de tweede zaal toont dan weer een eeuwenoude traditie die door de kolonisten wellicht niet is gekoesterd maar die nog wel op zijn eigen manier bestaat. De landchefs hebben de zeggenschap over bepaalde stukken land en deze zeggenschap wordt van generatie op generatie doorgegeven.

De fotocamera toont de landschefs ieder met hun eigen attributen die hun legitimiteit tonen en de positie van de camera benadert de landchefs op gelijkwaardig en eerbiedig niveau, zonder dat teveel te forceren. Hierdoor lijkt de camera de toeschouwer voorzichtig te willen wijzen op dit overblijfsel van een eeuwenoude cultuur, ons de schoonheid ervan te willen tonen en een oprechte nieuwsgierigheid te willen opwekken in plaats van actie te verwachten van de toeschouwer of de toeschouwer richting een interpretatie te duwen. Geen ‘poverty porn’, maar een blik die suggereert hoe het leven door andere mensen wordt ingevuld.
Terwijl ik naar de landchefs op de foto’s kijk ontvouwt zich bij mij de realisatie dat bij de aankomst van Stanley reeds een ontwikkelde beschaving aanwezig was waarvan veel aspecten door het kolonialisme ten dele zijn verdwenen, niet zijn (h)erkend en gekoesterd en ook niet als zodanig bekend zijn in België. Tegelijkertijd tonen de portretten dat deze traditie niet verdwenen is, alhoewel het een nieuw jasje heeft gekregen. Ik vermoed dat de traditie van de landchefs waarschijnlijk niet de enige traditie is die een plek heeft gekregen in de nieuwe wereld.

Filmstill uit Sammy Baloji, Fungurume/Pungulume video, 2016

Eén van deze landschefs is ook te zien in het nieuwe videowerk Fungurume/Pungulume. Het is bijzonder om te zien hoe Baloji erin slaagt om een serieus onderwerp, namelijk de gevolgen van de kolonisatie, op lichte en zelfs humoristische wijze te tonen en de mensen in de film een oprecht podium te bieden om hun verhaal te vertellen. Opnieuw wordt er geen oordeel geveld, er wordt geen mening opgedrongen of iets van de toeschouwer verwacht. Eén van de gefilmde mannen zegt een lange lijst op van de voorgangers van de huidige landchef, en wanneer hij aan het einde concludeert dat hij de titel ‘Mpala’ vergeten is begint hij weer opnieuw, wat meerdere toeschouwers aan het lachen maakt. Alhoewel het betreffende land inmiddels ter deel is gevallen aan de mijnenindustrie, is deze traditie nog steeds niet verbroken; in plaats daarvan krijgt ze een plaats in de nieuwe wereld. De landchef draagt geen lokale kleding, maar wel glimmende schoenen.

Het videowerk toont hoe het oude en het nieuwe naast elkaar een plek vinden en een nieuwe cultuur vormen. De beschrijving van de mythe van Fungurume, het landschap en de geschiedenis van de voorouders wordt geconfronteerd met beelden van de graafmachines die nu op diezelfde plek aan het graven zijn. Ik merk op dat de beschrijving van de geschiedenis van deze plek niet correspondeert met de beelden van de graafmachines: Ik vraag me zelfs af of de beschrijving van de landchef wel over hetzelfde landschap gaat? De graafmachines lijken eerder elementen te zijn uit een science-fiction film dan werkelijkheid. Hiermee lijkt Baloji lichtjes te refereren aan de thematiek van de schuldige landschap. De gebeurtenissen die plaatsvonden in dit landschap zijn  bedolven geraakt onder de hedendaagse toestand.

Aan het einde van de tentoonstelling kan ik niet ontkomen aan het gevoel dat deze tentoonstelling een tipje van de sluier heeft opgelicht van een onbekende wereld en cultuur.

De tentoonstelling bevat nog veel andere elementen die betrekking hebben op de dynamiek van de stad, de creativiteit waarmee mogelijkheden worden gevonden om te leven en de mengeling van het oude en het nieuwe. Aan het einde kan ik niet ontkomen aan het gevoel dat deze tentoonstelling een tipje van de sluier heeft opgelicht van een onbekende wereld en cultuur, en kan ik me alleen maar verheugen op toekomstige tentoonstellingen in België waarin de voormalige kolonie Congo op deze lichte en eerbiedige manier getoond wordt. 

