Het Gulden Cabinet

 Het Gulden Cabinet
 
Museum Rockoxhuis
 02.02 2013 > 31.12 2016

  Kunstkamer, Frans Francken II,     (Antwerpen 1581-1642) © KMSKA

 Kunstkamer, Frans Francken II, 
 
(Antwerpen 1581-1642) © KMSKA

Deze voormalige burgemeesterswoning herbergt momenteel enkele van de grootste kunstschatten van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Rubens, Van Dijck, Memling en Van Eyck: ze hangen er allemaal. Een heleboel kunstwerken uit de tentoonstelling Meesterwerken in het MAS zijn verhuisd naar het Rockoxhuis. Sommigen komen hier beter tot hun recht, maar vele andere waren mooier en spannender in het Museum Aan de Stroom. De Fouquet bijvoorbeeld, waar ik reeds vol enthousiasme over blogde, kreeg daar -terecht!- een centrale plaats. In 't Rockox hangt ze maar 'gewoon' tussen de haard en een waaierdeur, als ik het me goed herinner.

De naam van de tentoonstelling, Het Gulden Cabinet, zegt al wat het programma is. Men hangt de schilderijen op zoals ze zouden hangen in een echte kunstkamer. Op de mooie kunstkabinetten (misschien wel de trots van het Rockoxhuis!) liggen schelpen en koralen.

Maar er is een keerzijde aan dit "originele" concept... Ik miste de overvloed aan werken, voorwerpen en kleuren. Als men echt kunstkamers wil maken: dan liever vier propvol kunst en exotica. Daar zijn ook een heleboel nadelen aan verbonden, maar als je zo'n project opstart, ga er dan volledig in op. Overdrijf! Een boeket bloemen, een handvol munten, een boek dat open ligt... Net zoals op het werk hierboven. In het Rockoxhuis is de opstelling mooi, maar ook een beetje braaf. Moesten ze er in geslaagd zijn om van deze tentoonstelling en dit concept echte Barok-rock 'n roll te maken... Dat zou geweldig geweest zijn!

Daarnaast was er nog iets dat ontbrak: er hingen geen naamkaartjes bij de werken. Ik ben niet altijd in de 'bezoekersgidsstemming' en heb dan graag gewoon de namen van de kunstwerken, hun makers en een datum naast het werk staan. Vaak valt uit die basis-informatie al heel veel af te leiden. Wie geen zin heeft in een uitgebreide uitleg kan dan altijd thuis wat extra opzoeken of de bezoekersgids bij de hand nemen. Bovendien ben ik het oneens met het vaak voorkomende argument 'we willen de bezoekers opnieuw leren kijken'. Ik ben van mening dat men op die manier de bezoeker bemoedert. Kan die niet voor zichzelf uitmaken hoe hij of zij een tentoonstelling bezoekt?

Ik doe even een test: hieronder drie afbeeldingen van kunstwerken die mij hebben aangesproken in deze tentoonstelling. Zonder informatie!

En? Het is natuurlijk zeer goed mogelijk te genieten van deze werken zonder meer informatie. Daar ben ik me zeker van bewust. Het zijn alle drie heel aantrekkelijke schilderijen: knappe vrouwen, mooie kleuren, een slimme compositie... Voor wie echt wil weten wie de kunstenaar is, waar het over gaat en wanneer het gemaakt is: www.hetguldencabinet.be. Een aangename en overzichtelijke website, waarop je op Facebook-wijze je favoriete schilderijen kan liken (door ze bij je Favorieten onder te brengen). Op zich is dat idee misschien wat commercieel en oppervlakkig, maar ik vind het goed gevonden. Het is toch interessant om eens te kijken wat de toeschouwers juist aanspreekt. Jammer dat er geen commentaren bij staan, dan hadden we ook het waarom-gedeelte kunnen ontdekken!

De tentoonstelling is ondanks de hierboven vermelde mankementen zeker de moeite waard. Niet vanwege de rode draad of de coherentie, wel omdat het stuk voor stuk meesterwerken zijn.

De weg naar Van Eyck

De weg naar Van Eyck
 
Museum Boijmans Van Beuningen
 
Museumpark 18-20, 3015 CX Rotterdam
 
13.10 2012 > 10.02 2013

  Een even mysterieus kunstwerk (van het KMSKA):   De Heilige Barbara van Jan Van Eyck.   (Waarom) is ze onafgewerkt?    © Boijmans van Beuningen

 Een even mysterieus kunstwerk (van het KMSKA): De Heilige Barbara van Jan Van Eyck. (Waarom) is ze onafgewerkt?
 
© Boijmans van Beuningen

Jan Van Eyck is altijd al een mysterieus figuur geweest in de kunstgeschiedenis. Men vermoedt dat hij rond het jaar 1400 geboren werd (hoewel ook 1390 een optie is), waarschijnlijk in de buurt van Maaseik. Van Eyck heeft gewerkt voor Jan van Beieren, graaf van Holland in Den Haag. Na diens dood trad hij in dienst van Filips de Goede, voor wie hij regelmatig reizen maakte. Dat verklaart bijvoorbeeld dat er besneeuwde bergtoppen te zien zijn op enkele van zijn schilderijen. Hij heeft waarschijnlijk de Alpen gezien bij één - of meerdere - van zijn tochten.

