Sereniteit en gruwel: Dirk Bouts' Marteldood van de heilige Erasmus

IMG_1791.jpg

In mijn vorige blog over precolumbiaanse kunst in het MAS schreef ik over enkele aardewerken beelden uit de Maya- en Veracruz-cultuur. Zeker de sculpturen van krijgers die op hun offerdood wachten, fascineerden me. De rust die bepaalde beelden uitstralen staat in tegenstelling tot een meer instinctieve angstreactie. Als kijker voelde ik me ongemakkelijk bij het zien van die fatalistische beelden: waarom legt een man zich neer bij zijn offering? Ik was niet de enige bij wie de rust opviel. Iemand die mijn blog gelezen had, reageerde via mail en legde een boeiende link naar de Vlaamse Primitieven, die wreedheid ook op een verstilde manier afbeeldden.

"Ik deel jouw fascinatie voor deze kunst waarin ik verwantschap (wreed & transcendent) speur met sommige voorstellingen van onze Vlaamse primitieven, zoals de Marteldood van de heilige Erasmus door Dirk Bouts in de Leuvense Sint-Pieterskerk"

Ik was al langer van plan om in de Sint-Pieterskerk de werken van Dirk Bouts te gaan bekijken, maar nu had ik daar nog meer reden toe. Wat was daar nu juist te zien? Het middelste paneel van de Marteldood van de heilige Erasmus beeldt een heiligenlegende af die in de late middeleeuwen aan populariteit won. Erasmus, een derde-eeuwse bisschop uit Italië (soms verward met die van Antiochië!), zou als martelaar voor het christelijke geloof gestorven zijn. Op het paneel is te zien hoe zijn darmen worden opgewonden aan een windas terwijl Erasmus zelf verstijfd op de pijnbank is vastgebonden. De dunne touwen rond zijn polsen en voeten lijken onnodig: de heilige ondergaat zijn marteling zonder enig verzet of vertoon van pijn. De verstilling die dit vijftiende-eeuws schilderij zo boeiend maakt, wordt gedragen door een erg verfijnde compositie. Bouts laat de zijpanelen, waarop links de heilige Hiëronymus en rechts Bernardus van Clairvaux te zien zijn, doorlopen in het middenpaneel. De horizontale boog die de drie luiken verbindt - te zien in de grens tussen het groene gras en de zanderige ondergrond, wordt gecompenseerd door de verticale lijnen van de heiligen en de rechters op het middenpaneel. Maar niet alleen de compositie zorgt voor eenheid, ook het heldere kleurenpalet doet dat. De rode tinten lijken langs links het middentafereel binnen te dringen, de zwarte langs rechts. Het felle rood van de mantel van Hiëronymus komt immers terug in de mijter van Erasmus en de mantel van één van de rechters. Het diepe zwart van Bernardus' mantel is terug te zien in die van Erasmus die zijn hoofd ondersteunt.

Schermafbeelding 2015-02-19 om 15.32.24.png

Deze afbeelding van de heilige Erasmus is uniek in zijn soort: op andere schilderijen van andere kunstenaars werd veel meer nadruk gelegd op het zware lijden van de gelovige. Bouts maakte een bewuste keuze voor stilstand en soberheid. Heiligen die geduldig hun lijden ondergingen, stelden een voorbeeld voor de christelijke maatschappij. Aanvaarding van het martelaarschap komt op dit paneel op dezelfde wijze naar voren als bij de precolumbiaanse krijgers. Verschillende culturen, verschillende religies, maar wel eenzelfde sereniteit.

Precolumbiaanse kunst op de achtste verdieping

De Collectie Paul en Dora Janssen-Arts die de achtste verdieping van het Museum Aan de Stroom in Antwerpen bezet, is ondanks haar rijkdom veelal niet het eerste waar men aan denkt bij het horen van de naam 'MAS'. De collectie van het Antwerpse stadsmuseum huist in een indrukwekkend rood-stenen landmark en focust vooral op lokale geschiedenis en erfgoed. Bovendien bewandelen de meeste bezoekers het museum van beneden naar boven, en slechts weinigen bezitten nog even veel energie wanneer ze de achtste verdieping bereiken.