Het Straatje van Vermeer 'thuis' in Delft

Dankzij een bijzondere samenwerking tussen het Rijksmuseum in Amsterdam en Museum Prinsenhof Delft was het tijdelijk mogelijk Het Straatje van Vermeer te zien in de stad waar hij het rond 1658 op het doek zette. Johannes Vermeer is één van ‘s Nederlands grootste schilders en had een voorkeur voor tijdloze en ingetogen momenten. Het Straatje van Vermeer is één van zijn meesterwerken en wordt zelden uitgeleend door het Rijksmuseum. Ze hebben dan toch een uitzondering gemaakt...

Deze kans kon ik niet laten liggen. Enerzijds aangezien ik echte ‘Delvenaar’ ben, net zoals Johannes Vermeer, en anderzijds omdat Vermeer al langer een held van mij is. Dat is zo omdat hij Delft op de kaart en het doek heeft gezet. Daarmee doet hij de Prinsenstad eer aan. En zeg eens eerlijk, wie wil dit werk niet eens in het echt zien?

Johannes Vermeer, Het Straatje, ca. 1658 (© Rijksmuseum, Amsterdam)

Johannes Vermeer, Het Straatje, ca. 1658 (© Rijksmuseum, Amsterdam)

Wie is Johannes Vermeer?

Laat ik aanvangen met het schetsen van de context rond Vermeer. Historisch kan hij geplaatst worden in de Nederlandse Gouden Eeuw. Hij schilderde graag momenten die in eerste instantie misschien als nietszeggend werden bestempeld, maar bij nader inzien (en met wat fantasie) wel een verhaal vertellen. Denk maar aan zijn bekende werk Meisje met de parel. Dat schilderij laat een opvallend vrouwengezicht zien en het (fictieve) verhaal erachter is zelfs voor het witte doek verfilmd.

Qua kleuren ging Vermeers voorkeur uit naar ultramarijn en loodtingeel. Men vermoedt dat Johannes Vermeer hierin beïnvloed werd door Hendrick ter Brugghen. Vermeer vond deze kleuren prachtig en zag Hendrick ter Brugghen als een voorbeeld.

Johannes Vermeer, Gezicht op Delft, ca. 1660-1661 (© Mauritshuis, Den Haag)

Vermeer schilderde in totaal zo’n 45 schilderijen waarvan er 35 schilderijen bewaard zijn gebleven. Dit houdt in dat hij ongeveer 2 à 3 doeken per jaar produceerde. Bekende werken van Vermeer zijn bijvoorbeeld:

Gezicht op Delft is een favoriet van mij. Momenteel hangt dit werk in het Mauritshuis in Den Haag. De dynamiek in dit werk is heel wonderlijk en spreekt echt tot mijn verbeelding. Let op de beweging in het water en hoe gedetailleerd Vermeer hierin te werk is gegaan!

 Nu zijn deze werken algemeen bekend, maar Vermeers werk werd eigenlijk pas ver na zijn dood gewaardeerd. Zijn bekendheid kreeg pas vorm rond 1866 toen een bekende Franse journalist genaamd Théophile Thoré-Burger zijn werk uitgebreid onder de loep nam. Die besteedde veel aandacht aan de stijl en eigenheid van Vermeer, betitelde hem als miskend genie en gaf hem de bijnaam ‘De sfinx van Delft’. ‘Sfinx’ verwijst naar het ‘mysterie’ waarmee Vermeer omringd is: hij liet weinig werken na en er is niet veel bekend over zijn leven.

Het Straatje van Vermeer - nu en toen

Het Straatje is één van de twee Delftse stadsgezichten die Vermeer schilderde. Het beeldt een zicht op een klein steegje uit, met delen van enkele huizen in Delft. Het gewone leven in de stad is hier duidelijk het thema. In het midden van het schilderij zie je een schrobgoot, wat aangeeft dat beide panden op dit schilderij dichtbij een Delftse gracht lagen.

Ik ben zelf nog eens door de daadwerkelijke straat gelopen en heb geprobeerd de sfeer te proeven en mezelf even terug in de tijd te plaatsen. Het is eigenlijk echt een bijzonder en fijn gevoel om voor een grachtenpand te staan dat ooit door Vermeer geschilderd werd - op een plek waar hij dus zelf ook ooit stond!

