Meesterwerken uit Budapest in Parijs

Terwijl de lente over de Parijse Jardin du Luxembourg neerdaalt, zijn in het aanliggende museum de toppunten van het Hongaarse nationale kunstbezit te bewonderen. Momenteel wordt in Budapest het Szépmuvészeti Múzeum ("Museum voor Schone Kunsten") gerenoveerd, waardoor de vaste collectie - die voor een deel ook ondergebracht werd in de Hongaarse Nationale Galerie - een tijdje kan reizen. In het Musée du Luxembourg is daarom een overzichtstentoonstelling georganiseerd die je in een tiental zalen meeneemt van de middeleeuwen tot de moderne periode. Er hangt Hongaarse en Tsjechische kunst tussen, maar ook Duitse en Spaanse. De crème de la créme! De expo is chronologisch geordend, kunsthistorisch verantwoord en klassiek opgesteld: niet van de presentatie moet je het hebben, wél van de kunstwerken zelf. De zaal 'Renaissance Germanique' was mijn favoriet.

Albrecht Dürer, Portret van een jongeman, ca. 1500-1510

Het eerste werk waar ik het hier over wil hebben, is een portret van een jongeman van de hand van Albrecht Dürer (1471-1528). Dürer was humanist, schilder en vervaardiger van prints uit Nuremberg. Zijn werken zijn over heel Europa in nationale collecties te zien. Bijna iedereen kent zijn haasje in de Albertina in Wenen: een schattig klein beest. Het portret dat momenteel in Parijs hangt, zou er één van zijn jongere broer en goudsmid Endres (1484-1555) zijn, een knappe jongeman die met zijn scheve lachje lijkt te beseffen dat hij er wel mag zijn. Verleidelijk trekt hij zijn wenkbrauw een beetje op; wat een casanova! Een zestiende-eeuwse versie van de hedendaagse knappe-popster-op-poster? De felrode achtergrond en bonten kraag maken het werk nog een tikkeltje meer erotisch. De schilder geloofde in de plaats van de observaties uit de natuur in de kunst, wat zijn werk een grote realiteitszin geeft. Hij verspreidde zijn nieuwe ideeën over kunst en zijn stijl met houtsnedes en gravures. Die werden erg populair.

Lucas Cranach de Oude, Salome met het hoofd van Johannes de Doper, 1526-1530

Een tijdgenoot van Dürer is Lucas Cranach de Oude (1472-1553). Cranach woonde in Wittenberg en leerde daar Maarten Luther kennen, van wie hij een bekend portret schilderde. Luther kantte zich tegen vele katholieke afbeeldingen, maar niet tegen afbeeldingen in het algemeen. Gelukkig - wie weet had Cranach anders niets meer geschilderd! 
Het soort religieus tafereel dat momenteel in het Musée du Luxembourg te zien is, was trouwens ook populair in protestantse milieus. Salome, hier een weelderig geklede vrouw, houdt het hoofd van Johannes de Doper vast. De invloed van de Vlaamse schilderkunst is terug te zien in het gedetailleerde landschap op de achtergrond dat voor perspectief zorgt. Mooi stukje schilderij is dat.
Cranach is het meest bekend om zijn sierlijke naakte vrouwen, waaronder bijvoorbeeld Eva, Venus en Diana. Vrouwen lijken bij Cranach wel porseleinen poppen. Die figuren mengen erotiek met moraal en wijken af van de typische renaissancistische ideale proporties. Net als die figuren - en Dürers portret hierboven - heeft ook deze Salome iets mysterieus en uitdagends. Ze houdt de schotel met haar linkerhand stevig vast en domineert zelfs met haar ogen de toeschouwer. 

Dürer en Cranach zijn twee hoofdrolspelers in de Duitse (of voor wie het algemener wil: de noordelijke) renaissance. Die had een wat ander karakter dan de Italiaanse renaissance waardoor ze uitgelokt werd: de gotiek bleef in Duitsland langer een invloed uitoefenen en landschappen werden op termijn belangrijker - bijvoorbeeld met de Donau school na 1550.
Wat mij misschien nog het meest van al aantrekt in die Duitse renaissance is de geheimzinnigheid die in haar werken vervat zit. Kijk nog maar eens naar die Salome! Drijft ze niet een beetje de spot met ons? En naar wie kijkt Dürers jongeman zo verleidelijk? Er lijkt een tweespalt te bestaan tussen de echte persoon en het personage op het schilderij. Beide modellen lijken er zich van bewust dat één beeld hen nooit helemaal zal kunnen vatten. Alle mensen zijn complexer dan hun uiterlijk doet vermoeden, en dat hebben Dürer en Cranach goed door.