Musée Zadkine

In 1934 vestigde beeldhouwer Ossip Zadkine zich met zijn vrouw en schilderes Valentine Prax in het Franse dorpje Les Arques. Verstopt in de natuur van het departement Lot ligt daar nu nog steeds het Musée Zadkine. Het is gevestigd in een klein maar fijn huis waar zelfs tijdens de zomermaanden waarschijnlijk zelden meer dan 20 bezoekers per dag passeren. Nochtans trekt het rustige dorp nog steeds creatieve zielen aan. Elke zomer krijgen enkele hedendaagse kunstenaars er een residentie, wat uiteindelijk ook resulteert in een expositie. Die tentoonstelling was tijdens mijn bezoek aan de Midi-Pyrénées nog in opbouw, maar van Zadkines werk kon ik wel al genieten.

Het Musée Zadkine heeft drie zaaltjes waar hier en daar een gouache of litho aan de muur hangt. Leuke werken, maar geen enkel zo pakkend als de gouache van Kaïn en Abel die ik in de Koningin Fabiolazaal in Antwerpen zag. Er hangen ook vier schilderijen van Valentine Prax. Kleurrijk en vrolijk, maar om eerlijk te zijn lijken ze nogal braaf naast Zadkines uitgesproken sculpturen. Het meest in your face van al die bronzen werken is, niet verbazingwekkend, Monument pour une ville bombardée. Het past immers bij het beroemde werk De verwoeste stad dat Zadkine in 1951 maakte naar aanleiding van het bombardement van Rotterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog (mei 1940). Het Monument is in tegenstelling tot De verwoeste stad geen afbeelding van één figuur die met de handen in de lucht staat, maar van een groep mensen die wanhopig met uitgestrekte armen bommen trachten tegen te houden. Zo lees ik het toch. Het toont de gruwel van oorlog met de kracht die eigen is aan Zadkines expressionisme. 

Diezelfde kracht komt ook terug in zijn pieta die tegenover het museum in de twaalfde-eeuwse romaanse Sint-Laurentiuskerk te zien is. De moeder buigt zich triest over haar overleden zoon en de uit hout gesneden groeven in haar gezicht benadrukken de diepte van haar verdriet. De kerk werd in 1945 op aanmoediging van Zadkine gerenoveerd en is op zich ook een boeiend architecturaal monument. Er zijn sporen terug te vinden van mozarabische invloeden en de toegang tot de crypte (waarin de pieta staat) bevindt zich midden in de kerk, met een trapje dat naar beneden loopt, vlak voor het altaar. Ik had nog nooit zo iets gezien en het kwam wel erg onverwacht dat tegen te komen diep in de bossen van de Lot!

De meeste werken in het Musée Zadkine zijn wel wat minder 'zwaar' in hun thematiek. Ze zijn geïnspireerd door de mythologie van de klassieke oudheid, de natuur en de muziek. Een Diana uit beschilderd hout vlucht elegant jagend vooruit en de dans van de Bacchanten legde Zadkine vast in brons. Twee werken vallen op door hun afwijkend materiaal: tapijt. Met witte en donkerblauwe wol zijn door het Atelier Pinton Frères Zadkines tekening van een gitaarspelende vrouw en de nimf Dafne afgebeeld. Dat atelier werkte in de twintigste eeuw onder andere ook voor Miro, Picasso, Delaunay en Le Corbusier. Nog steeds is het een internationaal erkend atelier dat met hedendaagse kunstenaars werkt. Zadkines tekening van Dafne is grillig zoals de natuur dat zelf ook is en past perfect bij de mythe over de bosnimf. Hij maakte trouwens heel wat werken over dit verhaal: in Tate Modern hangt bijvoorbeeld een lithografie met een erg gelijkaardige (maar uiteraard gespiegelde) tekening. De Romeinse dichter Ovidius beschreef in zijn Metamorfosen hoe Apollo (door een wraak van Cupido) smoorverliefd werd op de 'zuster van Diana', die niet naar hem omkeek, maar door de bossen rende en geluk vond in de jacht en stilte. Uiteindelijk putte Apollo's waanzinnige verliefdheid haar zo uit, dat ze de riviergod Peneus smeekte haar te verlossen van die ellende. Hij veranderde Dafne toen in een laurierboom en het is dat moment dat Zadkine op meesterlijke wijze wist te tekenen. Op de terugweg naar huis reden we door de bossen van de Lot, waar de kruinen van de bomen net als in Ovidius' geschriften als hoofden heen en weer buigen. Ik begreep Zadkines liefde voor de streek. Wie dan hier de mythe leest en nog eens naar de foto van het tapijt kijkt, weet snel waarom Les Arques de moeite is.