Het Wilde Westen vandaag: Mohamed Bourouissa in het Stedelijk Museum Amsterdam

Als je in Amsterdam bent, kan je niet om de fantastische en uitermate goed functionerende musea heen. Het Museumplein is winter en zomer volgestouwd met toeristen die vanuit alle hoeken selfies maken met de beroemde ‘I amsterdam’ sculptuur, of met studenten die op een van de vele bankjes een kleine lunch nuttigen. Het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Van Gogh Museum zijn er slechts enkele stappen van elkaar verwijderd en hebben voldoende te bieden om een hele dag met kunst te vullen. Zelfs in het bijzijn van Rembrandt, Rietveld en Van Gogh maakte de tijdelijke tentoonstelling van Mohamed Bourouissa in het Stedelijk een grote indruk.

Mohamed Bourouissa’s project Horseday ging in 2013 van start en loopt de facto nog steeds. De Frans-Algerijnse kunstenaar ontdekte en geraakte gefascineerd door de ruitercultuur in de Afro-Amerikaanse gemeenschap in Philadelphia, Verenigde Staten. Hij werkt regelmatig met deze gemeenschap van hedendaagse ‘cowboys’ samen en presenteert enkele video’s, foto’s en installaties nu in het Stedelijk.

De 'black cowboys' in Philadelphia. © Mohamed Bourouissa

De 'black cowboys' in Philadelphia. © Mohamed Bourouissa

De traditie van ‘black cowboys’ gaat al eeuwenver terug in het westen van de Verenigde Staten, met een sterke gemeenschap in Philadelphia. Bourouissa’s video’s tonen hoe ook vandaag cowboys te paard door de stad rijden, en bij het stoplicht stilstaan tussen auto’s en andere hedendaagsere voertuigen, en anderzijds hoe de jonge generatie haar paarden tot het uiterste verzorgt en deelneemt aan dessuurshows.

Vergeten cowboys

Mohamed Bourouissa,  Horseday , installatie in het Stedelijk Museum, Amsterdam

Mohamed Bourouissa, Horseday, installatie in het Stedelijk Museum, Amsterdam

Bourouissa is lang niet de enige die zich geïnspireerd voelt door de ‘black cowboys’ in Philadelphia. Fotograaf Charles Mostoller maakte een serie over met name de adolescenten van deze gemeenschap. In zijn, bij momenten roerende, zwart-wit beelden is te zien hoe de introductie tot deze gemeenschap, en het langdurige engagement dat samengaat met paardrijden, vaak kansarme jongeren kunnen motiveren. Kunstenaars John Ferguson en Gregg MacDonald sloegen dan weer de handen in elkaar voor een documentaire film over de Afro-Amerikaanse ruiters. In “The Forgotten Cowboys” brengt het duo aan het licht dat ook in het Wilde Westen van de negentiende eeuw al ongeveer een op vier cowboys van Afro-Amerikaanse origine was. Het beeld dat Hollywood van de typisch blank cowboy ophangt, wordt dus stevig bijgesteld.

In deze tamelijk grote poel van kunstenaars die zich voor dit specifieke fenomeen interesseren, slaagt Mohamed Bourouissa zich te onderscheiden door werken van zijn eigen hand toe te voegen. Zo presenteert hij zijn documentaire videobeelden in een speciaal opgezette ruimte, waarvan de buitenmuren bedekt zijn met foto’s en advertenties voor paardenshow, maar ook aangevuld met objecten, geleend van de cowboys zelf. Daarnaast creëerde Bourouissa zijn eigen sculpturale installaties uit aluminiumplaten, waarin portretten van de cowboys verwerkt zijn.

 

Beleving van binnenuit

Het is duidelijk dat de interesse van de kunstenaar voornamelijk uitgaat naar de beleving van deze particuliere subcultuur. Aan al zijn werken is te voelen hoe hij de ‘black cowboy’ gemeenschap niet alleen bestudeerde, maar er deel van ging uitmaken. Diezelfde methode gebruikte Bourouissa al voor andere semidocumentaire werken, zoals een portrettenreeks van migranten in een wijk in Parijs, of een video over het gevangeniswezen, waarin te zien is hoe hij via (in amper verstaanbare slang uitgedrukte) sms’en nauw contact houdt met de gevangenen, en hen vraagt bepaalde elementen uit hun dagelijks leven te filmen. Steeds opnieuw probeert hij dus een bepaalde subcultuur van binnenuit te doorgronden om haar systemen te begrijpen. Het documenteren is voor Bourouissa, in tegenstelling tot zijn bovengenoemde collega’s die alles van op een afstand vastleggen, secundair. Wat van belang is, is de sfeer herscheppen die hij in een zeer specifieke subcultuur ervaarde. Dankzij de kracht van zijn fotografische en bewegende beelden, de sterke compositie van de tentoonstelling als één installatie, en de verwerking van rechtstreeks geïmporteerde objecten, is die sfeer ook voelbaar voor de toeschouwer.

