Modigliani, schilder van tederheid

Affiche van de expo L'œil intérieur in het LaM. Nog tot 5 juni!

Onlangs bezocht ik in het LaM (Lille Métropole Musée d'art moderne, d'art contemporain et d'art brut) in Villeneuve d'Ascq een overzichtstentoonstelling met werk van Amedeo Modigliani (1884-1920). Ik vond dit een verrassende en boeiende tentoonstelling. Die verrassing was er om twee redenen.

Wie informatie opzoekt over de Italiaanse beeldhouwer-schilder Amedeo Modigliani, krijgt het verhaal van een typische kunstenaar-bohémien uit het Parijs van de eeuwwisseling 19e-20e eeuw. Het bij wijlen smeuïge maar ook tragische verhaal van een gepassioneerd kunstenaar: relaties met diverse vrouwen vs. ziekte en vroege dood (Modigliani werd amper 36 jaar). Vanuit dezelfde insteek zijn trouwens diverse films gemaakt over deze figuur. Maar op de tentoonstelling vind je daar nauwelijks een spoor van terug. En maar goed ook. De tentoonstelling focust op de evolutie die Modigliani heeft doorgemaakt en op de vele invloeden die hij daarbij heeft ondergaan. Ze is chronologisch opgebouwd en geeft een bijzonder goed en boeiend inzicht in de evolutie en in de diverse, soms verrassende invloeden.

Aanvankelijk schilderde Modigliani vooral portretten, met een duidelijke toets en een sterke vereenvoudiging die herinneren aan Cézanne. Maar algauw verwisselde hij het schilderen voor het beeldhouwen. Dan zien wij zijn gekende tekeningen van vrouwenhoofden en van kariatiden. De reden voor die switch was mij onbekend, maar uit de tentoonstelling leerde ik dat Modigliani een tempel wou bouwen gewijd aan ‘de mensheid’. Die tempel is er nooit gekomen en er zijn blijkbaar ook geen ontwerpen of plannen van bekend. Maar dit project leverde wel talloze tekeningen op en een hele reeks beeldhouwwerken. Dat zijn dan vooral erg gestileerde vrouwenhoofden. Hierin speelden zijn contacten met Constantin Brancusi en Jacques Lipchitz een grote rol - en via Brancusi de beeldhouwwerken van de Cycladen. Maar ook de kunst van de Khmer, van het boeddhisme en van de Afrikaanse maskers zorgden voor inspiratie: de beweging van de figuren, de lichte glimlach, de stilering van de gelaatstrekken. Blijkbaar was Modigliani een fervent bezoeker van de Parijse musea, en niet alleen van het Louvre zoals vele van zijn collega’s en voorgangers, maar ook van de musea op Trocadero.

Amadeo Modigliani, Petit garçon en culotte courte (1918) © Dallas Museum of Art

Ik vind de korte opsomming van al deze invloeden belangrijk omdat zij de latere, zó typische Modigliani-stijl begrijpelijk maken: in zijn latere portretten komen al die samengesprokkelde en verwerkte kenmerken terug.

Om gezondheidsredenen (Modigliani leed aan tuberculose en kon het stof van het beeldhouwen niet meer ‘slikken) en door de oorlog (het materiaal was moeilijker te vinden) schakelde hij weer over van beeldhouwen naar schilderen. Modigliani heeft zo’n 400 portretten geschilderd en honderden tekeningen van figuren gemaakt, waarvan in het LaM een heel interessante selectie is samengebracht. (Toen hij op het eind van WOI tijdelijk - zoals vele collega-kunstenaars destijds - aan de Franse Rivièra verbleef, maakte hij enkele landschappen. Maar die zijn niet op de tentoonstelling te zien. En wat ik ervan via reproductie ken, toont dat het vooral om experimenten gaat.)

Zijn portretten waren aanvankelijk sterk beïnvloed door het fauvisme: intense kleuren, heel vlakmatig geschilderd, met zwarte contouren afgezet. Modigliani werkt dan al met de sterk vereenvoudigde vormen die zo typisch voor hem zullen worden. Onderwerp zijn vooral de kunstenaars-vrienden van Montmartre en Montparnasse. Daar vind ik iets ontroerends aan: een kunstenaar die niet voor de grootse thema’s gaat of voor de ‘maatschappelijk relevante verhalen’ die dan ook nog eens veel uitleg behoeven, maar die zich keert naar diegene met wie hij samenleeft. Ook op dit punt trof mij een zekere zielsverwantschap met Rik Wouters (ofschoon beiden mekaar en wellicht mekaars werk nooit gekend hebben.)

Onderwerp zijn vooral de kunstenaars-vrienden van Montmartre en Montparnasse. Daar vind ik iets ontroerends aan: een kunstenaar (...) die zich keert naar diegene met wie hij samenleeft.

De lijnen die Modigliani dan uitzet, worden mettertijd alleen maar sterker en duidelijker. Ook letterlijk de lijnen, want de ‘aflijning’, de contouren van zijn figuren blijft een sterk stijlkenmerk. Maar het werk wordt niet abstracter of decoratiever. Het wordt juist veel gevoeliger en intenser. En dit is de tweede reden voor mijn verrassing bij deze tentoonstelling. Ik heb zelden zo sterk het oneindige verschil gezien en gevoeld tussen de reproductie van een schilderij en de realiteit ervan. Door de reproducties die ik vroeger van Modigliani’s werk gezien heb, zelfs de foto’s in hoge resolutie die je online kan vinden, kreeg ik de indruk dat dit veeleer decoratief werk was. In de lijn van een reeks werken van Matisse. Maar de reële werken zijn zo gevoelig gemaakt, zo bewerkt en doorgewerkt ook, al zijn ze vaak maar in één of twee sessies geschilderd, wat een heel verschil is met de tientallen sessies die Paul Cézanne en Lucian Freud nodig hebben om een portret te schilderen.

Bij de reeks naakten die Modigliani tussen 1916 en 1917 schilderde en die erg gekend zijn (het KMSKA bezit ook zo’n werk) is dit voor mij nog iets minder aanwezig dan in de portretten uit de jaren die daar op volgen. En deze portretten maken voor mij de tentoonstelling meer dan het bezoeken waard. Modigliani komt hier tot een heel eigen stijl van portretschilderen, waarin hij niet alleen alle invloeden verwerkt waarover ik het tevoren had, maar waarin ook zijn grote empathie voor de geschilderde personen naar voren komt. Die personen zijn vaak anonieme figuren die hij ontmoet in Nice of Cagnes-sur-Mer: Petit garçon roux (1919), Jeune fille assisse, les cheveux dénoués (1919), … Hij heeft ze meestal frontaal geschilderd, tot aan hun handen die rusten in hun schoot. Je wordt hier zelf rustig bij. Uitstekend werk voor SlowArtDay.

Zoals vaker bij jonggestorven kunstenaars kan je je de vraag stellen wat hun werk zou worden mochten ze langer geleefd hebben. Maar bij de portretten die Amedeo Modigliani maakte in de laatste vijf jaar van zijn leven kan je alleen maar dankbaar worden dat een mens dat gerealiseerd heeft. Op zo korte tijd.