Terug- en vooruitkijken: Arnulf Rainer

Een nieuw jaar brengt, naast uitkijken naar wat komen zal, ook een zekere weemoed mee. Het is niet gewoonlijk om luidop na te denken over wat ontbrak aan het vorige jaar. Integendeel, men kijkt hoopvol richting 2015 en koestert de mooie momenten die 2014 in het geheugen hebben achtergelaten. Wanneer ik terugkijk op het voorbije jaar en de blogs die op Ik kijk kunst verschenen, zie ik ook leegtes. Er zijn theatermonologen die me ontroerden, zo intens, dat ik geen pen kon vastnemen. Er zijn beelden die op mijn netvlies gebrand staan, maar die ik niet in woorden deelde.

Er is echter één tentoonstelling die me blijft achtervolgen. De Arnulf Rainer-retrospectieve die nog tot 6 januari in de Albertina in Wenen loopt, kwam me sinds ik ze zag in september meermaals voor ogen. Vooral tijdens de eindejaarsperiode, waarin iedereen wensen uit, lijkt zijn werk aan te sluiten bij mijn eigen wensen voor 2015. Rainers werk is donker, energiek en misschien zelfs zwartgallig. Maar de opstandigheid, het activisme, de aanklacht: dat geeft hoop. Een kunstenaar als criticus: dat wens ik te zien in 2015.

Red Overpainting, 1953-1957, Viehof Kunstbesitz GbR

Arnulf Rainer werd in 1929 geboren in het Oostenrijkse Baden en was vanaf de jaren '50 actief als kunstenaar. Zijn bekende Übermalungen - overschilderingen van grafiek en foto's - sluiten aan bij de zogenaamde "informele schilderkunst", een stroming die in na-oorlogs Europa aan belang won. Belangrijk is dat het gaat over kunstwerken zonder bepaalde vorm (in-formeel), waarin de act van het schilderen voorop staat en de betekenis pas tijdens dat proces gecreëerd wordt. De term "informele kunst" werd voor het eerst gebruikt door Fransman Michel Tapié die hiermee zowel de Europese als Amerikaanse kunstenaars wilde aanduiden. Die Amerikanen zijn beter gekend als de "abstract expressionisten". Bekende namen zijn Jackson Pollock, Mark Rothko en Barnett Newman. Rainers werk kan inderdaad aansluiten bij die Amerikanen, maar wat betekent deze "informele schilderkunst" voor een toeschouwer? Ik wil vooral opmerken dat het vaak om een erg intensief kijkproces gaat: de werken stralen een bepaalde energie uit die je als toeschouwer moeilijk kan vatten. Soms duurt het heel lang voor een werk echt kan geapprecieerd worden, dan weer is het als het ware liefde op het eerste gezicht. 'Dit vind ik super,' zei ik over een Übermalung tegen de vriendin die mee de tentoonstelling bezocht. Ik kon eerst niet goed zeggen waarom, maar na enkele minuten wist ik het: 'de kracht spat van de muren, zo erg, dat ik er zelf ook opgewonden van word.'

De werken die me nog maanden later voor de geest komen, zijn niet de overschilderingen of crucifixen, maar later werk waarin Rainer het abstracte verliet en beelden met verf en krijt bewerkt. In de serie Face Farces doet hij dit met zwart-wit foto's van zichzelf, waarop zijn gezicht in ongemakkelijke grimassen getrokken is of zijn lichaam onnatuurlijke posities aanneemt. Deze beelden vond ik al vrij agressief, maar de meest donkere werken maakte Rainer in 1982 met de Hiroshima serie. Hiervoor gebruikte hij foto's van de verwoeste Japanse stad die hij met harde zwarte lijnen aanpakte. De opstandigheid die hieruit spreekt, waarover ik het aan het begin van deze tekst had, is wat ik in 2015 meer hoop te zien. Arnulf Rainer toont in deze serie duidelijk de manier waarop een kunstenaar een maatschappelijk fenomeen kan aanklagen: door het beeld zelf aan te vallen. Hij is hierin bovendien geslaagd: de gruwel van Hiroshima is voor mij sinds september onlosmakelijk verbonden met zijn werk.