Via kunst het vals bewustzijn ontmantelen? In gesprek met Steve Van den Bosch

Laatst bezocht ik de tentoonstelling ‘Inferpretation and Intection’ van Steve Van den Bosch in Mechelen. Op een conceptuele manier treden alle werken er in dialoog met elkaar en met de ruimte, en ontsluieren zodoende de onzichtbare paradigma’s die aan het idioom van tentoonstellingen - en bij uitbreiding kunst - kleven. Omdat het bezoek nog dagenlang nazinderde, besloot ik de kunstenaar te interviewen. In zijn atelier, en bij een kopje Ayurveda-thee, maakte ik kennis met het cerebrale maar toch intuïtieve universum achter Van den Bosch’ oeuvre. 

Meta-tentoonstelling
In de eerste ruimte van De Garage zijn drie deuren uit hun scharnieren gehesen en een paar meter verderop aan het plafond gehangen. In normale omstandigheden dienen deze deuren om plaatsen die niet strikt tot de tentoonstellingsruimte behoren, er van af te scheiden. Door de relatief kleine ingreep worden die niet-plekken niet alleen zichtbaar, maar ook ‘betreedbaar’. De grenzen van de traditionele tentoonstellingsruimte worden afgebroken, en de ruimte zelf geperverteerd. Van den Bosch heeft het over een “exploded view”: “de functionele ruimte (die geen deel uitmaakt van de tentoonstelling) is in principe enkel denkbaar. Dit probeer ik te vertalen als sculptuur. De functionaliteit van de deuren wordt tijdelijk uitgeschakeld en wordt puur beeld. Hierdoor krijg je letterlijk een zicht op onzichtbare plekken.”

Van den Bosch onderzoekt welke parameters onze blik op kunst bepalen. Denk bijvoorbeeld aan de typische witte muren van een tentoonstellingsruimte, de sokkel als drager voor sculptuur, het traditionele kaartje met de naam van de kunstenaar en de titel, de zaaltekst, etc. “Door die elementen af te bouwen, probeer ik de breekbaarheid ervan bloot te leggen. Dan ga ik volgens die elementen iets anders opbouwen, iets dat vertelt over de ervaring en de waardebepaling (van kunst), maar toch op een manier waarop de objecten ongrijpbaar blijven - als een tijdelijke invulling van de tentoonstellingsruimte”.

De deuren staan als conceptueel kunstwerk op zich, maar vormen ook een zelfreflexief discours: het object als een index die de definitie van een kunstwerk bevraagt. Daarom noem ik ‘Inferpretation and Intection’ liefst een meta-tentoonstelling. Elk werk is zelfreflexief en het geheel van objecten “ontmantelt de parameters van een tentoonstelling”. Het hele verhaal, waar elk object een logisch-organisch onderdeel van is, deconstrueert de als vanzelfsprekend aangenomen paradigma’s voor het tonen van kunst. Van den Bosch begeleidt de blik van de toeschouwer van buiten naar binnen. Zijn tentoonstelling gaat over zichzelf en over tentoonstellen tout court.

De onzichtbare paradigma’s van een tentoonstelling genereren wat Van den Bosch een “vals bewustzijn” noemt: een (gedrags)code waar je je als bezoeker automatisch naar schikt. De kunstenaar confronteert de toeschouwer met dit idioom door het vals bewustzijn te ontmaskeren, dus bewust te maken. De bezoeker kan immers niet om deze hangende deuren, deze symbolen van niet-plekken, nu volledig ontdaan van hun functionaliteit, heen. Als vanzelf ontstaat een soort choreografie, die overigens niet stopt bij dit ene werk. Hoewel elke tentoonstelling een dialoog is met ‘de toeschouwer’ (als abstracte entiteit) is dit performatieve aspect niet noodzakelijk ingegeven door de kunstenaar zelf: “ik kan niemand tot poëzie dwingen”.

List of works is een audio-installatie met vier luidsprekers in verschillende ruimtes. Het duurt misschien even voor je als bezoeker beseft dat de stem de titels en specifieke kenmerken van de werken in de tentoonstelling voorleest. Traditioneel zou deze informatie op een kaartje naast de stukken hangen. De toeschouwer wordt auditief van ruimte naar ruimte geleid, waarmee de ontmantelende choreografie zich verder zet. “Elke geste in een tentoonstellingsruimte stolt. Een deel van deze stolling moet uitgesteld worden, zodat je er als toeschouwer een plaats in krijgt als coproducent”. De vanzelfsprekendheid van de gedragscode in een tentoonstelling wordt in ‘Inferpretation and Intection’ uitgesteld, waardoor het mentaal archief van de individuele toeschouwer een plaats krijgt. De werken anticiperen op een individuele, associatieve lezing en staan hiervoor open.

Ongeschreven regels
Ondanks de afwezigheid van geschreven tekst in de tentoonstelling, speelt taal een gigantische rol in Steve Van den Bosch’ oeuvre. De titel ‘Inferpretation and Intection’ is hiervan de ideale getuige. De twee woorden zijn contaminaties van elkaar, maar introduceren ook twee veelzijdige en beladen concepten, ‘interpretatie’ en ‘infectie’. Ik laat ook hier graag de kunstenaar aan het woord: “interpretatie is een keuze, maar infectie gebeurt onvrijwillig. Het vals bewustzijn dat ontstaat in een tentoonstellingsruimte is een vorm van infectie: het kruipt onder je huid, buiten je bewustzijn om. Dit is echter extreem relatief: interpretatie is door persoonlijke geschiedenis en opgedane kennis beïnvloed, en infectie kan soms een keuze zijn (denk bijvoorbeeld aan roken). Vandaar leek het me interessant deze twee termen over elkaar heen te schuiven. De titel is ook een toepassing van zichzelf; net als alle werken in deze tentoonstelling is het zelfreflexief”.

