Auf dem Gebirge hat man ein Geschrei gehört

Auf dem Gebirge hat man ein Geschrei gehört
Pina Bausch / Tanztheater Wuppertal
DeSingel Antwerpen
zondag 7 december, 15u

In Auf dem Gebirge hat man ein Geschrei gehört uit 1984 belicht Pina Bausch de relatie tussen agressor en slachtoffer. De spanning tussen mannelijke en vrouwelijke dansers is tijdens de hele voorstelling aanwezig. Bausch maakt met Auf dem Gebirge een dansvoorstelling waarin theatrale elementen voorkomen, die erg beeldend is en voortdurend confronterend. De tekst van Norbert Servos die in DeSingel werd uitgedeeld bij binnenkomst spreekt terecht van een titel die perfect de sfeer van de voorstelling aangeeft. Deze titel, een Bijbelvers uit Mattheus 2.18, ontleende Bausch aan de Weihnachtshistorie van Heinrich Schütz. Het volledige vers luidt als volgt: 'Op het gebergte heeft men een geschrei gehoord, veel geweeklaag, wenen en huilen; Rachel beweende haar kinderen en wilde zich niet laten troosten: want het was gedaan met hen.'

© Uwe Schinkel

© Uwe Schinkel

De belangrijkste scène van deze voorstelling toont de grandiositeit en diepgang van het Bauschiaans danstheater. Op de klanken van Felix Mendelssohn Bartoldis Kriegsmarsch der Priester (uit zijn toneelmuziek voor Athalie van Racine) worden een man en een vrouw elk gewelddadig achtervolgd door een groep mannelijke dansers. Ze lijken even te ontsnappen, maar worden telkens gevat en gedwongen in een omhelzing. Deze handeling herhaalt zich meerdere keren terwijl de muziek verder vloeit. Voor een oorlogsmars is deze, typisch Mendelssohn, erg beweeglijk en golvend. Voor mij is geen enkele componist ooit zo goed geslaagd in het verklanken van de beweging van water. Verschillende van zijn Lieder ohne Wörte kregen de titel Venezianisches Gondellied. Bausch maakt vlak na deze agressieve scène ook de verbinding met het water: de dansers gaan in roeiformatie de scène af en één vrouw wordt op elegante wijze de lucht in geheven terwijl ze een riem in denkbeeldig water steekt. Na een intensere herhaling van deze scène aan het einde van de voorstelling, spartelt een vrouw in het water. Ze wordt gered door één van de mannelijke dansers. De energie die de Mendelssohn-scène opwekt, leeft voort in de waterscènes. Het contrast tussen deze groepsscènes en de individuele scènes valt ook op.

Het is namelijk vooral in die individuele of duoscènes dat de kwetsbaarheid van het slachtoffer duidelijk wordt. Het tonen van broosheid draagt in zich de kracht om aan overheersende angst te ontsnappen. Bausch gebruikt een sprookjesachtig decor als middel om een kinderlijk-nostalgische sfeer van onschuld te creëren. Wanneer een jong meisje door een liggend bos kerstbomen huppelt, werkt haar naïviteit ontroerend, maar vooral ook hoopgevend. De duistere voorstelling krijgt hier en daar een straal licht, maar blijft over het algemeen rauw en hard. Het contrast tussen man en vrouw, erg lichamelijk in-your-face uitgebeeld in deze voorstelling, is zo oud als de mensheid zelf. Verkrachting, machtsmisbruik en geweld zijn niet te ontkennen na het zien - sorry: beleven - van deze voorstelling. Het Tanztheater Wuppertal maakte er een tijdloze analyse van. De dans zelf blijft verrassend, modern en verhult geenszins de dertigjarige leeftijd van de voorstelling.