Precolumbiaanse kunst is de term die wordt gebruikt om de kunst van de Maya, de Inca's en de Azteken (en andere culturen) aan te duiden. Deze culturen bestonden in Midden- en Zuid-Amerika voor de komst van Christoffel Columbus, de Genuese ontdekkingsreiziger die voor de Spaanse kroon een nieuwe route naar India zocht. Die route vond hij niet, maar hij ontdekte wel een nieuw continent, bewoond door zogenaamde 'indianen'. In het MAS vielen vooral de voorwerpen van de Maya op. Dora Janssen-Arts licht in een video ook toe hoe vooral deze beschaving en de bijhorende beeldcultuur haar intrigeerde. Ik begrijp haar fascinatie: onder andere een beeldje van een man afkomstig van de Maya op het eiland Jaina uit de periode 250-900 n.C. valt op door de realiteitszin. Het is alsof je de precolumbiaanse bevolking nog écht kan ontmoeten.

Enige voorkennis is niet per se nodig om de tentoonstelling goed te kunnen begrijpen, maar helpt wel. De beeldentaal, die fel verschilt van de Europese ter zelfder tijd, is net als de kunst van de middeleeuwen doordrongen van symbolen. Kleuren, dieren en voorwerpen kunnen verwijzen naar godheden uit de polytheïstische godsdiensten van deze volkeren. Rituelen als het balspel, een ceremonieel spel waarbij een rubberen bal door een stenen korf werd gegooid, en mensenoffers leidden tot de productie van verschillende kunstvoorwerpen. De boeiendste beelden vond ik die van krijgers die op hun offering wachten. De uitdrukking op hun gelaat is bij de ene sereen, bij de andere een breed lachend. Ja, inderdaad: een lach!

Dit smiling-face beeldje is waarschijnlijk een sculptuur naar een ritueel waarbij mannen en vrouwen gedrogeerd werden, zich overgaven aan dans en muziek en vervolgens 'vreugdevol' de dood tegemoet gingen. Luguber, ja, maar het geloof van de precolumbiaanse volkeren beschouwde mensenoffers als noodzakelijk. Het bestaan van de aarde en het voortduren van de cyclus van de tijd hing af van die offers. Ze werden daarom ook bekeken als een positief iets. Zo werden afloop van het balspel niet de verliezers, maar de winnaars geofferd aan de goden. Zeker in de Veracruz-cultuur, die bestond tussen 100 en 1000 na Christus en waaruit dit beeldje afkomstig is, was het balspel erg populair. In El Tajin, een centrum van deze beschaving, werden 18 balspeelvelden gevonden!

IMG_1797.JPG

Het topstuk van de collectie Janssen-Arts in het MAS is zonder twijfel een beeldengroep van twee honden en een gehurkte krijger, eveneens uit de Veracruz-cultuur. De ineengedoken krijger valt op door zijn strakke gelaatstrekken en de honden zijn elegant afgebeeld. De beeldengroep krijgt dan ook een ereplaats in de expositie. Ze is opgesteld zodat de bezoekers er rond kunnen lopen en vanuit verschillende perspectieven de sculpturen kunnen bekijken. Vooral het profiel van de krijger is indrukwekkend. Deze drie beelden zijn trouwens erg goed bewaard voor aardewerk dat werd gemaakt tussen 400 en 800 n.C.! 

Een bezoek aan deze collectie brengt de kijker in contact met een vreemde cultuur. Verschillende voorwerpen komen aan bod, maar mij fascineerden vooral de aardewerken beelden. Verder is er ook kunst uit goud, jade en steen te zien. De precolumbiaanse voorwerpen verrijken onze manier van kijken en stellen ons bloot aan wat ongewoon is. Dat ongewone kon ik appreciëren, en hopelijk u ook.

Happy Birthday Dear Academie in het MAS

Happy Birthday Dear Academie!
Museum Aan de Stroom
Hanzestedenplaats, 2000 Antwerpen
08.09 2013 > 26.01 2014

Eerste indrukken liegen (bijna) nooit. In de kleine eerste zaal voel je het "feest van de schoonheid" (lees: "de Academie") al aankomen. Een vrolijk ambitieus verjaardagsfeest neemt plaats op de derde verdieping van het MAS in Antwerpen. Champagne!

350 jaar Antwerpse creatie vormt een sterk uiteenlopende en associatieve presentatie. Van Rubens tot G58, dan weer Alma-Tadema en een kleine Van Gogh. Die laatste hangt daar overigens ietwat als valse noot: de begaafde impressionist werd van de Academie weggestuurd, zijn nieuwigheden werden namelijk verre van geapprecieerd!
De curatoren van deze tentoonstelling zijn Walter van Beirendonck, mode-ontwerper en hoofd van de afdeling Mode aan de Modeacademie en Paul Huvenne, directeur van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen. Deze twee totaal verschillende karakters brengen het wezen van de Antwerpse Academie op een trotse manier samen. Hun liefde voor 't stad en haar kunst mag getoond worden.