Onder de titel Dot dot dot wordt een leeg authenticiteitscertificaat op een witte muur geprojecteerd. Net als List of works onderzoekt deze ingreep het vastgeroeste idioom van het omgaan met kunst. Slechts bepaalde woorden en formuleringen worden aanvaard als taal voor kunst. Kunst wordt omringd door geschreven en ongeschreven regels zonder dewelke we het geen kunst kunnen of mogen noemen. Een koper vereist een certificaat van authenticiteit als bewijs dat hij of zij een kunstwerk aankocht, en niet louter een ding - of hoe ook kunst geperverteerd wordt door een kapitalistisch marktidioom.

Een steeds groeiende soundscape in List of works onderbreekt de stem en daarmee ook het idioom dat ze vertegenwoordigt. Op een subtiele manier confronteert deze compositie ons met de breekbaarheid van de geconstrueerde regels van de kunstwereld, en van het document als zodanig. Ook het authenticiteitscertificaat is efemeer: het bestaat niet in hard copy, enkel als projectie. Wanneer de projector straks uit staat, is ook het kunstwerk waar het potentieel aan verbonden is principieel verdwenen.

Zelfs de (tamelijk onschuldige) kleur wit ontsnapt niet aan Van den Bosch’ kritische vergrootglas. Wit is misschien het belangrijkste en meest verdoken paradigma voor het tonen van kunst. Hoewel grote musea zich af en toe aan variatie wagen, kent de ‘white cube’ een lange traditie vanuit de veronderstelling dat wit de meest neutrale kleur is voor het tonen van de grootste variëteit aan kunstwerken. Slechts zelden - om niet te zeggen ‘nooit’ - sta je als toeschouwer stil bij de manier waarop deze kleur jouw blik leidt. De witte achtergrond definieert wat er voor staat als kunstwerk en bepaalt mee het mentale beeld dat je van het kunstwerk overhoudt.

Van den Bosch schilderde enkele van de ruime zalen van De Garage in een zachte aan lavendel grenzende kleur. De stem van de audio-installatie List of Works geeft hier volgende verklaring voor: “Representation, 2016, wall painting, approximately 500 square metres. The forensic photographer Eric Sapin was asked to take a photograph of an infinite white background. The resulting print was given to a professional paint shop to be scanned in order to produce a matching tint of acrylic wall paint. This wall paint was then used to colour the walls of the exhibition space”. De kleur die op de muren verschijnt, is dus een pervertering van de kleur wit. Van den Bosch toont aan dat de witte achtergrond van tentoonstellingen in de verste verte niet onschuldig of neutraal is - het is zelfs niet echt wit!

Een nieuw verhaal
Het conceptuele niveau kan, in combinatie met het ontbreken van een zaaltekst in de expo, ervaren worden als het nodeloos compliceren van een toch al tamelijk hermetisch gedachtengoed. Een tentoonstelling die meer vragen oproept dan antwoorden getuigt echter van een groot respect voor de intellectuele capaciteiten en de individuele interpretatie van de toeschouwer, die nu immers vrij is om haar eigen conclusies te trekken. Het wanhopig vasthouden aan de voorgekauwde interpretatie van een zaaltekst - één van de paradigma’s van het tonen van kunst - “getuigt van een grote angst voor het onbegrijpelijke”. Dat onbegrijpelijke is echter net wat ons stimuleert om een open en kritische houding aan te nemen, ook buiten de tentoonstellingsruimte. 

De publicatie die bij de tentoonstelling hoort, Record, is eveneens een meta-document. Het is een registratie van de werken in de tentoonstelling (en meer), zoals het paradigma vereist, maar net als alle werken in ‘Inferpretation and Intection’ heeft het boek geen eenzijdige functie: “ik ben erg gefascineerd door de dubbele status die een object kan hebben. Het werk zelf documenteert een proces, maar het resultaat is wel iets anders. Daarin is de toeschouwer zoals gezegd coproducent. Record is een resultaat, een registratie, maar het woord kan ook als een gebod klinken.” Het woord is met name een uitnodiging voor de toeschouwer om haar eigen interpretatie te projecteren, en zodoende aan de hand van de werken een nieuw verhaal te schrijven.

‘Inferpretation and Intection’ is meer dan een som van delen. Steve Van den Bosch tast de grenzen van objecten en hun definiërende parameters af in een meta-tentoonstelling. Alle objecten versterken elkaar in hun zoektocht naar ontmanteling. De onbewuste choreografie die de toeschouwer uitvoert maakt van de ruimte een tussenruimte; een denkbare zone waarin het ontmantelen van vastgeroeste codificaties plots mogelijk wordt. De zelfreflexiviteit van de werken nodigt uit tot ook zelfreflectie als toeschouwer; het ontmantelen van het vals bewustzijn leidt tot een nieuw bewustzijn rond de codificaties waar we in onze rol van toeschouwer aan onderworpen zijn. De vragen en ideeën die Van den Bosch oproept klampen zich vast aan je geest en echoën misschien ook na in andere aspecten van het leven. De performance waar je als toeschouwer in terechtkomt - de ontmanteling van het vals bewustzijn - stopt niet wanneer je De Garage verlaat. Integendeel, dan begint het pas.