Ik ben zelf nog eens door de daadwerkelijke straat gelopen en heb geprobeerd de sfeer te proeven en mezelf even terug in de tijd te plaatsen.

De aanleiding voor de hernieuwde aandacht voor Het Straatje van Vermeer is dat men lange tijd veronderstelde dat het een pand aan de Nieuwe Langendijk 22-26 was. Dit pand is in 1982 voor nieuwbouw afgebroken en dus niet meer herkenbaar.

Toch heeft gedegen onderzoek kunnen uitwijzen dat het pand ergens heel anders in Delft was.

Detail van de Penspoort (Johannes Vermeer, Het Straatje, ca. 1658 - © Rijksmuseum, Amsterdam)

  • Ontdek hier de oude locatie van Het Straatje van Vermeer.
  • Ontdek hier de nieuwe locatie van Het Straatje van Vermeer.

 De Penspoort

Het poortje dat op het werk van Vermeer te zien is, werd vroeger ook wel de Penspoort genoemd. Het rechterhuis was eigendom van een tante van Johannes Vermeer. Deze vrouw, Ariaentgen Claes van der Minne, verkocht pens, zoals dat vroeger vaker werd gedaan. Zo kreeg de poort naast het huis de naam de Penspoort.

Het Straatje was tot 17 juli weer “thuis" en te aanschouwen in Museum Prinsenhof te Delft. Het hangt binnenkort terug in het Rijksmuseum, maar voor wie in Delft is: loop toch ook eens onder dat poortje door!

De triomfantelijke elegantie van Alexander Calder in Fondation Beyeler

Voor je werk naar een buitenlandse stad reizen en er aan verplichte museabezoeken onderworpen worden. Er bestaan wel ergere dingen. Nog nooit was ik bij een dergelijke gelegenheid echter zo met stomheid geslagen als toen ik Fondation Beyeler in Basel, Zwitserland bezocht. Dit moet een van de allermooiste musea ter wereld zijn. Naast de prachtige architectuur, zinderende lichtinval en fenomenale vaste collectie, kreeg ik er ook een uiterst geslaagde tentoonstelling van Alexander Calder en Fischli/Weiss te zien.

Vast collectie

Ernst Beyeler werd geboren in Basel, studeerde kunstgeschiedenis en economie en werd een van de voornaamste verzamelaars van moderne Europese kunst. Fondation Beyeler werd in 1982 gesticht door Beyeler en zijn vrouw Hilda, en ondergebracht in een gebouw van architect Renzo Piano. Tot de vaste collectie behoren klinkende namen als Piet Mondriaan, Pablo Picasso, Mark Rothko, Alberto Giacometti, Andy Warhol, Claude Monet en Louise Bourgeois.

Claude Monet, Le Bassin des Nympéas (detail). 

Claude Monet, Le Bassin des Nympéas (detail). 

Toch was het niet de collecte an sich die me in Basel omver blies; wel de presentatie en het perfecte samenspel van de kunstwerken met de architectuur. Het ultieme voorbeeld is de zaal met het werk “Le bassin aux Nymphéas” (1917-1920) van Claude Monet. Het werk bestaat uit drie canvassen en neemt een hele muur in beslag. Het is het enige kunstwerk in de ruimte. Aan de overkant staat enkel een comfortabele bank waar je van het uitzicht kan genieten. Door de gigantische glazen wand die de ruimte begrenst, krijg je zicht op een prachtige beeldentuin, waar het zonlicht op het glooiende gras valt. Het is moeilijk kiezen tussen de lonkende rust daarbuiten en de deels door natuurlijke zonnestralen verlichte vijver van Monet. Dankzij de vergelijking valt het des te meer op dat Monet als enige kunstenaar écht het licht heeft weten te vangen.

Calder en Fischli/Weiss

Alexander Calder werd geboren in Pennsylvania en was de zoon en kleinzoon van beeldhouwers. Zelf vatte hij ingenieurstudies aan. die hem later als kunstenaar dudielijk van pas zijn gekomen. Calder is uiteraard bekend voor zijn mobielen. Dit zijn beweeglijke metalen sculpturen die aan het plafond bevestigd zijn of op een sokkel staan. In de tentoonstelling in het Beyeler zijn echter ook gewone beeldhouwwerken van Calder te zien - die hij ‘stabielen noemde - en zelfs schilderijen. 

