If We Ever Get To Heaven. William Kentridge op zijn best

Na een zonnige overtocht met het pontje van het Amsterdamse Centraal Station naar de andere kant van het IJ stond ik daar dan, voor het indrukwekkende EYE. Met hoge verwachtingen stapte ik binnen, en de expositie If We Ever Get To Heaven van Zuid-Afrikaan William Kentridge (Johannesburg, 1955) stelde niet teleur. Integendeel, ik had van deze kunstenaar nooit eerder zo'n knallend werk gezien. 

Kentridge is vooral bekend voor zijn houtskooltekeningen en de animaties die hij daarmee maakt. Hij weet als de beste trauma's uit het Zuid-Afrikaans verleden in zijn werk te integreren, ook wanneer hij vertrekt vanuit de Russische geschiedenis, zoals in I Am Not Me, the Horse is Not Mine (2008). Die installatie bevat de beeldtaal van de Russische avant-garde, het geheel is gebaseerd op het kortverhaal De neus van Nikolaj Gogol. De kritiek op Russische bureaucratie, corruptie en wreedheid die in dit werk naar voren treedt, kan ook vanuit een Zuid-Afrikaans perspectief relevant zijn. Deze installatie met acht aparte schermen is schitterend, maar nogal donker en en minder narratief dan More Sweetly Play the Dance (2015). Dààr wil ik het vooral over hebben.
More Sweetly Play the Dance maakte Kentridge speciaal voor het EYE en is zonder twijfel het beste dat ik ooit van hem zag. De achtergrond is getekend met houtskool en daarna geanimeerd. Hij werkte samen met een big band uit de buurt van Johannesburg voor de muziek (die een erg grote rol speelt bij deze installatie) en met de erg getalenteerde danseres en choreografe Dada Masilo.

Acht schermen vormen één lijn die 45 meter lang is. Een processie trekt voorbij en wordt begeleid met luide, opzwepende muziek. Het spektakel begint met een man die bladen in de lucht gooit, dan valt een twintigkoppige band in. Oorverdovend geluid bepaalt het ritme van zes mannen in lange gewaden die tweedimensionale afbeeldingen van planten meedragen. Wat ze omhoog steken, lijkt daardoor te maar een schaduw van iets 'echt' (zie filmpje). Deze stoet trekt voorbij in een wereld die zweeft tussen 'echt' en 'vals', tussen leven en dood. 

Plots vertraagt de muziek en weerklinkt er Afrikaans gezang. Een man met een doorzichtige sjaal danst uitbundig, er komen opnieuw schaduwen langs. Ditmaal een dreigende kniptang, hoofden van bekende machthebbers (ik herkende Mao) en vervolgens meer dansende mannen. Wanneer de band weer invalt, komen er dansende skeletten langs. Aha, een danse macabre? Dan enkele figuren met ziekenhuisattributen onder het geluid van drie tuba's gebukt gaan, wordt de sfeer grimmiger. Een bloedrode vlag wappert in de optocht. Toch komt 'de hoop' weer terug, samen met nieuw gezang, en méér mensen dragen méér figuren met zich mee. Een badkuip, een telefoon. Tot slot twee hoorns, een vrouw met een geweer.

In minder dan vijftien minuten passeert Kentridges mars. Treurig, met momenten, maar ook vrolijk. William Kentridge verwees zelf naar middeleeuws bijgeloof om zijn werk uit te leggen: er werd toen immers geloofd dat, zolang men danste, men niet dood kon gaan. More Sweetly Play the Dance is dus niet òf triest, òf blij. Dit werk is dat allebei. Het behandelt vreugde, rouwen, ziek zijn. Het scheert langs geweld, macht en vluchtelingen. Waarover het gaat, in één woord? Overleven. Wat ik heb meegenomen? Levenskracht.

Work

Work
 
Simon Gush
 
Michael Stevenson Gallery 
 
160 Sir Lowry Road, Woodstock, Cape Town

Een tentoonstelling met de titel Work is niet meteen aantrekkelijk wanneer je op vakantie bent. Toch had ze een heerlijk effect tijdens ons bezoek aan de Michael Stevenson Gallery in Kaapstad. In de opkomende wijk Woodstock liggen enkele pareltjes van galerieën verstopt.

Als jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaar die onder andere in Gent aan het Hoger Instituut Voor Schone Kunsten gestudeerd heeft, had Simon Gush het ideale profiel voor ons, een Belgische familie van vier. Hij brengt een mooie mengeling van 'zeggen waar het op staat' en een uitgediept concept, van Zuid-Afrikaans en Europees.

In de hele galerie zijn een tiental van zijn werken te zien. De zin '8 hours for work, 8 hours for sleep, 8 hours for what we will' is de rode draad voor zes posters. Daarop speelt hij met de getallen, waarbij je je instinctief afvraagt wat het ideale schema zou zijn. In een volgende installatie zien we time offspare time en free time. Dit zijn geen synoniemen, integendeel, deze drie termen dragen belangrijke verschillen in zich. Time off impliceert dat er daarna weer "time on" is: het is slechts een pauze tussen het werken door. Spare time zegt dat er tijd over is, terwijl free time pas echt zegt dat je kan doen wat je wil.

