Tour de France in de Koningin Fabiolazaal

Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA) is momenteel gesloten voor renovatie. Onder het motto "dicht maar dichtbij" openen ze op verschillende plekken in Antwerpen en daarbuiten andere tijdelijke tentoonstellingen. Eén zo'n plek is de Koningin Fabiolazaal in de Jezusstraat, waar de tentoonstellingsserie De Modernen de 'minder bekende' moderne werken uit de collectie toont. Geen Rubens, Van Dyck of Jordaens dus. De opzet van de tentoonstelling Tour de France is simpel, misschien zelfs wat 'makkelijk': een overzicht bieden van de negentiende en twintigste-eeuwse Franse kunstwerken die het museum in bezit heeft. De kleine (en soms nogal onaangename) Fabiolazaal werd op een chronologische manier ingericht, kunsthistorisch verantwoord, elke zaal met een titel.

Jean-Baptiste Auguste Clésinger, Gravin Rattazzi, 1865

Emile Auguste Carolus-Duran, Gravin Rattazzi, 1872

Maar Tour de France is meer dan dat. Curatoren Siska Beele en Bob Daems bouwden in deze expositie een aangename dynamiek op. De flow van beheerst naar uitbundig, van introvert naar extravert zorgt voor een aangename sfeer, en het die sfeer die deze expositie geslaagd maakt. In de eerste zaal zijn vooral portretten te zien, o.a. een zelfportret van Ingres. Serieuze mannen op een donkerbruine neutrale achtergrond. In de volgende zaal, 'Burgerlijke smaak' getiteld, trok een groot staand portret van gravin Rattazzi me aan. De schilder, Emile Auguste Carolus-Duran beeldde haar af op een felrode achtergrond. Ze staat met opgeheven kin uitdagend naar de toeschouwer te kijken, met een waaier in de ene en een handschoen in de andere hand. Deze gravin, geboren Maria-Laetitia Bonaparte-Wyse, was een achternicht van Napoleon I en bekend figuur in de Parijse jetset. Ze moet een bewogen liefdesleven hebben gehad, wat wel te zien is aan de witmarmeren buste die naast het portret opgesteld staat. Met ontblote schouders slaat ze lichtjes glimlachend haar ogen op. Het is sexy, dat zeker, maar blijft wel burgerlijk.

Gustave Courbet, Rotsen in Ornans, zonder datum

In zaal 3 wordt de kijker eindelijk geconfronteerd met de buitenwereld. Van het intieme portret naar het wilde landschap. Wie beter om die overgang te illustreren dan Gustave Courbet? De textuur van zijn werk, nl. dikke lagen verf, komt slecht uit op illustratie. Rotsen in Ornans is indrukwekkender dan een afbeelding kan doen uitschijnen. Er zit bijzonder veel kleur in verwerkt. Bovendien is dit een schilderij dat goed uitkomt op de blauwgroene wand die de Fabiolazaal zo typisch maakt. Dit werk was voor mij het ankerpunt in de tentoonstelling. Vanaf hier steeds wilder, steeds uitdagender. Naakt, beweging, kleur! Een zaaltje met werk van Rodin passeert. Modigliani's naakt loert vanuit een deurgat de tentoonstelling in...

Het meest uitgesproken werk in de hele tentoonstelling vond ik Kaïn en Abel van Ossip Zadkine in de voorlaatste zaal. Ik had nog nooit van Zadkine gehoord, maar wat een ontdekking! Deze Frans/Wit-Russische kunstenaar is vooral bekend om zijn kubistische beeldhouwwerken, waarvan er in Tour de France ook één te zien is, maar hij maakte ook litho's en gouaches. De gouache die in Antwerpen hangt is een Bijbels tafereel: Kaïn vermoordt zijn broer Abel. De wrede kracht die Kaïn hierbij gebruikt beeldt Zadkine erg goed af. De hoeken van de ellebogen zijn hard en scherp, de vuisten groot en aanwezig en de kleurtegenstelling geel-blauw maakt de moordenaar nog agressiever. Is hij al dood? Of is dit het beslissend moment? 

Ossip Zadkine, Kaïn en Abel, 1953

Tour de France is de moeite. Niet per se omdat het gaat om werken die we nooit meer terug zullen zien - in 2018 heropent het museum en heel wat werken zullen dan wel van de partij zijn. Wel omdat het goed hangt. De opstelling creëert een aangename vooruitgang. Als een stoomtrein die in gang komt, gaat het steeds sneller en sneller, en uiteindelijk ben je vertrokken, boordevol energie voor de rest van de dag.