Een 'wire figure' van Calder. 

Een 'wire figure' van Calder. 

Ik was nog niet eerder bekend met Calders “wire figures”, sierlijke en verfijnde sculpturen gemaakt van één sliert buigzaam metaal. Aanvankelijk lijken het tekeningen tegen de witte muur, maar bij nader inzien komen ze er los van en bewegen ze zich in de ruimte. Ze staan voor wat Calder wil bereiken: de bevrijding van de singuliere lijn. In zijn mobielen maakt het perspectief zich volledig los van de zwaartekracht.

Fondation Beyeler plaatst Calders werken bovendien in dialoog met het oeuvre van het Zwitsers kunstenaarsduo Fischli/Weiss. Peter Fischli en David Weiss hanteren een drogere en minder poëtische visie dan Calder. De gemeenschappelijke deler tussen beide oeuvres is het onderzoek naar de zwaartekracht. Van Fischli/Weiss zijn in de tentoonstelling een heleboel fotografische werken aanwezig, die hun experimenten met de zwaartekracht en de natuurlijke orde van de dingen documenteren. Ze gaan echter niet zo ver dat ze hun werken compleet van de aarde losmaken, zoals Calder dat deed. De werken van Fischli/Weiss hebben meer iets van een experiment, waar Calder eerder een visueel gedicht lijkt te beogen.

Het poëtische van Calders werken schuilt niet enkel in de inspiratie die hij in de natuur vindt, maar vooral in het feit dat zijn mobielen effectief zweven. De werken overstijgen op die manier letterlijk de blik van de toeschouwer; ze zijn er niet aan onderworpen maar hebben aan autonoom bestaan. De uitzonderlijk verzorgde belichting in Fondation Beyeler - het hele plafond bestaat uit een soort gefilterde lichtbakken - doet de poëtische elegantie van Calders oeuvre alle eer aan.

 

 


De tentoonstelling ‘Alexander Calder & Fischli/Weiss’ loopt nog tot 4 september 2016 in Fondation Beyeler, Riehen/Basel, Zwitserland.

 

 

 

 

 

Sculptuur en/of meubel? Het transparant design van Muller Van Severen

Het designerduo Muller Van Severen toont bij Gallery Valerie Traan in Antwerpen studies voor het OFFICE Solo House. Architectenbureau OFFICE kreeg immers de opdracht een vakantiehuis te bouwen in Horta de San Juan, ten zuiden van Barcelona, waarop Muller Van Severen de aankleding mocht verzorgen. Het gaat overigens om een familiesamenwerking: OFFICE staat onder leiding van Kersten Geers en David Van Severen, en Fien Muller en Hannes Van Severen (broer van David) zijn naast collega's ook levensgezellen.

OFFICE Kersten Geers David Van Severen, Solo House, © Muller Van Severen

OFFICE Kersten Geers David Van Severen, Solo House, © Muller Van Severen

Een maquette van het Solo House maakt meteen de filosofie van de designers duidelijk. Het huis bestaat uit een grote cirkel, waarvan het midden een grote patio is. Er zijn vier vaste ruimtes in het huis. Daartussen zijn verplaatsbare wanden. Binnen en buiten zijn dus zeer flexibele begrippen voor OFFICE. Dit vocabularium nemen Fien Muller en Hannes Van Severen over in hun behandeling van de meubels.

De meubels zijn gemaakt uit metalen rasters. Ze ogen dus niet massief en je kan er gewoon doorkijken. Ze zijn transparant en dringen zich niet aan de architectuur op, net zomin als het Solo House zich niet aan de natuur opdringt. Het materiaal verleent de meubels een lichte indruk, hun vorm geeft hen een speelse look. Muller Van Severen gebruiken namelijk weinig strakke lijnen, maar eerder bogen en vlakken.

