Art-ivism in Strombeek: fotografen en Italo Calvino

Sinds 2013 werkt het cultuurcentrum van Brusselse randgemeente Strombeek-Bever structureel samen met het S.M.A.K. Gent. Het project Art Eco leverde eerder dit jaar al twee tentoonstellingen op, genaamd Attitudes en Architecture, en focust op kunst van de jaren '60 tot heden waarbij kunstenaars inspelen op de wereld rondom hen. Het derde luik van deze tentoonstelling, Art-ivism genaamd, toont kunst die kan gelezen worden als een reactie van de kunstenaars tegenover geschiedenis of actualiteit.

Terwijl ik nadacht over deze tentoonstelling, voegde ik onbewust aan de themata onrust, mensenrechten, maatschappij en klimaat ook het thema verstedelijking toe. Flarden uit Italo Calvinos boek De onzichtbare steden (Le città invisibili, 1972) spookten door mijn hoofd en nieuwe aanklachten in de tentoonstelling leken naar voren te komen. Laat ik, alvorens mijn beknopte beschrijving van de tentoonstelling te illustreren met citaten, Calvino zelf even voorstellen. De Italiaanse schrijver (1923-1985) werd geboren in Cuba maar groeide op in Turijn. Tijdens de Tweede Wereldoorlog vocht hij mee in het het communistische partizanenleger en in zijn na-oorlogse romans is het verzet ook erg aanwezig. Later werk past in een meer magisch-realistische trend, maar een zeker maatschappijkritisch activisme is in De onzichtbare steden ook aanwezig. Met een verzameling van beschrijvingen van fictieve steden lokt Calvino uiteenlopende emoties op, die steeds terugkeren naar het spanningsveld tussen utopie en werkelijkheid. 

Abbas Akhavan  zocht voor zijn werk Study for a Hanging Garden in de botanische tuin van Kew (Irak) naar planten die inheems zijn aan het gebied van het oude Tweestromenland. Op die manier wil de kunstenaar verwijzen naar het wegkwijnen van ‘natuurlijk’ erfgoed door ecologische destructie en oorlog. In zijn titel mag 'Babylon' dan niet vermeld zijn, aan ‘hangende tuinen’ koppelen we vanzelf deze symbolisch beladen naam. In zijn beschrijvingen van 'De steden en de naam’ benadrukt Italo Calvino terecht hoe de symboliek van een naam de stad zelf kan overstijgen. Over de fictieve stad Aglaura schrijft hij het volgende: "Weinig zou ik je over Aglaura kunnen vertellen behalve die dingen die de bewoners zelf al altijd herhalen: een reeks spreekwoordelijke deugden, eveneens spreekwoordelijke gebreken, een enkele gril, een enkele burgermansgehoorzaamheid. (...) In deze zin is er niets waar van wat ze zeggen over Aglaura, en toch destilleer je er een stevig en compact stadsbeeld uit."
De destructie van natuurlijk erfgoed die Akhavan toont, kan zonder probleem worden uitgebreid naar die van cultureel erfgoed, puur en alleen door de weerklank die Babylon in zich draagt als bakermat van de taal. Zelfs een stad die niet meer bestaat biedt ons dus een "compact stadsbeeld". Fijne toevalligheid: dezelfde zachtheid in taal die in Calvinos beschrijving zit, draagt ook het materiaal van Akhavans werk in zich. De bladen in zijn vitrine bestaan uit was.

Alexis Destoop, Four Directions of Heaven. Hier de haven van Hong Kong geblokkeerd door schepen van actievoerders.

Alexis Destoop, Four Directions of Heaven. Hier de haven van Hong Kong geblokkeerd door schepen van actievoerders.

Een kunstenaar bij wie het thema stedelijkheid duidelijker aanwezig is, is Alexis Destoop. Voor zijn onderzoeksproject Four Directions of Heaven maakte hij een fotoserie over Hong Kong, een stad getekend door traumatische historische gebeurtenissen. Hong Kong werd nog maar achttien jaar geleden door de Britten overgedragen aan communistisch China. In 2014 werd de stad door studenten en andere actievoerders bezet uit onvrede met de Chinese bemoeing in Hong Kongs onafhankelijk politiek statuut. Bij de statische beelden die Destoop tijdens deze periode van drie maanden nam, vond ik zijn foto van de bezetting van de Hong Kongse haven het mooist. Met deze opstoot van collectieve actie bevrijdde men zich (even) van het groeiende kapitalistische individualisme. Individualisme, typisch aan steden, dat Calvino bijzonder goed vangt in zijn beschrijving van Cloe: "In Cloe, een grote stad, kennen de mensen die door de straten lopen elkaar niet. Als ze elkaar zien stellen ze zich duizenden dingen van elkaar voor, ontmoetingen die tussen hen konden plaatsvinden, gesprekken, verrassende gebeurtenissen, liefkozingen, beten. Maar niemand groet ook maar iemand, blikken kruisen elkaar een seconde lang en ontwijken elkaar dan weer, zoeken weer andere blikken, blijven nooit rusten."

Calvino’s beschrijving van de verzonnen stad Cecilia past perfect bij het werk van de Belgische kunstenaar Michiel De Cleene. In Perifeer Landschap toont De Cleene via postkaarten een reeks foto’s van plaatsen waar natuur en stad in elkaar opgaan en bebouwing en open ruimte in dialoog treden. De Cleene wil naar eigen zeggen deze perifere landschappen niet banaliseren, noch met ironie benaderen: hij bevestigt juist de waarde ervan door ze als ansichtkaarten mee te geven aan de bezoekers. Calvino voelt beduidend minder voor de periferie als fenomeen van voortdurende verstedelijking, want wanneer hij een oude bekende tegenkomt die hij lang geleden in Cecilia ontmoette, krijgt hij onverbiddelijk te horen dat hij al die jaren nooit uit Cecilia vertrokken is. "De plaatsen hebben zich met elkaar vermengd,' zei de geitenhoeder,' Cecilia is overal; hier moest eens de Weide van de Lage Salie zijn. Mijn geiten herkennen de grassprieten in de middenberm." De "stadbrij" die Cecilia geworden is, slorpt de wereld op, en daarmee ook haar flora. Zoals ook de hangende tuinen van Babylon. Het verdwijnen van de natuur staat trouwens helemaal centraal in het werk Wild Cube van Lois Weinberger, dat niet in CC Strombeek maar wel in de Plantentuin van Meise te zien is, ook als deel van Art-ivism. Het gaat om een stalen kooi waarbinnen de natuur haar gang mag gaan. Op een kritische manier geeft Weinberger daarmee aan dat zelfs ongerepte natuur wordt gepland. 

'Artivisme' is een term afkomstig van de kunstenaar Michelangelo Pistoletto en duidt op kunst die ontstaat vanuit verontwaardiging, maar activisme overstijgt. Daarin slaat elke kunstenaar die in deze tentoonstelling is opgenomen, ook zeker de videokunstenaars aan wie ik een aparte blog wil wijden, en daarin zit waarschijnlijk de grootste verdienste van al die kunstenaars.
De tentoonstelling loopt nog tot 12 mei. En Calvino? Die vindt u in de boekhandel.