Giuseppe Penone verstopt in Brugge

Midden in het historische centrum van Brugge, aan de rand van de reitjes en in de schaduw van de Onze-Lieve-Vrouwe-kerk ligt De aderen van het klooster van de Italiaanse kunstenaar Giuseppe Penone. Penone staat vooral bekend als een arte povera kunstenaar. Arte povera is een stroming die zijn naam dankt aan de grote Italiaanse kunstkenner/criticus Germano Celant, die er ook de kenmerken van vastlegde in 1967. Het marmer in deze installatie kan echter moeilijk tot 'arm materiaal' gerekend worden, wat duidelijk maakt dat Brugge te maken heeft met een Penone die ik meer als landschapskunstenaar beschouwde dan als vertegenwoordiger van arte povera. In welke kunsthistorische of kunstwetenschappelijke categorie we hem ook willen plaatsen, de kracht van zijn werk blijft overeind.

De aderen van het klooster bevindt zich op de tweede (achterste) binnenplaats van het Sint-Janshospitaal. Met zicht op de achtergevel van de grote hal (inclusief indrukwekkende poort!) en de wetenschap dat de aandoenlijke middeleeuwse pesthuisjes niet veraf zijn, wordt dit vanzelf al een beladen plek. Penone vult de christelijke symboliek in zijn omgeving aan met eigen symbolen. In een wit-zwart-geaderde ovalen marmeren 'eiland' kerft hij bovenaan een reliëf dat doet denken aan de boom die naast het water staat. Maar kerven zijn ook littekens, die verzorgd worden maar ongeneesbaar zijn; kerven zijn ook aders, waardoor leven stroomt. De boom naast zijn waterpartij bestaat uit een dood en levend deel. Achter een dode stam schuilt een piepjong levend boompje, dat op termijn enkel groter zal worden, tot het zelf weer sterft. Vanaf een dode tak vallen druppels in het water: druppel na druppel herinnert Penone ons aan ons deel uitmaken van een groter geheel. Zijn werk is één grote verwijzing naar de ziekenzorg die vanaf de 13e eeuw tot midden jaren '70 in het Sint-Janshospitaal plaatsvond. De aderen van het klooster behelst de rust die uitgaat van religieuze plekken, met een soberheid die hartverwarmend, tijdloos en -bij nader inzien- toch dat tikkeltje typisch arte povera is.