Mohamed Bourouissa,  The City , 2016. 

Mohamed Bourouissa, The City, 2016. 

 

 

Horseday van Mohamed Bourouissa loopt nog tot 1 januari 2017 in het Stedelijk Museum Amsterdam. 

Het Straatje van Vermeer 'thuis' in Delft

Dankzij een bijzondere samenwerking tussen het Rijksmuseum in Amsterdam en Museum Prinsenhof Delft was het tijdelijk mogelijk Het Straatje van Vermeer te zien in de stad waar hij het rond 1658 op het doek zette. Johannes Vermeer is één van ‘s Nederlands grootste schilders en had een voorkeur voor tijdloze en ingetogen momenten. Het Straatje van Vermeer is één van zijn meesterwerken en wordt zelden uitgeleend door het Rijksmuseum. Ze hebben dan toch een uitzondering gemaakt...

Deze kans kon ik niet laten liggen. Enerzijds aangezien ik echte ‘Delvenaar’ ben, net zoals Johannes Vermeer, en anderzijds omdat Vermeer al langer een held van mij is. Dat is zo omdat hij Delft op de kaart en het doek heeft gezet. Daarmee doet hij de Prinsenstad eer aan. En zeg eens eerlijk, wie wil dit werk niet eens in het echt zien?

Johannes Vermeer,  Het Straatje , ca. 1658 (© Rijksmuseum, Amsterdam)

Johannes Vermeer, Het Straatje, ca. 1658 (© Rijksmuseum, Amsterdam)

Wie is Johannes Vermeer?

Laat ik aanvangen met het schetsen van de context rond Vermeer. Historisch kan hij geplaatst worden in de Nederlandse Gouden Eeuw. Hij schilderde graag momenten die in eerste instantie misschien als nietszeggend werden bestempeld, maar bij nader inzien (en met wat fantasie) wel een verhaal vertellen. Denk maar aan zijn bekende werk Meisje met de parel. Dat schilderij laat een opvallend vrouwengezicht zien en het (fictieve) verhaal erachter is zelfs voor het witte doek verfilmd.

Qua kleuren ging Vermeers voorkeur uit naar ultramarijn en loodtingeel. Men vermoedt dat Johannes Vermeer hierin beïnvloed werd door Hendrick ter Brugghen. Vermeer vond deze kleuren prachtig en zag Hendrick ter Brugghen als een voorbeeld.

Johannes Vermeer, Gezicht op Delft, ca. 1660-1661 (© Mauritshuis, Den Haag)

Vermeer schilderde in totaal zo’n 45 schilderijen waarvan er 35 schilderijen bewaard zijn gebleven. Dit houdt in dat hij ongeveer 2 à 3 doeken per jaar produceerde. Bekende werken van Vermeer zijn bijvoorbeeld:

Gezicht op Delft is een favoriet van mij. Momenteel hangt dit werk in het Mauritshuis in Den Haag. De dynamiek in dit werk is heel wonderlijk en spreekt echt tot mijn verbeelding. Let op de beweging in het water en hoe gedetailleerd Vermeer hierin te werk is gegaan!

 Nu zijn deze werken algemeen bekend, maar Vermeers werk werd eigenlijk pas ver na zijn dood gewaardeerd. Zijn bekendheid kreeg pas vorm rond 1866 toen een bekende Franse journalist genaamd Théophile Thoré-Burger zijn werk uitgebreid onder de loep nam. Die besteedde veel aandacht aan de stijl en eigenheid van Vermeer, betitelde hem als miskend genie en gaf hem de bijnaam ‘De sfinx van Delft’. ‘Sfinx’ verwijst naar het ‘mysterie’ waarmee Vermeer omringd is: hij liet weinig werken na en er is niet veel bekend over zijn leven.

Het Straatje van Vermeer - nu en toen

Het Straatje is één van de twee Delftse stadsgezichten die Vermeer schilderde. Het beeldt een zicht op een klein steegje uit, met delen van enkele huizen in Delft. Het gewone leven in de stad is hier duidelijk het thema. In het midden van het schilderij zie je een schrobgoot, wat aangeeft dat beide panden op dit schilderij dichtbij een Delftse gracht lagen.

Ik ben zelf nog eens door de daadwerkelijke straat gelopen en heb geprobeerd de sfeer te proeven en mezelf even terug in de tijd te plaatsen. Het is eigenlijk echt een bijzonder en fijn gevoel om voor een grachtenpand te staan dat ooit door Vermeer geschilderd werd - op een plek waar hij dus zelf ook ooit stond!

Ik ben zelf nog eens door de daadwerkelijke straat gelopen en heb geprobeerd de sfeer te proeven en mezelf even terug in de tijd te plaatsen.

De aanleiding voor de hernieuwde aandacht voor Het Straatje van Vermeer is dat men lange tijd veronderstelde dat het een pand aan de Nieuwe Langendijk 22-26 was. Dit pand is in 1982 voor nieuwbouw afgebroken en dus niet meer herkenbaar.