De eerste zalen blikken vooral terug op het klassieke beeld van een Academie voor Schone Kunsten. Grote gipsen beelden voor de tekenlessen, de 17e eeuwse pronkzaal, het ontwerp voor de inkomsthal van het K.M.S.K.A.: kortom een ophemeling van de klassieke Academie.
In de grote ruimte die volgt installeerden de curatoren een Golden Wall , het beste van 350 kunstproductie. Op een bladgouden achtergrond wordt elk werk herleid naar slechts een tegel in de grote mozaïek van de Antwerpse kunstgeschiedenis. Het geheel is een imposante verzameling van werken die bijna 'ad random' lijken opgehangen te zijn. En dan, na beter kijken, worden lijnen zichtbaar. Dan komt waar niemand om heen kan: de interpretatie.

Deze tentoonstelling geeft geen waarheid op een gouden blaadje, geen kant-en-klare geschiedenis van de Academie. Ze nodigt de toeschouwer uit te interpreteren en appelleert voornamelijk aan diens visuele inspanningen. Vragen als 'Moet kunst mooi zijn?' en 'Wanneer is iets kunst?' worden open gelaten. Wat de kijker wel krijgt zijn de manieren waarop verschillende generaties kunstenaren hiermee omgingen.
Door die extreme ophemeling en het gebrek aan concrete informatie, er is van naamkaartjes ook geen spoor te vinden, dreigt de expositie een hoog pretparkgehalte aan te nemen. Een bezoek aan Happy Birthday Dear Academie wordt dan als het ware een wandeling door een bos met talloze verschillende boomsoorten. Een ervaring!

Nu, is dit erg? In de context van het Museum Aan de Stroom, waar bezoekers niet altijd voor kunst, maar vaak ook voor uitzicht of architectuur komen, is dit misschien wel de beste manier om het grote publiek vertrouwd te maken met de troeven van de Antwerpse Academie. Dat zorgt enerzijds voor die bijna reclame-achtige trots die van de muren spat, anderzijds voor een museumervaring die velen niet zullen vergeten. Bovendien moet gezegd worden dat dit alles op verschillende 'niveaus' benaderd kan worden. Voor de kunstkenner is een muur vol kunst zonder naamkaartjes een mooie 'wie-is-het', voor een passer-by een indrukwekkend visitekaartje. En allebei zeggen ze: "Amai, das schoon."

 

Sporting MAS

Sporting MAS
Hanzstedenplaats 1, 2000 Antwerpen
16.05 2013 > 18.05 2014

Openingsuren wandelboulevard: 
april tot oktober: maandag gesloten / di-zo van 9u30-23u30
november tot maart: maandag gesloten / di-zo van 9u30-21u30

Tussen de examens door is geen betere manier om even tot 'rust' te komen dan een pauze met sport. Ik ga dan straks ook even langs een architectuurtentoonstelling in DeSingel én zwembad De Wezenberg. Nu Antwerpen Europese Sporthoofdstad is, wordt sporten nog meer gestimuleerd. Affiches, brochures en een pop-up sportveld in de buurt. Maar 't mooist van al is de tentoonstelling in het MAS.

In de wandelboulevard zijn de eye-catchers grote foto's van de Nederlander Hans van der Meer. Hij fotografeert al jaren amateur-voetbalvelden en laat daarmee de essentie van voetbal naar voren komen: spelplezier. Geen giga-stadions vol reclame, maar een serie grasvelden nabij woningen, autosnelwegen en landbouw. In het MAS is op elke verdieping een foto uit het Antwerpse te zien.

Een Antwerps voetbalveld.

Een Antwerps voetbalveld.

Omdat de foto's enorm groot zijn (ze vullen immers de hele lichtbak) kan je veel details onderscheiden. De gelaatsuitdrukkingen van de spelers wanneer een bal bijna het doel in is, zijn fascinerend. En natuurlijk afhankelijk van in welke ploeg ze spelen. De vervallen tribunes, vaak met maximum tien toeschouwers erop, zijn pijnlijk realistisch. Dat geldt ook voor de soms grauwe luchten.

Ik ben persoonlijk geen grote voetbalfan. Nu ja, na twee jaar in een klas vol jongens heb ik het hele spel wel leren appreciëren. Het was altijd fijn om te zien hoe ze opgaan in hun spel; plezier maken. Net zoals het fijn is te kijken naar die mannetjes op de foto's in het MAS.

