De weg naar Van Eyck

De weg naar Van Eyck
 
Museum Boijmans Van Beuningen
 
Museumpark 18-20, 3015 CX Rotterdam
 
13.10 2012 > 10.02 2013

 Een even mysterieus kunstwerk (van het KMSKA): De Heilige Barbara van Jan Van Eyck. (Waarom) is ze onafgewerkt?  © Boijmans van Beuningen

 Een even mysterieus kunstwerk (van het KMSKA): De Heilige Barbara van Jan Van Eyck. (Waarom) is ze onafgewerkt?
 
© Boijmans van Beuningen

Jan Van Eyck is altijd al een mysterieus figuur geweest in de kunstgeschiedenis. Men vermoedt dat hij rond het jaar 1400 geboren werd (hoewel ook 1390 een optie is), waarschijnlijk in de buurt van Maaseik. Van Eyck heeft gewerkt voor Jan van Beieren, graaf van Holland in Den Haag. Na diens dood trad hij in dienst van Filips de Goede, voor wie hij regelmatig reizen maakte. Dat verklaart bijvoorbeeld dat er besneeuwde bergtoppen te zien zijn op enkele van zijn schilderijen. Hij heeft waarschijnlijk de Alpen gezien bij één - of meerdere - van zijn tochten.

Men weet dus toch wel wat, maar alles is met een vraagteken achter. Voor zijn schilderijen geldt dat ook. Er zijn er maar 24 overgebleven! Af en toe kan men zeggen dat een werk naar zijn voorbeeld gekopieerd is. Maar in hoeverre is dat dan een trouwe kopie? En we weten allemaal dat Van Eyck niet te kopiëren valt!

In de tentoonstelling ligt het Turijns-Milanese getijdenboek. Dat boek bevat een tekening die door Jan Van Eyck gemaakt zou kunnen zijn. Toch wel echt straf hoor, die verluchte handschriften. Zo klein en fijn. En wat een mooie kleuren! Hij schilderde onder andere de doop van Jezus door Johannes de Doper in een West-Europees landschap. De tekst van Boijmans van Beuningen wist het perfect te zeggen: 'Van Eyck duidt iemand die ver weg staat gewoon aan met een stipje. Toch zie je een mensje.' Ja!

De tentoonstelling wordt begeleid door uitleg op de muur, maar ook door korte tekstjes die je kan lezen in een boekje dat je bij het binnenkomen aangeboden krijgt. Daarin staat uitleg bij elk werk! Men zegt bondig wat er op de kunstwerken te zien is en waarom ze relevant zijn in de tentoonstelling. Dat was erg goed en handig. Een echte mini-cursus 'De weg naar Van Eyck'.

Mijn papa gebruikte ook de applicatie voor smartphone die te vinden is op het internet. Weeral een voltreffer: via tekstballonnetjes op de schilderijen kom je meer te weten over de techniek, de figuren en de betekenis. Er is bij elk schilderij (men bespreekt er 21 topwerken) een filmpje van de conservator die uitleg geeft. Daaronder kan je vragen lezen van bezoekers die door hem zijn opgelost. Dat vond ik echt geweldig! Het ging vooral om dingen die de bezoekers niet goed begrepen: figuren die niet beschreven stonden, een rare vorm of een vreemd voorwerp. Ook leuk om te lezen zijn de suggesties 'Is de zeshoek geen verwijzing naar de honingraat en staan bijen niet symbool voor de maagdelijkheid van Maria?' Wat een opmerking!  De 'tour' staat ook online: hier een link.

Paradijstuintje, ca. 1410-1420, Bovenrijngebied (Straatsburg?).  © Boijmans van Beuningen

Paradijstuintje, ca. 1410-1420, Bovenrijngebied (Straatsburg?).
 © Boijmans van Beuningen

Wat ik vooral onthouden heb van dit bezoek zijn de volgende dingen (ik som ze even op, dat leek me duidelijk):

  • Van Eyck was niet de eerste om met olieverf te schilderen! Hij was wel de meest begaafde artiest en heeft de olieverf gebruikt op een manier die niemand hem voordeed.
  • De kunststroming voor en rond Van Eyck noemt men de internationale gotiek. Dat is een term die het goed samenvat: internationaal omdat men over heel Europa in dezelfde stijl schilderde (daarom ook dat men vaak niet weet van waar een werk afkomstig is). Ook was het de gewoonte schilderijen te vervaardigen in het eigen atelier, maar dan te vervoeren naar ergens anders. Soms kan men wel de herkomst bepalen door de houtsoort (een boom die vaak in Duitsland voorkomt is bijvoorbeeld de linde). Typisch voor de internationale gotiek is dat diepte en plasticiteit ontbreken: de mensen zijn wat 'plat' en men gebruikt nog geen echte schaduwen.
  • Van Eyck had een bijzondere aanleg voor kijken. Hij wist met ongelofelijke precisie de dingen vast te leggen. Zo schilderde hij bloemen erg natuurgetrouw. Toch was hij ook hierin niet de eerste. Een prachtig klein werkje getiteld Paradijstuintje uit ca. 1410-1420 laat al wonderlijke lelies en vogeltjes zien! Dit was dan ook mijn favoriete werkje uit de hele tentoonstelling.
  • Twee pleurants uit Dijon waren ook aanwezig. Dat zijn albasten beeldjes, niet hoger dan 20 centimeter, die op het praalgraf van Filips de Stoute pronkten. De uiterst realistische uitbeelding van verdriet die bij hen te zien is, zal Van Eyck later ook overnemen in de schilderkunst. De beeldjes zijn gemaakt rond 1404-1410. Ik heb er vroeger ook al over geblogd: opnieuw een link.
  • In de tijd van Van Eyck werden niet alleen prachtige gedetailleerde kunstwerken gemaakt. Er was ook een heleboel massaproductie. Die massaproductie was bedoeld voor het gewone volk en vaak heel erg snel en lelijk geschilderd. Hoewel het dus geen 'grote kunst' is, is het wel een echte ontdekking!
  • Tot slot nog een weetje: Jozef (de man van Maria) wordt vaak fronsend afgebeeld op schilderijen. Dat is omdat hij zo nu en dan zou getwijfeld hebben over Maria's maagdelijkheid...

Jan Van Eyck... Ik zie hem na deze tentoonstelling niet meer als geïsoleerd geval dat tussen alle middeleeuwse invloeden zijn eigen, compleet nieuwe stijl heeft ingevoerd. Integendeel: zijn techniek en realisme waren al uitgeprobeerd. Zijn echte sterkte was dus niet het bedenken van dat alles, maar er naar kijken, er iets aan toevoegen en het beter doen. En dat is hem gelukt.