Kijk. Boek. Kunst. #1

Kijk. Boek. Kunst. #1
Claude Blondeel en Chantal Pattyn in gesprek over Bazaar België
deBuren in samenwerking met Museum M
Leopold Vanderkelenstraat 28, 3000 Leuven
donderdag 28 november, 20u

Een lezing met 'vooraanstaande schrijvers en kunstliefhebbers (die) zich toeleggen op kijken naar kunst' en 'door hun ogen, via hun blik, leren wij anders kijken naar kunst', is voor iedere kunstblogger een must. Voor elke kunstliefhebber in feite ook. Schandalig dus dat er op een donderdagavond slechts een dertigtal mensen komt luisteren. En dat in een stad als Leuven, met 40000 studenten, waarvan er maar vier à vijf in de zaal zitten. Gebrekkige communicatie vanwege deBuren? 

De titel Kijk. Boek. Kunst. belicht maar één kant van de lezing. Mijn voorstel: De liefde voor het kunstkijken. Het was niet gewoon een gesprek over kunst naar aanleiding van de tentoonstelling Bazaar België, nee, 't was ook een vurig pleidooi over de waarde van kunst. Chantal Pattyn zei even 'de mensen moeten van mij niet naar kunst kijken, ze kunnen ook gelukkig worden zonder'. En dan, na een halve seconde 'alhoewel, daar ben ik niet zo zeker van'. Die vraag spookt nu al anderhalve dag in mijn hoofd: zijn we even gelukkig zonder het kijken naar kunst? Ik heb behoefte aan die zoektocht naar schoonheid, maar wat met mensen die gewoon nooit die behoefte gevoeld hebben? Is kunstkijken voor hen ook een verrijking?

De humanisten zeggen hierop volmondig 'ja'. Toch, die humanistische visie verdwijnt steeds meer uit onze maatschappij. In de plaats verschijnt een eerder gedemocratiseerd gedachtengoed, waarbij 'anti-elitaire' elementen steeds maar weer de kop op steken. En kunst, ja, dat wordt meteen geklasseerd als een elitaire bedoening. 'Fout', hoor ik Claude Blondeel al roepen, 'naar kunst kijken is niet moeilijk. Iedereen kan dat: wij zijn niet elitair.' Pattyn heeft het wat later over een 'algemeen onbehagen tegenover elke mogelijke uiting via kunst' dat ze detecteert in de maatschappij. De katten van Fabre zijn er weer: die massale verontwaardiging, die opstoot van haat, gaat dat nog over die katten? Neen, meent ze, dat is net die agressie tegenover kunst die in onze samenleving is binnen geslopen.

Let op: niets tegen die democratisering! Kennis en schoonheid moeten voor iedereen toegankelijk zijn. Nog nooit deden musea, theaterhuizen en radiozenders zo veel moeite het publiek te betrekken. Publiekswerking krijgt een prominente plaats binnen cultuurinstellingen: jongerenwerkingen, ambassadeurschap en 'vrienden van' blijven populaire maatregelen om de banden met de bezoeker aan te halen. Aandacht voor de individuele beleving groeit, de kijker of luisteraar krijgt inspraak, de toegankelijkheid wordt steeds groter.
En toch blijft het idee spoken dat kunst iets is voor een select groepje. Toen ik aan een medestudent vertelde dat ik naar deze lezing ging luisteren, kreeg ik meteen het etiket van elitaire trut opgespeld: niet fijn! Blondeel noemde het jaloezie, omdat mensen die naar kunst kijken gewoon gelukkig zijn. Persoonlijk lijkt jaloezie me een te sterk begrip, noem het eerder onbegrip. Om de kunstwereld te kunnen vatten, moet je er deel van zijn. Terwijl in feite hetzelfde geldt voor het bankwezen, de journalistiek of de sport. Toch is het gemakkelijker de pijlen te richten op die rare bende kunstenaars, kunstcritici en liefhebbers. De verhalen die we te horen krijgen spreken inderdaad tot de verbeelding: Van Gogh sneed zijn oor af, Caravaggio stak iemand neer, Dali was tamelijk obsessief met zijn snor in de weer.

Ergens in die democratiseringsbeweging is dus een verkeerde afslag genomen. In de kunstwereld doet men zijn uiterste best toegankelijk te zijn (toegegeven, dat lukt niet altijd, maar de opzet is er wel!) en in de samenleving beschouwt men de kunstwereld als een gesloten geheel. Hoe lossen we dat op?
Een project als Bazaar België, de rechtstreekse aanleiding voor deze lezing, is een mogelijkheid. Door alle mogelijke kunstvormen naar voren te brengen via radio, expo, cd en boek geraken meer mensen betrokken. Toch haalt Pattyn ook zelf aan dat ze maar voor een beperkt deel van de Belgische bevolking radio maakt. Blondeel is zich als Brusselaar zeer bewust van de taalbarrière Frans-Nederlands. Een lezing als deze is een sterk middel: overtuigen gaat steeds het best met woorden. Verleiden daarentegen, dat is een kunst.