Wangechi Mutu (deel II). Video in Venetië

Primary syphilitic ulcers of the cervix, 2006, waarover het in een vorig artikel op Ik kijk kunst ging

Primary syphilitic ulcers of the cervix, 2006, waarover het in een vorig artikel op Ik kijk kunst ging

Soms zie je een kunstwerk, word je even stil en ga je weer verder met je leven. Soms zie je een kunstwerk, word je even stil en laat het je nooit meer los. Die ervaring had ik toen ik voor het eerst een werk van de Afro-Amerikaanse Wangechi Mutu voor me zag, in een boek over feministische hedendaagse kunst. Meteen ondernam ik een ontdekkingstocht door de rest van haar oeuvre. Ik wilde het in me opnemen, het doorgronden, en me laten inspireren.

Zoals in mijn vorige artikel bleek (dat kan je hier lezen), onderscheidt Mutu zich door kleurrijke, esthetisch aantrekkelijke werken op een unieke manier vol te stouwen met betekenis. Geen dubbele, maar driedubbele lagen. Geen eenzijdige boodschap, maar een veelvoud aan signalen. Geen antwoorden, maar open en kritische vragen. Haar intrigerende juxtapositie is niet noodzakelijk moeilijk te doorgronden, maar kan aanleiding geven tot een stroom aan interpretaties, filosofische inzichten en persoonlijke bedenkingen. Mijn fascinatie voor Wangechi Mutu’s werk heeft duidelijk haar hoogtepunt nog niet bereikt. Daarom was ik ook uitzonderlijk blij haar nieuwste werken te ontmoeten op de Biënnale van Venetië. In het centrale paviljoen van curator Okwui Enwezor wordt een halfronde ruimte volledig ingenomen door drie werken van Mutu: een korte animatiefilm op drie schermen, waar ik het in dit artikel over wil hebben, is er vergezeld van een sculptuur en een collage. 

Hoewel het een eerder zeldzaam fenomeen is in haar oeuvre, is het niet de eerste keer dat Mutu met video werkt. Eerder maakte ze onder meer “Cutting” (2004) en “Cleaning Earth” (2006). In beide stukken wordt de relatie tussen het vrouwenlichaam en fysieke arbeid verkend. De titels verwijzen naar de activiteit die wordt uitgevoerd. De vrouw in “Cleaning Earth” schrobt een vloer met een geëxciteerde beweging waarvan de repetitieve dimensie aan het rituele grenst. Ook in “Cutting” is de activiteit van het houthakken repetitief en schijnbaar oneindig. 

De video op de Biënnale, “The End of Carrying All” (2015), is abstracter, maar spreekt duidelijk dezelfde taal. Een vrouw loopt op een steile weg, schijnbaar zonder eindbestemming. Op haar rug draagt ze een verzameling objecten, die als symbolische bouwstenen van het leven kunnen gelden: een huis, een wiel, dieren, etc. Terwijl de vrouw vermoeid maar gelijkmatig haar weg vervolgt, neemt haar last steeds meer buitenproportionele dimensies aan.

‘Black Feminist Art’
Reeds in de jaren tachtig beschreef de zwarte filosofe Patricia Hill Collins in haar boek Black Feminist Thought hoe vrouwen van Afrikaanse afkomst aan een kluwen van discriminatie ten prooi vallen: ongelijkheden op basis van ras, gender én sociale klasse komen allemaal samen in de figuur van de zwarte vrouw. Zij noemt dit fenomeen ‘intersecting oppressions’, wat ik hier wil vertalen als ‘cross-discriminatie’. Deze cross-discriminatie is in de hedendaagse context slechts sluimerend aanwezig, verborgen door enerzijds stereotypes en anderzijds de gelijke rechten die zwarten op papier hebben.

Mutu’s video’s exploreren het thema van de zwarte vrouw en haar rol als huishoudelijk werkster. Sinds het koloniale tijdperk, en met name door de slavernij, wordt deze rol in de westerse maatschappij stereotiep aan de Afrikaanse vrouw toegeschreven; ook vandaag werkt een onevenredig aantal zwarte vrouwen als poetshulp, bejaardenverzorgster of kinderoppas. Dit zorgt ervoor dat zij niet enkel op vlak van gender en ras onderdrukt worden, maar ook op vlak van maatschappelijke klasse.

Een getuigenis van de negentiende-eeuwse zwarte feministische activiste Sojourner Truth maakt de absurde paradox van deze discriminatie treffend duidelijk: “Kijk naar mijn arm! Ik ploeg, en zaai, en oogst… geen man zou me kunnen inhalen. En toch ben ik een vrouw! Ik zou even hard kunnen werken als een man en evenveel kunnen eten als een man… En ik baarde dertien kinderen…” De vrouwen in de video’s van Wangechi Mutu volbrengen taken die traditioneel eerder aan mannen zouden worden toegeschreven. Op basis van hun ras en/of klasse worden deze activiteiten aan Afrikaanse vrouwen doorgegeven. Toch worden zij op basis van hun gender – paradoxaal genoeg, en net als andere vrouwen – afgedaan als ‘zwakkere’ wezens.

In de roman Their Eyes Were Watching God (1937) van de Afro-Amerikaanse schrijfster Zora Neale Hurston legt Nanny, een zwarte dienstmeid, haar dochter uit hoe de wereld in elkaar zit: “De blanke man is de baas van alles … De negervrouw (sic.) is de muilezel van de wereld.” We vinden dit misschien een evidente uitspraak waar het slavernij betreft, maar volgens Hill Collins wordt ook het betaalde werk van de zwarte vrouw overschaduwd door cross-discriminatie.

Still uit The End of Carrying All, 2015

Still uit The End of Carrying All, 2015

Metafoor
De vrouw in Mutu’s “The End of Carrying All” draagt het metaforische gewicht van deze cross-discriminatie op haar schouders. Als een vrouwelijke Sisyfusfiguur zwoegt ze de metaforische berg van de (koloniale) geschiedenis op, haar taak een sociaalhistorisch gegroeide straf. Hoewel het lijkt alsof ze eeuwig deze last zal blijven torsen, eindigt de weg in het quasi-apocalyptische landschap aan een afgrond. Een storm komt op en waait de steeds zwaarder geworden objecten van haar rug, het ravijn in. Verbeeldt Mutu met deze film haar droom, dat de lasten van cross-discriminatie ooit echt van alle vrouwelijke schouders vallen? 

Latente stereotypes tonen aan dat de (sociale, culturele, seksuele) emancipatie van de zwarte vrouw nog geen vaststaand feit is. Mutu’s oeuvre volbrengt deze emancipatie op een metaforisch niveau. De hoofdpersonages in haar collages claimen hun vrouwelijkheid en seksualiteit terug. De vrouwen in haar video’s onderwerpen zich niet aan de ‘mannelijke’ arbeid, maar overwinnen het. Het initiatief ligt telkens bij de – sterke, waardige, onafhankelijke – vrouwen die de kunstenares afbeeldt.

Net als in haar collages, toont Mutu zich ook in haar videowerken een meester in het visueel samenbrengen van gelaagde maatschappijkritische bedenkingen. Deze aanpak is naar mijn gevoel noodzakelijk om de sluimerende cross-discriminatie, die immers ook niet eenzijdig is, naar de oppervlakte te brengen. Haar werken confronteren de kijker; niet op een beschuldigende manier, maar op een wijze die aanzet tot zelfreflectie en een andere kijk op de samenleving.