Functie en kunst

Deze tentoonstelling verbeeldt vooral waar het in design om draait. De meubels van Muller Van Severen zijn niet louter functioneel, maar staan ook als sculptuur perfect hun mannetje. De ruimtes van Gallery Valerie Traan zijn extreem geschikt voor het tonen van de stukken in beide opzichten: er zijn voorbeelden op een witte sokkel, die de bezoeker uitnodigt hen als puur kunstwerk te beschouwen, maar evengoed zijn er de stukken waar je gezellig in achterover kan zakken. De metalen structuur geeft zachtjes mee en biedt een verbazend comfort.

Al helemaal interessant vanuit functioneel oogpunt zijn de meubels die zowel tafel als stoel zijn. Functionaliteit heeft bij Muller Van Severen zeker een streepje voor, maar het esthetische aspect wordt nooit uit het oog verloren. Wellicht met het oog op de Spaanse patio, werden ook enkele stukken ontworpen voor buiten. Deze meubels zijn van inox en worden bovendien in een vrolijke kleur gelakt. Ook voor het tonen van deze versies is Gallery Valerie Traan de perfecte locatie: de ligstoelen in het tuintje en op het dakterras stralen een uitnodigende vakantiesfeer uit.

De nieuwe ontwerpen van Muller Van Severen voelen zich duidelijk goed op de grens tussen kunst en functie, sculptuur en meubel. Die grens vervaagt bijgevolg en laat de transparantie meubels vrij. Hun lichtheid en eenvoud maakt de stukken multifunctioneel en multi-inzetbaar in elke architectuur of interieur. Functie en vorm zijn dan ook perfect in harmonie.

 

'MULLER VAN SEVEREN studies for the Office KGDVS Solo House' loopt nog tot 25 juni 2016 bij Gallery Valerie Traan in Antwerpen. 

Barricades van Luc Deleu: van maquette naar life-size

Naar aanleiding van het Antwerp Art Weekend (20-22 mei) zag ik in de Annie Gentils Gallery werk van Luc Deleu en zijn bureau T.O.P. OFFICE. De eigenares van de galerie vertelde me toen over een tentoonstelling die vandaag opent in het Raversyde-domein nabij Oostende. De titel van die expo is 'Manmade. Hedendaagse kunst over de relatie tussen mens en aarde'. Wie dat leest, denkt inderdaad aan Deleu en zijn geëngageerde artitecture (ik weet het, dat woord bestaat niet)...

Deleu en T.O.P. OFFICE zijn al jaren bezig met het onderzoeken van urbanisme op wereldschaal, 'orbanisme' noemen zij dat. Ik ben zelf altijd wel al geboeid geweest door projecten die innovatieve architectuur en kunst samenbrengen. Een tijdje geleden schreef ik nog over Tomàs Saraceno in de Vanhaerents Art Collection, waar een utopisch project van hem tentoongesteld is. Vooral die stevige dosis idealisme, gepaard met het lef om héél erg 'out of the box' te denken spreekt me aan. Van Deleu hangen in de Annie Gentils Gallery een paar intrigerende prints, maar het waren vooral zijn maquettes op de benedenverdieping die me verwonderden. Kleine ontploffingen!

Nuit debout in Antwerpen

Dat we barricades snel associëren met verzet, spreekt voor zich. Het is een eeuwenoude traditie om bij acties iets te blokkeren - en tegelijkertijd jezelf te beschermen. Ik denk dan meteen aan bekende revoluties uit het verleden, zoals de Franse Revolutie uit 1798, of de Julirevolutie in 1830, maar ook de maatschappelijke revolte van de jaren 60. En hoe zit het met die erfenis vandaag? Deleu lijkt daar zelf ook mee bezig, althans dat doet de actuele ondertitel 'Nuit Debout' vermoeden. Daarmee verwijst hij naar een sociaal fenomeen dat sinds april uit Frankrijk is overgewaaid naar Brussel, en ondertussen ook naar Gent. Eind maart zijn in Parijs de eerste volksvergaderingen begonnen op de Place de la République, en sindsdien blijven er bijeenkomsten plaatsvinden. Nuit debout toont een bottum-up-beweging waarin collectief wordt nagedacht over de manier waarop de maatschappij evolueert en welke politieke beslissingen daarbij horen. In feite is dat exact waar Deleu ook mee bezig is in zijn orbanisme-project!

