Land art op papier. Richard Serra in IJsland

In een groot industrieel pand aan de Reykjavikse waterkant ligt het Reykjavik Art Museum. Het Hafnarhus, letterlijk vertaald het Havenhuis, biedt verschillende tijdelijke tentoonstellingen, het hele jaar rond. Deze zomer liep er de tentoonstelling Afangar. Standing Stones, genoemd naar de gelijknamige en permanente (!) landschapsinstallatie van Richard Serra op het eiland Videy.

 Afangar verwijst naar de woorden "bestemming", "tussenstop" en "stoppen en kijken". Het werk bestaat uit negen paren basalten zuilen, verspreid over het hele eiland Videy. Al wandelend kan de bezoeker het eiland en de installatie ontdekken. Door diens beweging verandert hij of zij als het ware zelf het kunstwerk. De bedoeling is op ontdekking te gaan, in het landschap én in de kunst. Slechts op één punt zijn alle zuilen tezamen te zien. Basalt is trouwens op IJsland vaker te zien in indrukwekkende formaties, en met de keuze voor dat materiaal aardt Serra zijn werk dan ook letterlijk in de IJslandse cultuur. 

De installatie is de grootste die Serra tot op heden maakte en bedekt het hele eiland, dat geklasseerd is als natuurreservaat. Naast die achttien zuilen, staat er in feite niets. In 1990 tekende hij dit stukje land art voor het Reykjavik Arts Festival en tijdens de zomermaanden, 25 jaar later, toonde het museum voor hedendaagse kunst zijn schetsen en een maquette. Op Videy ben ik zelf niet meer geweest, maar de expositie gaf wel een goede indruk. Als ik ooit terug in Reykjavik ben, neem ik de boot naar het eiland!

In het Art Museum waren vooral schetsen in serie te zien, die esthetisch wel wat te bieden hadden, maar eerlijk gezegd nogal snel verteerd waren. Eén werk torende echter boven alle andere uit: een groot alleenstaand kunstwerk op papier waar - in tegenstelling tot de andere werken - géén glas voor zat. Hierdoor kwam Serra's druktechniek veel beter naar voren en kreeg ik, ondanks het abstracte karakter van het werk, toch het gevoel een deel van Afangar gezien te hebben. Twee zwarte vlakken, zonder sterk afgelijnde rand, zweven in het kader. Bruin papier, een zwarte inkt. Simpel, misschien, maar wat een intensiteit! Ik zet hier nu bewust geen afbeelding van de feitelijke installatie uit 1990, want de perceptie van dit ene werk verandert volledig als je foto's van de installatie gezien hebt. Dan krijgt alles iets concreet, terwijl het mooie aan een schets vaak de vaagheid is. In schetsen zit potentie, maar niets definitief. Dit werk vond ik boeiend omdat het me een onheilspellend gevoel gaf, zoals de IJslandse natuur dat ook deed, met haar hoge bergen en eindeloze vlakten... Serra's creatie op Videy schijnt echt de moeite te zijn. Ik geloof dat hij op een heel respectvolle manier aansluit bij de IJslandse eigenheid en natuur. Wel, ik vond ook in deze schets de essentie van het noorden. Ontembaar, donker, vol eigenzinnige kracht.

Giuseppe Penone verstopt in Brugge

Midden in het historische centrum van Brugge, aan de rand van de reitjes en in de schaduw van de Onze-Lieve-Vrouwe-kerk ligt De aderen van het klooster van de Italiaanse kunstenaar Giuseppe Penone. Penone staat vooral bekend als een arte povera kunstenaar. Arte povera is een stroming die zijn naam dankt aan de grote Italiaanse kunstkenner/criticus Germano Celant, die er ook de kenmerken van vastlegde in 1967. Het marmer in deze installatie kan echter moeilijk tot 'arm materiaal' gerekend worden, wat duidelijk maakt dat Brugge te maken heeft met een Penone die ik meer als landschapskunstenaar beschouwde dan als vertegenwoordiger van arte povera. In welke kunsthistorische of kunstwetenschappelijke categorie we hem ook willen plaatsen, de kracht van zijn werk blijft overeind.

De aderen van het klooster bevindt zich op de tweede (achterste) binnenplaats van het Sint-Janshospitaal. Met zicht op de achtergevel van de grote hal (inclusief indrukwekkende poort!) en de wetenschap dat de aandoenlijke middeleeuwse pesthuisjes niet veraf zijn, wordt dit vanzelf al een beladen plek. Penone vult de christelijke symboliek in zijn omgeving aan met eigen symbolen. In een wit-zwart-geaderde ovalen marmeren 'eiland' kerft hij bovenaan een reliëf dat doet denken aan de boom die naast het water staat. Maar kerven zijn ook littekens, die verzorgd worden maar ongeneesbaar zijn; kerven zijn ook aders, waardoor leven stroomt. De boom naast zijn waterpartij bestaat uit een dood en levend deel. Achter een dode stam schuilt een piepjong levend boompje, dat op termijn enkel groter zal worden, tot het zelf weer sterft. Vanaf een dode tak vallen druppels in het water: druppel na druppel herinnert Penone ons aan ons deel uitmaken van een groter geheel. Zijn werk is één grote verwijzing naar de ziekenzorg die vanaf de 13e eeuw tot midden jaren '70 in het Sint-Janshospitaal plaatsvond. De aderen van het klooster behelst de rust die uitgaat van religieuze plekken, met een soberheid die hartverwarmend, tijdloos en -bij nader inzien- toch dat tikkeltje typisch arte povera is.