Men weet dus toch wel wat, maar alles is met een vraagteken achter. Voor zijn schilderijen geldt dat ook. Er zijn er maar 24 overgebleven! Af en toe kan men zeggen dat een werk naar zijn voorbeeld gekopieerd is. Maar in hoeverre is dat dan een trouwe kopie? En we weten allemaal dat Van Eyck niet te kopiëren valt!

In de tentoonstelling ligt het Turijns-Milanese getijdenboek. Dat boek bevat een tekening die door Jan Van Eyck gemaakt zou kunnen zijn. Toch wel echt straf hoor, die verluchte handschriften. Zo klein en fijn. En wat een mooie kleuren! Hij schilderde onder andere de doop van Jezus door Johannes de Doper in een West-Europees landschap. De tekst van Boijmans van Beuningen wist het perfect te zeggen: 'Van Eyck duidt iemand die ver weg staat gewoon aan met een stipje. Toch zie je een mensje.' Ja!

De tentoonstelling wordt begeleid door uitleg op de muur, maar ook door korte tekstjes die je kan lezen in een boekje dat je bij het binnenkomen aangeboden krijgt. Daarin staat uitleg bij elk werk! Men zegt bondig wat er op de kunstwerken te zien is en waarom ze relevant zijn in de tentoonstelling. Dat was erg goed en handig. Een echte mini-cursus 'De weg naar Van Eyck'.

Mijn papa gebruikte ook de applicatie voor smartphone die te vinden is op het internet. Weeral een voltreffer: via tekstballonnetjes op de schilderijen kom je meer te weten over de techniek, de figuren en de betekenis. Er is bij elk schilderij (men bespreekt er 21 topwerken) een filmpje van de conservator die uitleg geeft. Daaronder kan je vragen lezen van bezoekers die door hem zijn opgelost. Dat vond ik echt geweldig! Het ging vooral om dingen die de bezoekers niet goed begrepen: figuren die niet beschreven stonden, een rare vorm of een vreemd voorwerp. Ook leuk om te lezen zijn de suggesties 'Is de zeshoek geen verwijzing naar de honingraat en staan bijen niet symbool voor de maagdelijkheid van Maria?' Wat een opmerking!  De 'tour' staat ook online: hier een link.

Paradijstuintje, ca. 1410-1420, Bovenrijngebied (Straatsburg?).  © Boijmans van Beuningen

Paradijstuintje, ca. 1410-1420, Bovenrijngebied (Straatsburg?).
 © Boijmans van Beuningen

Wat ik vooral onthouden heb van dit bezoek zijn de volgende dingen (ik som ze even op, dat leek me duidelijk):

  • Van Eyck was niet de eerste om met olieverf te schilderen! Hij was wel de meest begaafde artiest en heeft de olieverf gebruikt op een manier die niemand hem voordeed.
  • De kunststroming voor en rond Van Eyck noemt men de internationale gotiek. Dat is een term die het goed samenvat: internationaal omdat men over heel Europa in dezelfde stijl schilderde (daarom ook dat men vaak niet weet van waar een werk afkomstig is). Ook was het de gewoonte schilderijen te vervaardigen in het eigen atelier, maar dan te vervoeren naar ergens anders. Soms kan men wel de herkomst bepalen door de houtsoort (een boom die vaak in Duitsland voorkomt is bijvoorbeeld de linde). Typisch voor de internationale gotiek is dat diepte en plasticiteit ontbreken: de mensen zijn wat 'plat' en men gebruikt nog geen echte schaduwen.
  • Van Eyck had een bijzondere aanleg voor kijken. Hij wist met ongelofelijke precisie de dingen vast te leggen. Zo schilderde hij bloemen erg natuurgetrouw. Toch was hij ook hierin niet de eerste. Een prachtig klein werkje getiteld Paradijstuintje uit ca. 1410-1420 laat al wonderlijke lelies en vogeltjes zien! Dit was dan ook mijn favoriete werkje uit de hele tentoonstelling.
  • Twee pleurants uit Dijon waren ook aanwezig. Dat zijn albasten beeldjes, niet hoger dan 20 centimeter, die op het praalgraf van Filips de Stoute pronkten. De uiterst realistische uitbeelding van verdriet die bij hen te zien is, zal Van Eyck later ook overnemen in de schilderkunst. De beeldjes zijn gemaakt rond 1404-1410. Ik heb er vroeger ook al over geblogd: opnieuw een link.
  • In de tijd van Van Eyck werden niet alleen prachtige gedetailleerde kunstwerken gemaakt. Er was ook een heleboel massaproductie. Die massaproductie was bedoeld voor het gewone volk en vaak heel erg snel en lelijk geschilderd. Hoewel het dus geen 'grote kunst' is, is het wel een echte ontdekking!
  • Tot slot nog een weetje: Jozef (de man van Maria) wordt vaak fronsend afgebeeld op schilderijen. Dat is omdat hij zo nu en dan zou getwijfeld hebben over Maria's maagdelijkheid...

Jan Van Eyck... Ik zie hem na deze tentoonstelling niet meer als geïsoleerd geval dat tussen alle middeleeuwse invloeden zijn eigen, compleet nieuwe stijl heeft ingevoerd. Integendeel: zijn techniek en realisme waren al uitgeprobeerd. Zijn echte sterkte was dus niet het bedenken van dat alles, maar er naar kijken, er iets aan toevoegen en het beter doen. En dat is hem gelukt.