Barricade #3. Nuit debout, Courtesy Annie Gentils Gallery, Antwerpen - tentoonstelling tot 25 augustus 2016

In de Annie Gentils Gallery in Antwerpen staan op de benedenverdieping verschillende maquettes opgesteld. Ik werd daar erg aangesproken door de spanning tussen de klein- en fijnheid en de grootse explosieve kracht van een maquette. De miniatuur-deuren zijn niet zomaar neergelegd, maar wel met oog voor detail (en kleur!) in een constructie geplaatst. Kleine objecten met grote boodschappen! Ze lijken ons aan te sporen zelf ook af en toe te protesteren. En dat in de verontwaardiging ook diepgang en schoonheid zit, bewijst Deleu met een schitterende barricade van Rietveld-stoelen. Houden design en kunst "de barbaren" tegen?

Een life-size barricade in Raversyde 

Barricade #1. (Raversyde), Courtesy Annie Gentils Gallery, Antwerpen - tentoonstelling tot 25 augustus 2016

De barricades van Deleu bestaan uit goed herkenbare materialen . In #1 is dat 3 maal dezelfde dosis materiaal: eén derde is beton, één derde zijn houten latten en het laatste derde zijn deuren. Het resultaat, een totale ravage, stelt ons de vraag: is dit de toestand waarin de wereld zich bevindt? In dit werk van Deleu zit een duidelijke politieke ondertoon en een negatief gevoel, maar vanwaar dat komt, is niet duidelijk. Daardoor kunnen we als kijker onze eigen gevoelens van ongenoegen projecteren op deze barricade en er zo zelf mee betekenis in stoppen. 

Op het Raversyde-domein in Oostende is de Barricade #1 speciaal voor de expo 'Manmade' volledig op ware grootte uitgewerkt. Ik ben er zelf nog niet geraakt (juni staat voor geschiedenis-studenten gelijk aan blokken), maar geef de info graag mee. Wie gaat kijken, krijgt er een wandeling tussen de duinen bij... Info over het Raversyde-domein vind je hier. En aarzel niet om me te laten weten hoe het daar aan zee is! 

Door de bril van de schilder: Luc Tuymans' 'Glasses' in het MAS

Weinig Belgische hedendaagse kunstenaars krijgen zoveel aandacht als Luc Tuymans. Zijn tentoonstelling in het MAS is dan ook alom besproken in de pers en belooft één van de meest bezochte zomertentoonstellingen te worden. Over het uitgangspunt van 'Glasses' - portretten van mensen met een bril - was ik aanvankelijk sceptisch. Met gemengde gevoelens trok ik naar het MAS om er mijn verwachtigen aan mijn beleving te toetsen. 

Luc Tuymans, "The Heritage VI" (1996)

Luc Tuymans, "The Heritage VI" (1996)

Tentoonstellingen in het MAS zijn scenografisch altijd erg verzorgd. De sober geschilderde muren, de gebalanceerde plaatsing van de werken en de intieme belichting maken automatisch een goede indruk. 'Glasses' wordt geïntroduceerd door twee quotes van Tuymans, waarin hij verklaart dat een bril de fysionomie ingrijpend verandert. De bril is een scherm die het rechtstreekse zicht op iemands blik belemmert. Toch is het een universeel vanzelfsprekend object.

Maar al snel gaat de tentoonstelling voorbij aan het eenvoudige concept van 'de bril'. Een achteruitkijkspiegel, een autoraam, een constructie met glazen discussen - in het prachtig kwetsbare "Idol (after work by Carla Arocha)" - en de iPhone zijn evenzeer "glasses": objecten die ons een (andere) visie op de werkelijkheid bieden of ons ervan afschermen. 

Ook achter de portretten van mensen met een bril gaat meestal een dieperliggend verhaal schuil. Zo zijn de ogen van Joseph Milteer in "The Heritage VI" door zijn bril erg uitvergroot. Hierdoor lijkt de man nog goedmoediger dan zijn blonde kuif, zijn bolle wangen en zijn grote glimlach al deden uitschijnen. Schijn bedriegt echter, want de man die we op basis van dit portret een oneindige vriendelijkheid zouden toedichten, was eigenlijk leider van de Ku Klux Klan. Zijn naam wordt ook genoemd in het dossier rond de moord op JFK. 