Toch heeft gedegen onderzoek kunnen uitwijzen dat het pand ergens heel anders in Delft was.

Detail van de Penspoort (Johannes Vermeer, Het Straatje, ca. 1658 - © Rijksmuseum, Amsterdam)

  • Ontdek hier de oude locatie van Het Straatje van Vermeer.
  • Ontdek hier de nieuwe locatie van Het Straatje van Vermeer.

 De Penspoort

Het poortje dat op het werk van Vermeer te zien is, werd vroeger ook wel de Penspoort genoemd. Het rechterhuis was eigendom van een tante van Johannes Vermeer. Deze vrouw, Ariaentgen Claes van der Minne, verkocht pens, zoals dat vroeger vaker werd gedaan. Zo kreeg de poort naast het huis de naam de Penspoort.

Het Straatje was tot 17 juli weer “thuis" en te aanschouwen in Museum Prinsenhof te Delft. Het hangt binnenkort terug in het Rijksmuseum, maar voor wie in Delft is: loop toch ook eens onder dat poortje door!

If We Ever Get To Heaven. William Kentridge op zijn best

Na een zonnige overtocht met het pontje van het Amsterdamse Centraal Station naar de andere kant van het IJ stond ik daar dan, voor het indrukwekkende EYE. Met hoge verwachtingen stapte ik binnen, en de expositie If We Ever Get To Heaven van Zuid-Afrikaan William Kentridge (Johannesburg, 1955) stelde niet teleur. Integendeel, ik had van deze kunstenaar nooit eerder zo'n knallend werk gezien. 

Kentridge is vooral bekend voor zijn houtskooltekeningen en de animaties die hij daarmee maakt. Hij weet als de beste trauma's uit het Zuid-Afrikaans verleden in zijn werk te integreren, ook wanneer hij vertrekt vanuit de Russische geschiedenis, zoals in I Am Not Me, the Horse is Not Mine (2008). Die installatie bevat de beeldtaal van de Russische avant-garde, het geheel is gebaseerd op het kortverhaal De neus van Nikolaj Gogol. De kritiek op Russische bureaucratie, corruptie en wreedheid die in dit werk naar voren treedt, kan ook vanuit een Zuid-Afrikaans perspectief relevant zijn. Deze installatie met acht aparte schermen is schitterend, maar nogal donker en en minder narratief dan More Sweetly Play the Dance (2015). Dààr wil ik het vooral over hebben.
More Sweetly Play the Dance maakte Kentridge speciaal voor het EYE en is zonder twijfel het beste dat ik ooit van hem zag. De achtergrond is getekend met houtskool en daarna geanimeerd. Hij werkte samen met een big band uit de buurt van Johannesburg voor de muziek (die een erg grote rol speelt bij deze installatie) en met de erg getalenteerde danseres en choreografe Dada Masilo.

Acht schermen vormen één lijn die 45 meter lang is. Een processie trekt voorbij en wordt begeleid met luide, opzwepende muziek. Het spektakel begint met een man die bladen in de lucht gooit, dan valt een twintigkoppige band in. Oorverdovend geluid bepaalt het ritme van zes mannen in lange gewaden die tweedimensionale afbeeldingen van planten meedragen. Wat ze omhoog steken, lijkt daardoor te maar een schaduw van iets 'echt' (zie filmpje). Deze stoet trekt voorbij in een wereld die zweeft tussen 'echt' en 'vals', tussen leven en dood. 

Plots vertraagt de muziek en weerklinkt er Afrikaans gezang. Een man met een doorzichtige sjaal danst uitbundig, er komen opnieuw schaduwen langs. Ditmaal een dreigende kniptang, hoofden van bekende machthebbers (ik herkende Mao) en vervolgens meer dansende mannen. Wanneer de band weer invalt, komen er dansende skeletten langs. Aha, een danse macabre? Dan enkele figuren met ziekenhuisattributen onder het geluid van drie tuba's gebukt gaan, wordt de sfeer grimmiger. Een bloedrode vlag wappert in de optocht. Toch komt 'de hoop' weer terug, samen met nieuw gezang, en méér mensen dragen méér figuren met zich mee. Een badkuip, een telefoon. Tot slot twee hoorns, een vrouw met een geweer.

In minder dan vijftien minuten passeert Kentridges mars. Treurig, met momenten, maar ook vrolijk. William Kentridge verwees zelf naar middeleeuws bijgeloof om zijn werk uit te leggen: er werd toen immers geloofd dat, zolang men danste, men niet dood kon gaan. More Sweetly Play the Dance is dus niet òf triest, òf blij. Dit werk is dat allebei. Het behandelt vreugde, rouwen, ziek zijn. Het scheert langs geweld, macht en vluchtelingen. Waarover het gaat, in één woord? Overleven. Wat ik heb meegenomen? Levenskracht.