Before The Work Stopped (1 & 2), detail
 © 2013, STEVENSON

Er hangt ook een tv-scherm waarop de films After the work had stopped (in zes delen) en Sunday Light spelen. Vooral die laatste was intrigerend. Het is een verzameling beelden van Johannesburg op een zondagochtend. Ik had al wel gehoord dat de mentaliteit in Johannesburg volledig anders is: men denkt daar enkel aan werk en geld. Dat Simon Gush juist die plek kiest om de doodsheid van zondag -rustdag- te illustreren was een bevestiging van mijn vermoedens. Zeker zal ik het nochtans nooit weten, want ons bezoek aan Joburg is gepland op een donderdag.

Gush stelt een belangrijke vraag voor een toekomstig student geschiedenis. En ja, ik heb het over mezelf. Wanneer men me vraagt 'wat ik precies met geschiedenis wil worden', kan ik geen sluitend antwoord geven. Nogal wat mensen vinden dat bizar. Simon Gush toont nu net dat men vaak te gefixeerd is op het (al dan niet toekomstig) beroep van een persoon. Mijn identiteit ligt dan ook niet in het soort job dat ik later zal uitoefenen, maar in mijn keuze om geschiedenis te gaan studeren.

En nog een uitsmijter: Simon Gush stond in 2010 in het SMAK in Gent. Heeft iemand zijn werk daar toen gezien? Anders kan je een kijkje nemen in La Maison Rouge in Parijs. Voor de tentoonstelling My Joburg is ook werk van hem geselecteerd. Loopt nog tot 22 september 2013...

Iziko National Gallery

Iziko National Gallery
 Government Avenue Kaapstad, Zuid-Afrika
 Tijdelijke tentoonstellingen:
 Umhlaba 1913-2013 Commemorating the 1913 Land Act (25.03 > 28.07 2013) 
Dialogues: conversations between 'old' and 'new' (30.08 2012 > 12.04 2013)

Irma SternWilliam Kentridge en Marlene Dumas: drie Zuid-Afrikaanse kunstenaars die ik al kende. De rest van de National Gallery was één grote ontdekkingstocht, waarbij oud en nieuw zonder complexen naast elkaar hangen. Anders dan in een Europees museum is er geen chronologische lijn of grote thematische opbouw, maar een verfrissend samenspel van moderne en oude kunst, foto en schilderij, sculptuur en video. Het houdt je wakker, maar is soms ook een beetje verwarrend.

In de inkomsthal loopt momenteel een fototentoonstelling rond de Land Act die in 1913 ingevoegd werd in Zuid-Afrika: Umhlaba 1913-2013 Commemorating the 1913 Land Act. Honderd jaar geleden besloot men om aan de zwarte bevolking 7% van het land van Zuid-Afrika toe te kennen, terwijl ze 70% van de bevolking vertegenwoordigden. Veel zwarten verhuisden onder dwang naar reservaten. Die reservaten werden later door de overheid 'thuislanden' genoemd. Wat een eufemisme!

De tentoonstelling toont foto's van blanken en zwarten met een focus op hun relatie tot land. De onderschriften maken elke foto opnieuw interessant: Nelson Mandela aan het boksen, een arme witte familie in een hut, mijnwerkers nabij Johannesburg enz. Er zitten echte pareltjes tussen!

Hutten bouwen op traditionele wijze.

Hutten bouwen op traditionele wijze.

Wanneer we verder wandelen komen we in de vaste collectie terecht. Er hangen een heleboel verrassingen, zoals bijvoorbeeld schets(en?) van Rembrandt en een schilderij van Jozef Israels. Er zijn ook Engelse meesters, o.a. Turner en Bailey. Van de Duitsers blijft een expressionistische houtsnede van Karl Smidt-Rotluff me bij.

In de voorlaatste zaal loopt de tentoonstelling Dialogues: conversations between 'old' and 'new'. Het is een nogal letterlijke interpretatie van deze titel. Maar als ik wat verder zoek vind ik voor het paar hiernaast toch een extra laag. Links zien we The Honourable Justice Unity Dow van Pieter Hugos uit 2006. Zuid-Afrika na de apartheid: een zwarte rechter die voor zijn functie gestudeerd heeft. Het olieverfschilderij van Sir Joshua Reynolds rechts toont de Earl of Englington. In tegenstelling tot de  een man die zijn functie kreeg door zijn stand. Een typische postapartheiddialoog tussen blank en zwart met als thema macht.

De andere 'dialogen' waren vaak louter visuele ensembles. Hier en daar een fijne link, zoals een kleur die terugkomt of een thema dat als het ware gespiegeld wordt, maar geen sublieme originaliteit. Dat is jammer, maar misschien verwacht ik dan ook te veel.

Het is duidelijk dat dit een museum is dat nog moet groeien. Er is geen cafetaria of bookshop. In de zalen liep voor een zondagvoormiddag weinig volk. Men lijkt de weg naar dit museum nog niet helemaal gevonden te hebben.

Maar de collectie, die is er. Ik heb een fantastische reeks foto's gezien en kwam buiten met een glimlach. Ze spelen trouwens muziek in de zalen. Gezellig!