Meesterwerken in het MAS

 Meesterwerken in het MAS
Hanzestedenplaats 1, 2000 Antwerpen
Museum aan de Stroom
17.05 2011 > 30.12 2012

  Madonna met kind (1452), Jean Fouquet,  ©   Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

 Madonna met kind (1452), Jean Fouquet,
 © 
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

  Portrait d'Agnès Sorel,   maker onbekend, Château de Loches, Frankrijk  © Château de Loches

 Portrait d'Agnès Sorel, maker onbekend, Château de Loches, Frankrijk
 © Château de Loches

Voor de openingstentoonstelling van het MAS bundelden drie Antwerpse musea hun krachten. Het KMSKA, het M HKA en het Museum Plantin-Moretus. Het resultaat werd een tentoonstelling rond vijf eeuwen beeld in Antwerpen. Daarmee belicht men de veranderingen in de beeldcultuur die in plaatsvonden vanaf de late middeleeuwen tot nu.

Het Museum Plantin-Moretus beschikt over prenten uit de 16e en 17e eeuw. In de 16e eeuw, ook wel de Gouden Eeuw van Antwerpen genoemd, groeide de stad uit tot één van de belangrijkste handelssteden van Europa. Christoffel Plantijn en Jan Moretus (diens schoonzoon) zorgden met hun drukkerij voor een toestroom van geleerden en humanisten.

Het KMSKA toont Van Eycks Barbara, één van mijn persoonlijke lievelingsschilderijen uit de ganse collectie. Daarmee zijn we aangekomen bij een exceptionele groep schilders in de geschiedenis van het beeld: de Vlaamse Primitieven. Maar het allermooiste werk, sterk beïnvloed door Van Eyck, maar gemaakt door een Fransman, is Madonna met kind van Jean Fouquet.

De erotiek die schuilt in dat religieuze werk is verbazingwekkend. Maria is geen net bevallen moeder, maar een sexy koningin.  Met haar wespentaille, hoog voorhoofd en ontblote borst lijkt ze elke toeschouwer te willen verleiden. Fouquet was hofschilder onder Karel VII in Frankrijk. Waarschijnlijk stond diens minnares, Agnes Sorèl, model voor dit schilderij. Haar smalle taille en naar achteren geschoven haarlijn waren in die tijd mode. Ook haar kroon en mantel zijn enorm rijkelijk versierd. De gedetailleerdheid hiervan is duidelijk onder invloed van de Vlaamse Primitieven.

Rond Maria zweven engelen; blauwe en rode. Die richten toch nog even de aandacht op het sacrale. Rood staat hier voor liefde en vuur, blauw voor zuiverheid en lucht. Toch valt dit ook anders te interpreteren: rood als teken van menselijkheid (van vlees en bloed) en blauw als verwijzing naar de hemel, en dus God. Trouwens: enkel de rode engelen raken de stoel van Maria aan!

Het schilderij hierboven is een portret van Agnès Sorel, geïnspireerd door de Maria van Melun (een andere naam voor Madonna met kind). Agnès Sorel was trouwens de dame die de decolleté met ontblote schouders introduceerde aan het hof. Ze was een echte trendsetter, want al gauw volgde elke zichzelf respecterende fashionista haar voorbeeld.

Venus Frigida, Pieter Paul Rubens (1614).  © Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Venus Frigida, Pieter Paul Rubens (1614).
 © Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

Terug naar de tentoonstelling. Het KMSKA toont ook de vernieuwing die Rubens teweegbracht in Antwerpen. Zijn barokke stijl, volslanke vrouwen en gigantische doeken waren populair in heel Europa. Van hem wordt bijvoorbeeld de Venus Frigida uit 1614 getoond: een schilderij waarop we Venus gehurkt van achteren te zien krijgen. Cupido krimpt ineen van de koude en een vieze sater met de Hoorn des Overvloeds in zijn hand grijnst. Rubens beeldt hiermee een Latijns gezegde uit: Sine Cerere et Baccho friget Venus. Zonder Ceres en Bacchus bevriest Venus, of: zonder brood en wijn bevriest de liefde. En van die bewering krijgen we het allemaal een beetje koud.

Dan is er nog het M HKA. De dialoog met de oude meesters was me (na minstens vier bezoeken) nog steeds niet helemaal duidelijk (!), maar ik genoot wel erg van de werken op zich. Zo eindigt de tentoonstelling met een absolute topper: een reeks portretten van Marlène Dumas.

 © Museum Aan de Stroom Antwerpen

 © Museum Aan de Stroom Antwerpen

Ook ik wil eindigen met een topper. Daarvoor moet u maar één iets doen: even terug naar boven scrollen, naar de eerste afbeelding. Want 'dè Fouquet' is een begrip, hier in Antwerpen. En terecht.