De ideale wereld ontmaskerd: de houtskooltekeningen van Julie Booms

Een tekening komt tot stand door een lichamelijke verbinding tussen de kunstenaar en het papier. Dat maakt het een rechtstreekse drager van de intenties en wereldbeschouwing van de kunstenaar. Ook zo voor de houtskooltekeningen van Julie Booms. Zij baseert haar werken op exhaustief onderzoek en bestaande fotografische beelden. Pure reproductie, denkt u? De geoefende hand waarmee Julie haar lijnen over het blad trekt, de intenties die deze hand leiden, en de haast onmerkbare aanpassingen die ze in de beelden aanbrengt, maken een wereld van verschil.

"Loop the Loop #3 (2015)

"Loop the Loop #3 (2015)

Julie Booms studeerde in 2013 af als Master in de Beeldende Kunsten aan de Sint-Lucas Hogeschool in Antwerpen. Ze is een jonge kunstenares, die hard aan de weg timmert en haar eigen visie steeds opnieuw bevraagt en scherpstelt. In 2014 stelde Julie reeds kort tentoon in het FotoMuseum. Vorig jaar won ze de Jongbloed! Kunstensalon. Tijdens het Antwerp Art Weekend (van 20 tot 22 mei) neemt ze deel aan de pop-up groepstentoonstelling Teken aan de wand in Ruimte 34 in Antwerpen.

(S)trap yourselves...

Wat Julie fascineert is de idee van een utopie; de manier waarop men de ideale wereld verbeeldt en visualiseert. Dat is in de loop van de geschiedenis op heel verschillende manieren gebeurd. Natuurlijk kunnen we het hebben over Thomas More en zijn boek Utopia, dat precies 500 jaar geleden verscheen. Maar ook veel recentere projecten zijn, hoewel ze zich niet noodzakelijk zo profileren, een uitdrukking van het zoeken naar de perfecte maatschappij. Dit leidt tot fictieve, dwingende constructies, die Julie op een subtiele en elegante manier ontmaskert.

Het voorbeeld bij uitstek is het pretpark, een fictioneel land waar escapisme, kritiekloos vermaak en consumptie de plak zwaaien. Disneyland is bij uitstek de plek waar je de werkelijkheid kan vergeten en een sprookje kan beleven. In “Loop the Loop #3” tekent Julie een typische rollercoaster. Het bouwsel ziet er echter - onder meer door de verfijnde tekenstijl en de subtiliteit van het houtskool - uitermate breekbaar uit. Ik ben bij momenten een volwaardige daredevil maar over het betreden van dit toestel zou ik toch twee keer nadenken. Het ding staat echter wel symbool voor de pretparksfeer en de fysieke kicks die we opzoeken om de harde werkelijkheid even achter ons te laten. Hiertoe worden we bovendien verleid door autoriteiten, die ons op deze manier afschermen van alle kritische vragen. Julie wijst echter niet pedant met de vinger naar dergelijke praktijken - eerder plaatst zij discreet een vraagteken. In “Loop the Loop #3” gebeurt dit door haar tekening ietwat anders te kadreren dan de foto waarop het gebaseerd is. Links in beeld is namelijk een spandoek te zien waar de waarschuwing “Strap yourselves” de bezoeker van de rollercoaster verwelkomt. Julie laat eenvoudig de eerste letter wegvallen, waardoor de kijker beseft dat ook “Trap yourselves” van toepassing is...

In een pretpark moet je je amuseren - dat is een belangrijke regel, anders ben je verdacht.

Een dergelijke poging om een utopie te verwezenlijken is misschien nog het best te benoemen met de term ‘heterotopie’ van Michel Foucault. De Franse filosoof doelt hiermee op bestaande plaatsen waar de bezoeker afgesloten is van de normaal gangbare regels en levensstijl van de samenleving. Een heterotopie wordt gekenmerkt door haar eigen regels en gedragscodes. Denk aan een school, een gevangenis of zelfs een schip: op al deze plaatsen gelden aangepaste hiërarchieën en regels, tot zelfs kledingcodes toe. Dit disciplinaire aspect verleent een heterotopie ook een griezelig karakter, dat eveneens geldt voor een verwerkelijkte utopie: in een pretpark moet je je amuseren - dat is een belangrijke regel, anders ben je verdacht. Kortom, een utopie is per definitie onrealiseerbaar en wanneer toch een poging ondernomen wordt, verandert de utopie al gauw in een verwrongen machtsspel. Deze veranderende structuren probeert Julie op een beschouwende manier te benaderen.