Kernstukken van de Belgische moderne kunstgeschiedenis

Absolute topstukken van deze tentoonstelling, en bij uitbreiding van Tuymans' oeuvre, zijn de portretten van Koning Boudewijn en Patrice Lumumba. Dankzij hun geniale positie in de zaal zouden Boudewijn en Lumumba elkaar perfect vanuit een ooghoek kunnen zien, maar dat doen ze niet. Allebei staren ze koppig voor zich uit. Opmerkelijk bij de vergelijking tussen deze twee portretten is de verschillende uitstraling die hun bril hen geeft. Boudewijns blik is door zijn bril vervaagd, haast onzichtbaar, terwijl de fonkeling in de ogen van Lumumba net versterkt wordt door zijn bril. Lumumba is hier een toonbeeld van menselijkheid, terwijl de Belgische koning de statische en onwrikbare (koloniale) macht verbeeldt. 

Luc Tuymans, "Lumumba" en "Mwana Kitoko" (beide 2000)

Luc Tuymans, "Lumumba" en "Mwana Kitoko" (beide 2000)

Al een aanzienlijk aantal jaren geleden zag ik voor het eerst een reproductie van Tuymans' "Lumumba". Ik kreeg er zelfs les over tijdens mijn opleiding kunstgeschiedenis. Dit is echter het soort werk dat je in het echt moet zien, omdat er een vreemde magische energie van uitgaat. Dit is ook één van de werken waaruit het fundamentele verschil tussen fotografie en schilderkunst blijkt. De honderden foto's die ik al van Lumumba zag, hebben misschien een documentaire waarde, maar dit schilderij gaat heel vlot in dialoog met de kijker. Lumumba's appèl is onmiskenbaar. Tuymans creëert, met zijn typisch herkenbare verfstreken, de illusie Lumumba persoonlijk ontmoet te hebben. 

Flater van formaat

De ruime zalen van het MAS bieden de bezoekers (ook wanneer ze met velen zijn) de kans om elk werk nauwkeurig in zich op te nemen en een ontspannende tijd in de tentoonstelling door te brengen. Bijna elk portret maakt een appèl naar de toeschouwer. Er hangt een voelbare verbondheid tussen de verschillende werken, maar ook tussen de verschillende levensverhalen waar de portretten, de blikken en de brillen getuigen van zijn. In die zin is het jammer dat de biografie van de geportretteerden niet in de tentoonstelling te lezen zijn.

Luc Tuymans, "Issei Sagawa" (2012)

Luc Tuymans, "Issei Sagawa" (2012)

Gelukkig hoorde ik van een gids dat de "Flemish Intellectual" Ernest Claes moet voorstellen, wiens bril, als symbool voor intellectualiteit, de hoofdrol speelt in het schilderij. Daarnaast vernam ik het bijzondere en gruwelijke verhaal van Issei Sagawa, een kannibaal die in de jaren tachtig een Nederlandse vrouw vermoordde en opat, maar door de Japanse politie na een jaar werd vrijgelaten omdat hij van goede komaf was. Hij loopt nog steeds vrij rond in Tokyo. 

Het ontbreken van tekstuele uitleg, die niet bij elke tentoonstelling wenselijk is, maar mijn ervaring in dit geval versterkt zou hebben, is echter een klein minpunt tegenover de flater van formaat op het einde van 'Glasses'. Wellicht om het geheel van eerder duistere verhalen wat op te leuken en om toeristen te amuseren, is in de laatste gang een rij spiegels opgesteld. Aan touwtjes hangen een tiental verschillende brilmodellen, die u naar hartelust mag uitproberen. Deze walgelijke onderschatting van de verwachtingen van de toeschouwer is niet meer of minder dan een farce. Het is een slag in het gezicht van ondergetekende, die immers tegen eerdere verwachtigen in onder de indruk was van de tentoonstelling, maar ook een heel jammerlijke oneer aan Tuymans' meesterschap. 

Dit bittere einde doet echter niets af aan de zeer mooie opstelling van de fascinerende werken daarbinnen. Niet elk werk in de tentoonstelling is even boeiend, maar in de periode tussen 1995 en 2000 maakte Tuymans verschillende schilderijen met een uniek herkenbare penseelvoering en een intense politieke lading, die hem onmiskenbaar tot één van België's grootste meesters maken.