Michiel Coxcie. De Vlaamse Raphaël

Michiel Coxcie. De Vlaamse Raphaël
Museum M
Leopold Vanderkelenstraat 28, 3000 Leuven
31.10 2013 > 23.02 2014

Wat valt er te schrijven over Michiel Coxcie dat nog niet geschreven is? Museum M en haar partners zorgden voor een indrukwekkende buzz rond deze tentoonstelling, die nog niet uitgewaaid lijkt te zijn. Het Nieuwsblad en De Standaard schreven over Coxcie, UiT in Vlaanderen blijft de tentoonstelling aanraden en Cobra zorgt voor beeldmateriaal en een uitgebreid verslag.
Dat Coxcie een 'vergeten' topschilder uit de 16e eeuw is, komt overal aan bod. Hij weet de technieken van de Vlaamse Primitieven te combineren met de stijl van de Italiaanse renaissance en liet een erg veelzijdig oeuvre na. Zo maakte hij een kopie van het Lam Gods, waarvan de verschillende panelen voor deze tentoonstelling uitzonderlijk tezamen te zien zijn... De boodschap is vijfmaal dezelfde: ga dat zien!

Dat deed ik dan ook, ondertussen zelfs twee keer. Ik geef toe, Coxcies levensverhaal en de zestiende eeuwse geschiedenis zijn boeiende verhalen die blijven verwonderen. De curatoren, Koenraad Jonckheere en Peter Capreau, slagen erin dit op een duidelijke manier naar de museumbezoeker over te brengen. Dat kan ertoe leiden dat een toeschouwer de schilderijen bekijkt als illustraties bij een levensverhaal. Daar is geen probleem mee, maar ik wil hier focussen op één kunstwerk. Coxcie schuift even op de achtergrond.

image.jpg

De focus ligt op een karton dat met grote zekerheid wordt toegeschreven aan Michel Coxcie. Nu ja, terechte toeschrijving of niet: het blijft intrigerend.
Ten eerste omdat kartons slechts zelden bewaard zijn: ze werden in repen gebruikt om onder het weefgetouw te leggen, zodat het wandtapijt uiteindelijk een kopie zou zijn van de tekening. Meestal werden die na de productie weggegooid. Hier zijn die repen weer aan elkaar geplakt, wat toch iets zegt over de kwaliteit van dit werk: blijkbaar vond men het de moeite dit karton te bewaren. De plooien van het plakken zijn een beetje te zien op het detail hieronder, maar om het echte reliëf te 'ervaren', moet u in Leuven zijn.

image.jpg

Wat afgebeeld is, spreekt ook tot de verbeelding. De Landing van Scipio op de kust van Afrika toont een beslissende momentopname uit de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.C.), waarbij de Romeinse legeraanvoerder Publius Cornelius Scipio De Jongere in 204 v.C. de oorlog weet te verplaatsen van het Italische Schiereiland naar Noord-Afrika. In 202 v.C. verslaat hij de Carthagers bij de beroemde Slag van Zama, wat hem naast een triomftocht en eeuwige roem ook de bijnaam Africanus oplevert.
Hier zien we de sloep, die bijzonder versierd is en waarop de mannen dicht opeengepakt zitten. De man in het rode hemd staat klaar om met zijn spaan aan te meren; zijn kameraad lijkt de juiste plek aan te wijzen. Scipio zelf, net als het schip waarbij de sloep hoort, is niet te zien.
De schilder heeft er trouwens aan gedacht dat bij het weven de tekening gespiegeld wordt. Zo zal op het wandtapijt de roeier wel met zijn rechterhand geroeid hebben, iets wat op het karton inderdaad een beetje onnatuurlijk overkomt. Ook qua kleur is een wandtapijt volledig anders. Gouddraad is bijvoorbeeld moeilijk te schilderen, maar werd wel vaak geïntegreerd in wandtapijten.

Dan is er nog een derde interessant luik aan dit werk verbonden: het is een deel van een traditie van Scipio-wandtapijten. Naast dit karton is er, opnieuw erg uitzonderlijk, nog een tweede karton met de Landing van Scipio op de Afrikaanse kust bewaard in het Louvre. Dat maakt deel uit van een reeks op bestelling van Jacques Albon (1505-1562) over Scipio's daden, waarvan ook nog vier andere kartons bewaard zijn. Ook deze worden toegeschreven aan het atelier van Coxcie in Brussel. Jacques Albon liet zich voor deze bestelling inspireren door de collectie wandtapijten van de Franse koning Frans I, die op hun beurt weer kopieën van een Renaissancistische reeks Scipio-tapijten waren. Uiteindelijk komt het dus neer op kopiën van kopiën: kunstenaarschap werd totaal anders opgevat in de 16e eeuw! Nu ja, Coxcie, eigenwijs als hij was, paste hier en daar wel wat aan.

Voor het schrijven van deze laatste, kunsthistorische alinea, raadpleegde ik enkele boeiende artikels, waaronder dat van Ebeltje Hartkamp-Jonxis in het Bulletin van het Rijksmuseum (jaargang 56, 2008). Ook de website van het Louvre leverde nuttige, betrouwbare informatie. De stijl van dit werk, die Coxcie in feite tot zo'n boeiend figuur maakt, komt noch in deze blog, noch in de artikels aan bod. Om daarover meer te weten te komen is het artikel op cobra.be ideaal, of nog beter: een bezoek aan M.