 

De constructie van geschiedenis

Niet enkel grootschalige utopieën à la Disneyland zijn constructies; elk beeld is in wezen een combinatie van fictieve en werkelijke elementen of een bewust gekadreerde reproductie van de werkelijkheid. Julie brengt fictieve verhalen samen met al dan niet historische anekdotes, waarbij ze op haar eigen manier omgaat met de spanning tussen realiteit en fictie en hun verschillende representatievormen. Concreet maakt ze een reproductie, maar een die zichzelf én het origineel als een reproductie ontmaskert. Voor haar project in het FotoMuseum, naar aanleiding van NightWatch en tijdens de tentoonstelling Shooting Range, over het gebruik van fotografie tijdens de Eerste Wereldoorlog, speelt Julie vooral in op het manipuleren van beelden. Ook in zijn begindagen werd het fotografisch medium immers al aangegrepen om informatie te manipuleren.

"Composite Photomural Part 2" (2014)

“Composite Photomural”, een reeks van drie tekeningen, draait rond de ‘fake photographs’ van Frank Hurley. Hij voegde een aantal negatieven samen om een huiveringwekkend beeld van een luchtaanval te bekomen - zonder ooit in de buurt van het gevecht te zijn geweest. “Composite Photomural Part 1” toont een wolkenpartij: één van Hurleys negatieven. “Part 2” is een tekening naar de door Hurley verspreidde foto van de ‘luchtaanval’. Door ook een deel van de muur waar de foto hangt in haar tekening op te nemen, benadert Julie het materiële aspect van de foto als één geheel. Op “Part 3” is te zien hoe Hurleys foto temidden andere memorabilia is opgesteld in het Australian War Memorial Museum in 1925. Door zelf beeldmateriaal te (her)gebruiken en/of te manipuleren, verwerven Julie én de kijker nieuwe inzichten in concepten als manipulatie, authenticiteit, feit en constructie. De ‘fake photographs’ gaven tijdens WO I een adequaat huiveringwekkend beeld van de oorlog. Ze dienden dus een nut, maar het probleem ligt bij de werkelijkheidswaarde die toegekend wordt aan iets wat eerder een kunstwerk dan een documentaire is. Julie benadert deze problematiek voorzichtig en met alle respect voor Hurleys intentie en artistieke waarde. Door het verhaal van één foto te ontleden in drie tekeningen, maakt ze ons op de achtergrond bewust van het geconstrueerde aspect van de hele geschiedschrijving.

 

Utopie in het theater

Tijdens het Antwerp Art Weekend neemt Julie deel aan de tentoonstelling Teken aan de wand in Ruimte 34. Ze toont er een reeks van drie nieuwe werken, gebaseerd op het Russisch constructivistische theater van de jaren 1920, waarin evenzeer een nieuwe wereld voorgesteld werd - met de nodige fantasie, en ingebed in een eigentijds kader. In toneeldecors konden architecten hun denkbeeldige ontwerpen - die de werkelijkheid overstegen - toch realiseren. Concreet vereerden deze stukken - gestuurd door de revoluties en geïnspireerd door de vooruitgang - vaak de industriële arbeid en mechanisatie.

Soviet toneelmakers bewerkten graag expressionistische stukken, waarin machines en technologie een grote rol speelden. Auteur Alexei Tolstoi verklaarde dat voor de constructivisten de machines en technologie verbonden waren aan het socialisme: “de machine is een geconditioneerde reflex die onze worsteling, onze verdiensten en onze gewenste toekomst verbeeldt”. In de oorspronkelijke scenario’s werd de machine echter vaak opgevoerd als de vijand van de mens: het kan namelijk ook symbool staan voor een zielloze onmenselijke slaaf van het kapitalisme. Dit werd door de Soviet regisseurs omgezet naar een triomfantelijk verhaal van vooruitgang. Daar waar een dergelijke gemechaniseerde maatschappij (nog?) niet gerealiseerd was in de werkelijkheid, kon dit echter wel plaatshebben binnen de heterotopische afgesloten ruimte van het theater.

"Gas" (2016)

“Gas”, een van de werken die Julie voor deze reeks maakt, toont een leeg toneeldecor, een beeld in een beeld. De radars, de wielen, de katrollen en de kabels, alle machinale elementen van de verhoopte vooruitgang zijn samengebald in de achtergrond. Maar de lichten in de zaal zijn duidelijk gedoofd en zonder de heroïsche gebeurtenissen van het toneelstuk, is het decorscherm ook niet meer dan dat. Met subtiele schaduwpartijen en een slim gebruik van clair-obscur verleent Julie dit beeld van de constructivistische utopie een sluier van eenzaamheid. Net als een beeld altijd een geconstrueerde waarheid toont, is ook de enscenering in het theater een fictieve wereld, die een bepaalde beschouwing op de werkelijkheid biedt. Julies discrete benadering van dergelijke structuren biedt inzicht in de complexe verhouding tussen realiteit en fictie die hier aan het werk is.